Opinie

‘Woke’ bedreigt de academische vrijheid

Universiteiten Het ‘wokisme’ presenteert zich als underdog maar is juist al doorgedrongen tot de instituten, schrijven en .
Aula Academiegebouw, Rijksuniversiteit Groningen.
Aula Academiegebouw, Rijksuniversiteit Groningen. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De Belgische schrijfster Aya Sabi stelt ons gerust: de ‘woke-ideologie’ vormt geen gevaar voor de academische vrijheid, schreef ze vorige week in NRC. Integendeel, het geeft onderdrukte groepen een stem en biedt „het wederwoord binnen onze instellingen”. Dat is een verkeerde taxatie. De academische vrijheid is wel degelijk in gevaar, ook in Nederland.

Wat is dit ‘wokisme’ eigenlijk, waarover tegenwoordig zoveel te doen is? De stroming laat zich wellicht het best omschrijven als een op Amerikaanse campussen ontsproten bastaard van het postmodernisme. Belangrijk uitgangspunt is dat objectieve waarheid niet bestaat en machtsrelaties de werkelijkheid bepalen. Elk maatschappelijk domein is doordrenkt van de tegenstelling onderdrukkers versus verdrukten: man/vrouw, wit/zwart enzovoorts. Daarbij wordt een ‘intersectionele’ aanpak nagestreefd die kruisbestuivingen van onderdrukking onderzoekt: een gehandicapte zwarte transgender is slachtoffer omdat ze gehandicapt, zwart en transgender is. In dit binaire schema staat tegenover deze lagen van achterstelling ook een dader: de heteroseksuele witte cis-man. Complexe sociale fenomenen, zoals uitkomstenongelijkheid of stereotypen, worden daarbij eenzijdig zo niet exclusief verklaard uit seksisme, wit racisme of transfobie. Het uiteindelijke doel is bestaande machtsverhoudingen te vernietigen ofwel te dekoloniseren.

Dit radicale en normatieve wereldbeeld is ver verwijderd van de ‘genuanceerde, diverse tegenstroming’ die Aya Sabi ons voorspiegelt. Op Angelsaksische universiteiten is de situatie al ronduit zorgelijk. Onderzoek van het Center for the Study of Partisanship and Ideology toont een toenemende ideologische eenzijdigheid en onverdraagzaamheid. Deze week nog verscheen in het Verenigd Koninkrijk een door 200 academici ondertekende brief over ‘pesterijen, intimidatie en no-platforming’. Een filosofieprofessor aan de Universiteit van Sussex heeft zelfs beveiliging nodig.

In Nederland is de situatie minder ernstig, maar onze internationaliserende academische wereld absorbeert deze ontwikkelingen razendsnel. De sociale en geesteswetenschappen bevinden zich daarbij in de frontlinie. Klankbordgroepen, task forces en diversity officers verdikken de leemlaag rond onderzoek en onderwijs. Gedragscodes en trainingen vormen een nieuw ideologisch casco waar onderwijsmodules, onderzoeken en handboeken vervolgens invulling aan geven. Het wokisme toont daarbij een opmerkelijke voorliefde voor bureaucratische controle: mensen moeten voortdurend worden geteld, geturfd en beoordeeld op basis van ras, gender of seksuele oriëntatie.

Vage ideologisch geladen criteria

Wetenschappelijke kwaliteitsstandaarden verdwijnen naar de achtergrond en maken plaats voor vage ideologisch geladen criteria. Neem een recente richtsnoer van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW): begrippen als waarheidsvinding, objectiviteit en rationaliteit zijn vervangen door de nadruk op „diversiteit”, „inclusie” en „veilige cultuur”. Eerder toonde de KNAW zich ook zelf al onwetenschappelijk: in een briefadvies aan de Tweede Kamer werd gesteld dat er ‘geen signalen’ zijn van academische eenzijdigheid en zelfcensuur, maar een empirische onderbouwing ontbrak.

Lees ook dit opiniestuk Ian Buruma: Het puriteins geloof van ‘cancel culture’ ontkent de feiten

Tekenend is de recente NWO Simon Stevinpremie van 2,5 miljoen voor de psychologieprofessor Judi Mesman. Op basis van een beperkte en niet representatieve laboratoriumsteekproef – 140 kinderen van voornamelijk hoogopgeleide moeders – generaliseert zij over Nederlandse ‘witte kinderen’ die niet naast ‘kinderen van kleur’ willen zitten. Naar eigen zeggen lopen wetenschap en activisme in elkaar over, en voor degenen die kritisch staan tegenover haar benadering is Mesman duidelijk: „Het is simpel: dat is mijn publiek niet.”

Wetenschappelijk gezien is dit discutabel, maar Mesmans werk voedt feilloos het woke-stramien: witte ouders socialiseren hun witte kinderen al vanaf jonge leeftijd sluipenderwijs en ongemerkt in het witte racisme. De NWO – onze grootste academische geldschieter – prees Mesman voor haar inzet voor sociale rechtvaardigheid en het bestrijden van racisme. Maar zou Mesman ook kans hebben gemaakt op subsidie wanneer ze, pak hem beet, had onderzocht of moslimkinderen naast niet-moslimkinderen willen zitten?

Om EU-subsidie te verkrijgen moeten universiteiten nu een intersectionele aanpak hanteren, zo vertelde minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven (D66) de Tweede Kamer onlangs. Met termen als „verplicht”, „eisen”, „maatregelen” en „structurele monitoring” kiest zij daarbij de taal van politieke dwang. Maar dit geforceerde „diversiteitsbeleid” valt nauwelijks divers te noemen, eerder eendimensionaal. Zelden tot nooit gaat het over diversiteit in meningen, geografie of politieke voorkeur. Het verlichtingsideaal van een open en inhoudelijk academisch debat komt zo onder druk te staan. In haar betoog opent Aya Sabi ook niet toevallig de aanval op universalisme en secularisme: het zijn louter illusies van „het ‘blanke’ canvas”.

Een establishment-fenomeen

Recentelijk spraken enkele Nederlandse universiteitsbestuurders zich, in navolging van UU-rector magnificus Henk Kummeling, uit tegen de nieuwe onverdraagzaamheid. Maar helaas richtten zij hun pijlen eenzijdig op intolerante studenten, wat dit betoog meteen kwetsbaar maakt: Sabi bestempelt het als mannen met macht die gemarginaliseerde groepen geen ruimte willen geven (overigens onvermeld latend dat het deels om vrouwelijke bestuurders gaat).

Lees ook dit artikel: De cancel culture in de VS laat geen ruimte voor de marge

Maar wat de bovengenoemde voorbeelden laten zien is dat woke-ideologie bij uitstek zélf een establishment-fenomeen is. De EU, de minister, de KNAW en de NWO heeft het al mee, maar nog steeds klinkt het narratief van de underdog. En dat terwijl juist ook vanuit achterstandsgroepen protest klinkt tegen het nieuwe hokjesdenken.

Universitaire studenten en medewerkers krijgen een steeds diversere achtergrond en dat is alleen maar wenselijk. Maar het getuigt van weinig vertrouwen in die nieuwkomers om vanwege hun komst de wetenschappelijke vrijheden en kwaliteitsstandaarden aan de wilgen te hangen. Ook in een diverse context, of juist in een diverse context, verdient de academische vrijheid het om met verve te worden verdedigd.