Deze boer kreeg toestemming om duizenden extra varkens te houden. Ondanks de stikstofcrisis

Stikstof Honderden boeren mochten uitbreiden op voorwaarde dat ze niet meer stikstof zouden uitstoten. Dat gebeurde waarschijnlijk wel, volgens experts. „Meer dieren betekent simpelweg meer stikstof.”

De boerderij van veehouder Paul Bruggink in Oud Ootmarsum, in Overijssel. Linksboven ligt natuurgebied Springendal en Dal van de Mosbeek.
De boerderij van veehouder Paul Bruggink in Oud Ootmarsum, in Overijssel. Linksboven ligt natuurgebied Springendal en Dal van de Mosbeek. Foto Eric Brinkhorst

De eerste tegenslag kwam uit de hemel. De Twentse varkenshouder Paul Bruggink (42) was al zes jaar bezig met plannen om zijn boerenbedrijf uit te breiden, toen op een bloedhete juli-nacht in 2015 de bliksem insloeg. Een schuur vatte vlam en brandde af. Tweeduizend biggen overleden. De uitbreiding was in één keer van de baan.

Vier jaar later was het papierwerk voor de uitbreiding eindelijk rond. Maar toen werd Nederland overvallen door de stikstofcrisis. Bruggink: „Alles lag compleet stil.”

Vorige maand stemde de gemeente Dinkelland in met de wijziging van het bestemmingsplan. Bruggink mag een varkensstal en twee silo’s bijbouwen. Hij kan 4.736 varkens extra houden, bovenop de ruim 9.000 die hij nu mag hebben. In 2006 had hij er nog maar 4.000.

Brugginks uitbreiding voldoet aan de voorwaarden – de voornaamste is dat de stikstofuitstoot niet mag toenemen – maar het is de vraag of deze doorgaat. Sinds 2018 zijn er twijfels over de manier waarop die stikstofuitstoot wordt berekend. Meerdere onderzoeken en een advies van stikstofdeskundigen aan het kabinet stellen dat de berekeningen een te rooskleurig beeld schetsen.

NRC zocht uit hoeveel boerenbedrijven de laatste twee jaar toestemming kregen om uit te breiden. Uit een rondgang langs de twaalf provincies en een inventarisatie van online gepubliceerde toestemmingen bleek dat provincies honderden boeren toestemming gaven te groeien. Soms gaat het om tientallen dieren, soms om duizenden extra varkens, kippen of koeien. Kwetsbare natuurgebieden die al te lijden hebben onder de stikstofuitstoot lopen daardoor nog meer schade op, zeggen deskundigen.

De familie Bruggink heeft al vijf generaties een varkenshouderij bij het Overijsselse Oud Ootmarsum, op 650 meter van Natura 2000-gebied het Springendal. Dat is een groen gebied ter grootte van de stad Almere: kabbelende beekjes, houtwallen en glooiende heidevelden. „De reeën uit het natuurgebied komen tot aan onze schuren”, zegt Bruggink, die het bedrijf met zijn 75-jarige vader runt. „Het is hier mooi wonen.”

Lees ook: Boeren- en milieuclubs komen met eigen stikstofplan, maar over de voorstellen bestaat scepsis

Maar door een te hoge stikstofuitstoot is het slecht gesteld met grote delen van het Springendal, volgens een analyse van de provincie uit 2017. Op kaarten van de landelijke stikstofuitstoot licht Twente fel op.

Vooral de heidegronden van het Springendal zijn erg stikstofgevoelig, en dat in een sterk agrarische streek: in Dinkelland zijn 535 boerenbedrijven. Om het Springendal te beschermen, moeten landbouwgronden omgevormd worden naar natuur, concludeerde de provincie, een plan dat op veel verzet stuitte van landbouworganisatie LTO en omwonenden.

De laatste jaren groeide de varkenshouderij van Paul Bruggink flink. Met 13.736 varkens heeft hij straks vier keer zoveel varkens als de gemiddelde varkensboer. Op zijn erf staan straks tien stallen. Uitbreiding maakt het makkelijker en goedkoper om verschillend veevoer te gebruiken en het is „economisch logisch”, zegt Bruggink. Of dit zijn bedrijf extra winstgevend maakt, wil hij niet zeggen.

Onvoldoende bescherming

Op Europees niveau is afgesproken dat kwetsbare natuurgebieden beschermd moeten worden, de Raad van State stelde in 2019 dat Nederland dit onvoldoende deed. De belangrijkste voorwaarde voor boeren die willen groeien en dicht bij een natuurgebied zitten: de stikstofuitstoot mag niet toenemen. Om aan te tonen dat dit niet gebeurt, toetsen boeren hun uitbreiding met een rekenmodel van het RIVM.

Op de website van het RIVM voerde Brugginks adviseur de details van de uitbreiding in: de coördinaten van het bedrijf, het aantal varkens (4.736) én de luchtwasser (type BWL 2009.12.V2), die de stallucht zuivert voordat deze over het land wordt uitgestoten.

Wat bleek? De totale stikstofuitstoot van Brugginks bedrijf zal met circa 7 procent dalen. Toch leidde zijn uitbreiding tot een verhit debat in de gemeenteraad van Dinkelland. Naast een verplichte vergunning van de provincie moest ook de gemeenteraad akkoord gaan met een wijziging van Brugginks bestemmingsplan, dat al wel voor agrarisch gebruik bestemd was.

GroenLinks en PvdA stelden dat in een later stadium deze vergunning niet meer aan de regels zou voldoen. „Het terugdringen van de veestapel zou het uitgangspunt moeten zijn”, zei Cel Severijn (PvdA). Maar VVD, CDA en Lokaal Dinkelland stemden in met de aanpassing van het bestemmingsplan. Bruggink keek de vergadering via de livestream. „Sommige partijen begrijpen het niet. Meer dieren leidt niet automatisch tot meer emissie.”

Maar de berekeningen die ten grondslag liggen aan het RIVM-model staan sinds een paar jaar ter discussie. Wageningen University & Research (WUR) onderzocht in 2018 het soort luchtwassers dat Bruggink wil gebruiken. Het rendement bleek lager dan waar het RIVM-rekenmodel van uitgaat. De ammoniakuitstoot verminderde niet met gemiddeld 85 procent, maar met 59 procent. In een paar gevallen werd zelfs (iets) meer stikstof uitgestoten.

En ook de ‘mestvloeren’ die melk- en rundveehouders gebruiken om de poep van koeien te scheiden van de urine, waardoor minder stikstof in de buitenlucht komt, werken veel minder goed dan gedacht, concludeerde het Centraal Bureau voor de Statistiek in 2019.

Op het RIVM-model zelf is ook kritiek in een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het vorige kabinet. Het model is weliswaar geschikt om op provinciaal niveau de stikstofuitstoot te berekenen, stelde een adviescommissie onder leiding van emeritus hoogleraar milieusysteemanalyse Leen Hordijk, maar niet geschikt voor de toetsing van individuele boerenbedrijven. Het leidt tot „schijnzekerheid”.

Mede op basis van de onderzoeken vernietigde de rechtbank in Utrecht vorige maand acht vergunningen voor de bouw van nieuwe stallen. Net als de stikstofzaak bij de Raad van State van 2019 was de zaak aangespannen door Johan Vollenbroek en zijn milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB). De provincie Utrecht stemde onterecht in met uitbreiding, volgens de rechter. Er moet beter worden uitgezocht of de stikstofuitstoot écht niet toeneemt.

In maart dit jaar floot de rechtbank Noord-Nederland, in een zaak eveneens aangespannen door MOB, de provincie Friesland terug, omdat die een Friese melkveehouder toestemming gaf uit te breiden. Onterecht, volgens de rechter, „omdat onvoldoende zeker is dat de emissie van het bedrijf in de vergunde situatie niet zal toenemen”. De toestemming werd vernietigd. Beide provincies gaan tegen de uitspraak in beroep.

De uitspraak in Friesland was „een bom onder het stikstofbeleid”, volgens MOB, en zou ertoe leiden dat honderden veehouderijen elders in het land ook niet meer zouden mogen uitbreiden.

Honderden uitbreidingen

Hoe vaak zijn uitbreidingsplannen de afgelopen 2,5 jaar goedgekeurd door provincies ondanks de twijfels van wetenschappers van het CBS en de WUR? In Friesland, Limburg, Gelderland mochten bij elkaar opgeteld zo’n 350 boeren uitbreiden. Daar bovenop is in Gelderland van ruim 100 aanvragen niet precies bekend hoe die zijn afgehandeld en 105 andere aanvragen zijn „nog in behandeling”. In Zeeland, Drenthe en Noord-Holland ging het in totaal om zo’n 10 uitbreidingen. Flevoland en Overijssel verstrekten na herhaaldelijk aandringen geen informatie.

Uit een inventarisatie van vergunningen die in Overijssel zijn verstrekt aan boerenbedrijven blijkt dat de afgelopen anderhalf jaar 54 boeren die de door de wetenschap bekritiseerde luchtwassers en mestvloeren gebruikten toestemming kregen uit te breiden. Of ze allemaal zijn uitgebreid en tot hoeveel extra stikstofuitstoot dit leidde, is niet bekend.

Zo installeerde een melkveehouder in Stegeren een mestvloer waardoor het aantal dieren kan toenemen van 90 naar 147 terwijl de stikstofuitstoot licht afneemt. En een varkenshouder in Haarle mag het aantal vleesvarkens op zijn boerderij uitbreiden van 1.900 naar 4.110; dankzij luchtwassers in twee van zijn stallen leidt dit tot een lichte afname van de stikstofuitstoot. Het gemiddelde varkensbedrijf telt 3.400 varkens.

Provincies baseren zich bij de inwilliging van verzoeken steevast op het RIVM-rekenmodel. Uitbreiding leidt nooit tot meer stikstofuitstoot, volgens de twaalf provincies. „Anders is vergunnen niet mogelijk”, volgens de provincie Gelderland. „De uitstoot is afgenomen of hoogstens gelijk gebleven”, reageert Noord-Brabant.

Maar dat is te kort door de bocht, vinden deskundigen. Het is zeer waarschijnlijk dat de natuur juist extra schade oploopt, zeggen zij. Franciska de Vries, hoogleraar Earth Surface Science aan de Universiteit van Amsterdam: „De uitstoot van één boerderij is moeilijk te bepalen. Maar meer dieren betekent simpelweg dat er meer stikstof geproduceerd wordt. Die kan je afvangen, maar dat gaat lang niet altijd goed.”

Ook Ralph Frins, onderzoeker natuurbeschermingsrecht aan de Radboud Universiteit, „sluit niet uit dat op bepaalde plekken wel degelijk sprake is van een toename van de stikstofuitstoot”, ook al is dat volgens de berekeningen niet het geval. „De kans daarop is groot als de stikstofuitstoot na wijziging van de veehouderij gelijk blijft of slechts beperkt afneemt. Als de wijziging daarentegen tot een grotere afname van de stikstofuitstoot leidt, wordt daarmee een buffer gecreëerd waarmee tegenvallers zouden kunnen worden opgevangen.”​

Het ministerie van Landbouw erkent „dat er gevallen zijn” waar de stikstofuitstoot toeneemt. Hoe vaak en bij hoeveel bedrijven dit voorkwam, weet het ministerie niet.

Europese regels

Volgens Kees Bastmeijer, hoogleraar natuurbeschermingsrecht aan Tilburg University, krijgen uitbreidingsplannen op het platteland te vaak voorrang boven het natuurbelang. Nieuwe vergunningen verlenen en al verstrekte vergunningen respecteren, mag volgens Europese regels niet leiden tot een verslechtering van de natuur, zegt Bastmeijer. Als de uitstoot stukken hoger uitvalt door onzekerheden in de berekeningen, is dat wel het geval, zegt hij: „En is de natuur de dupe.”

Provincies moeten, volgens de hoogleraar, op de hoogte zijn van actueel onderzoek, zoals dat van het CBS en de WUR. „Als er twijfel is over een vergunning moeten provincies niet afwachten tot de rechter hen terugfluit.”

Provincies kennen de wetenschappelijke onderzoeken, het advies van de commissie van Leen Hordijk en de rechterlijke uitspraken ook, zeggen ze. De uitspraken zijn in „interprovinciaal verband” bestudeerd, schrijft een woordvoerder van de provincie Friesland.

Provincies „trekken samen op”, reageert de provincie Gelderland. Oftewel: ze gaan verder op de oude voet, boeren mogen blijven uitbreiden. Een woordvoerder van de provincie Friesland: „Wij gaan door met het verstrekken van vergunningen, we voeren de wet uit zoals die nu is.” Er zijn ook twijfels over de methode. „De vraag is of dit juridisch houdbaar is”, zegt Friesland.

Volgens hoogleraar Bastmeijer gelden de rechtbankuitspraken ook voor boeren in andere provincies. „Door bedrijfsuitbreidingen op basis van onzekere berekeningen toe te staan, wordt het stikstofprobleem alleen maar groter. Helemaal als in de rest van Nederland dezelfde stalapparatuur wordt gebruikt.”

De stikstofberekeningen zijn uitgevoerd op basis van de „best beschikbare wetenschappelijke kennis die er is”, schrijft het ministerie van Landbouw in een reactie. De kennis wordt aangepast zodra hier „aanleiding toe is door nieuwe wetenschappelijke inzichten”. Het ministerie heeft recent verscheidene onderzoeken gestart om te kijken of de huidige kennis nog voldoet.

Paul Bruggink zou graag, net als zijn vader, doorwerken tot zijn 75ste. Hij hoopt dat een van zijn zoons (nu elf, negen en zeven jaar) het bedrijf op termijn overneemt. Maar daarvoor moet dat wel „toekomstbestendig” zijn. Uitbreiden is echt noodzakelijk, zegt Bruggink.

Zijn uitbreidingsplannen voert de varkensboer voorlopig niet uit; Bruggink wacht af hoe de vergunningendiscussie zich verder ontwikkelt. Denkt hij echt dat zijn uitstoot daalt met 4.736 varkens meer? „Ik geloof dat wel ja”, zegt hij. „Ik ga ervan uit dat die berekeningen kloppen.”