Opinie

Twijfel over Verlichtingsidealen speelt China in de kaart

Universalisme Democratie en mensenrechten zijn geen exclusief westerse waarden, betoogt . Blijf tegenwicht bieden aan de Chinese expansiedrang door op te komen voor die waarden.
De gele paraplu werd in Hongkong een symbool tegen Chinese onderdrukking en voor democratie.
De gele paraplu werd in Hongkong een symbool tegen Chinese onderdrukking en voor democratie. Foto Chris McGrath / Getty Images

Internationale ontwikkelingen zoals het fiasco in Afghanistan en de opkomst van China hebben geleid tot toenemende twijfel over de relevantie van westers Verlichtingsdenken, en zeker over het exporteren hiervan. Ook in NRC wordt een welkome discussie gevoerd over hoe China ideeën over democratische waarden en universele mensenrechten „provincialiseert” tot iets westers en gesteld dat ons vanaf nu meer bescheidenheid past.

We moeten echter oppassen dat respect voor politiek pluralisme niet leidt tot het accepteren van een essentialistisch verschil tussen ‘West’ en ‘Oost’ als het aankomt op menselijke waardigheid. Dan nemen we namelijk het frame over van de Chinese regering: dat de Verlichtingsidealen misschien goed bij het Westen passen, maar gewoon niet verenigbaar zijn met culturen buiten onze regio. Ondanks dat terecht gesteld wordt dat China nog weinig aantrekkingskracht bezit in de vorm van soft power, moeten we de potentie van dit idee niet onderschatten. Het staat centraal in de Chinese propaganda, en vindt ook gretig aftrek onder autoritaire leiders elders als een excuus om de roep om democratie en vrijheid weg te zetten als ‘westers’ en zelfs neokoloniaal. Ook in West-Europa raakt dit idee een snaar, aangezien het inspeelt op een zeker cultuurrelativisme onder intellectuelen, en bovendien onze regeringen goed uitkomt omdat het hen ontslaat van de plicht al te veel te ondernemen om democratie en mensenrechten te bevorderen.

Confucianistische ideeën

Het is daarom nuttig eens kritisch te kijken naar hoe ‘westers’ bijvoorbeeld de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) eigenlijk is. Uit de beschikbare bronnen blijkt dat de vice-voorzitter van de VN Mensenrechtencommissie, de Chinese afgevaardigde P.C. Chang, een belangrijke rol speelde bij het opstellen van de UVRM in 1948. Fascinerend is bijvoorbeeld hoe Chang in de discussies over Artikel 21 inzake „het recht om deel te nemen aan het bestuur [...] rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers” de verenigbaarheid van democratisering met de meritocratische tradities van het confucianisme benadrukt. Nog belangwekkender zijn de discussies die Chang voerde met veel afgevaardigden, vooral uit christelijke landen, die een meer theologische inslag van de UVRM nastreefden. Chang ging daar tegenin door hier de centraliteit van de mens en de menselijkheid binnen het confucianisme tegenover te stellen, daarbij wijzend op de vele overeenkomsten met het Verlichtingsdenken. Deze confucianistische ideeën hebben dus een grote invloed gehad op het seculiere en universele karakter van de UVRM.

Lees ook dit essay van Ian Buruma: Verlichting is juist: interesse in andere culturen

Dit soort behoorlijk progressieve interpretaties van het confucianisme hebben uiteraard weinig invloed op de huidige Chinese regering, maar dit is een consequentie van bewust beleid en niet van cultuur. Dit wordt nog duidelijker als we kijken naar de regio Oost-Azië, waar alle culturen deels gevormd zijn door het confucianisme en ideeën over mensenrechten en democratie juist diep wortel geschoten hebben.

Weinig volken hebben zo hard gestreden voor het recht om in een vrije democratie te leven als de Zuid-Koreanen in hun opstand tegen de militaire dictatuur in de jaren 80. Japan heeft zich na de oorlog ontwikkeld tot een stabiele democratie, geworteld in een pacifistische grondwet; een unicum. Taiwan heeft zich sinds de jaren 90 ontwikkeld tot een van de meest progressieve landen ter wereld, waar meer vrouwen in het parlement zitten dan in Nederland, het homohuwelijk is gelegaliseerd, en waar men doordrongen is van de urgentie hun vrije maatschappij te verdedigen en verder te ontwikkelen. We zijn nu allemaal getuige van de strijd van de vele Hongkongers die hun leven in de waagschaal durven te leggen om in verzet te komen tegen het autoritair expansionisme uit Beijing. Hierbij steekt de besluiteloosheid van Europese regeringsleiders schril af. Die lijken niet in staat een visie te ontwikkelen hoe we onze democratische samenlevingen, die in toenemende mate economisch afhankelijk zijn van China, kunnen beschermen tegen oprukkend autoritarisme.

‘Liga van Democratieën’

P.C. Chang was net zo Chinees als Xi Jinping. De Taiwanezen en Hongkongers zien hun manier van leven en de democratische idealen waarvoor zij strijden niet als exclusief ‘westers’. Het getuigt juist van arrogantie van zowel het Westen, dat geen patent heeft op deze ideeën, als van de Chinese regering die de kracht van dit denken vreest, om deze idealen weg te zetten als westers en daarom on-Chinees. Dat de autoritaire expansiedrift van de Chinese regering voortkomt uit beleid en niet uit cultuur is des te meer reden hier tegenwicht aan te bieden. Uiteraard niet door op agressieve wijze China te willen veranderen. Opkomen voor democratische waarden kan vele vormen aannemen: bijvoorbeeld met een ‘Liga van Democratieën’ zoals voorgesteld door president Biden, het versterken van de banden met Taiwan op EU-niveau, of het meer diversifiëren van de buitenlandse handel om onze groeiende economische afhankelijkheid van China tegen te gaan, en handel met gelijkgestemden te bevorderen.

Lees ook: De illusie van een inclusieve Verlichting

Na recente agressieve provocaties uit Beijing sprak de Taiwanese president Tsai Ing-wen overtuigend over hoe het behoud van haar regionale democratie verbonden is met het bloeien van democratieën wereldwijd. Europeanen moeten zich nu afvragen of we het waard vinden de democratische waarden en universele mensenrechten te verdedigen in een richting China kantelende economische wereldorde.