Recensie

Recensie Theater

Hopen op een uitreisvisum in ‘Casablanca’

Dans In ‘Casablanca’ probeert Ed Wubbe het doelloze wachten te treffen van mensen die in den vreemde op officiële papieren hopen. De link met de actualiteit wordt echter dramaturgisch niet uitgewerkt.

Scapino Ballet Rotterdam met ‘Casablanca’. Foto: Bas Czerwinski
Scapino Ballet Rotterdam met ‘Casablanca’. Foto: Bas Czerwinski

‘Give me the letters, Rick!” Half snikkend, half dreigend spreekt Ilsa (Ingrid Bergman) de woorden uit. De vrijgeleide die haar oude vlam, clubeigenaar Rick (Humphrey ‘Here’s looking at you kid’ Bogart), in handen heeft, moet haar en haar echtgenoot een veilige vluchtweg bieden naar Amerika. Weg uit Europa waar de nazi-terreur als een zwarte wolk boven hangt.

Casablanca dus, begin Tweede Wereldoorlog, ontmoetingsplaats van verzet, vluchtelingen, nazi-spionnen. Een beetje filmkenner herkent onmiddellijk de dialogen die klinken tijdens het nieuwe ballet van choreograaf Ed Wubbe, inclusief het befaamde ‘Play it, Sam’ (dat als ‘Play it again, Sam’ nóg befaamder werd). Het is een typisch kluifje voor Wubbe, die zich graag laat inspireren door tijdperken en plaatsen waar conflict en verval onder de oppervlakte schuilen. Met zijn jongste recyclet hij Paramount dat hij in 2005 maakte: ook westerlingen in ballingschap, ook deels stijldans, ook, deels… Casablanca.

Wubbe ontwierp zelf het decor met draaitoneel-op-toneel. Het fungeert als goktafel en podium voor de duetten waarin meerdere dansers de personages Rick en Ilsa verbeelden. In de ensembledelen is het er geregeld een claustrofobische chaos, waar de choreografie in verzuipt.

Wubbe vertelt de film niet na, maar een boeiend dansdrama is Casablanca evenmin. Ook al is de choreografie, met salsa, soepele of juist strakke delen bij vlagen wel fraai en afwisselend. Hij probeert het doelloze wachten te treffen van mensen die in een vreemde omgeving op een uitreisvisum hopen. De mogelijke dwarsverbanden daarvan met de actualiteit worden echter niet uitgewerkt. Nu moet de abrupte wisseling tussen Max Steiners filmmuziek en hypnotiserende, repetitieve Berbermuziek of plotse joligheid die ontworteling symboliseren.

Dramaturgisch simplistisch, maar effectiever is dan de sinistere figuur die door oudgediende Bonnie Doets wordt uitgebeeld, zeker als zij op marsritme, met een gevolg van veertien dansers en gewapend met sidderende zwarte verenwaaiers de nazidreiging belichaamt. Drakerig ja, maar goed, is de film dat ook niet?