Leidse ‘penisplant’ bloeit voor het eerst in 24 jaar: ‘Ik ben behoorlijk trots’

Fallusachtige De geur van rottend vlees die de penisplant uitstoot en de warme kolf van de plant moeten vliegen aantrekken. In de natuur zorgen zij ervoor dat het stuifmeel verspreidt.
De penisplant die sinds vrijdag bloeit.
De penisplant die sinds vrijdag bloeit. Foto Rogier van Vugt/Hortus Leiden

Het is een spannende dag, vertelt vrijwilliger Rudmer Postma van de Hortus Botanicus Leiden vrijdag. De relatief zeldzame Amorphophallus decus-silvae, beter bekend als de penisplant, staat in bloei — voor het eerst in 24 jaar in Nederland. „Ik ben behoorlijk trots.” Zes jaar geleden kweekte hij met een bladstuk van een privé-verzamelaar de penisplant op tot de twee meter hoogte die hij nu heeft. „Het is bijzonder dat het ons überhaupt gelukt is en ik ben trots dat de plant het zo goed doet”, zegt Postma, die de fallusachtigen verzorgt in de tuin. De soort is heel gevoelig voor het klimaat en de omgeving, waardoor hij zelden bloeit.

In Europa heeft de ‘glorie van het woud’ — de vertaling van decus-silvae — slechts twee keer eerder gebloeid, vertelt kaschef Rogier van Vugt van de Hortus Botanicus Leiden vrijdagochtend aan NRC. Na de bevruchting komen de zaden vrij. „Die kunnen we dan weer verspreiden over andere botanische tuinen, zodat de soort meer voorkomt”, vertelt Postma. De glorie van het woud is momenteel in weinig botanische tuinen terug te vinden. De Hortus heeft inmiddels meerdere exemplaren.

Toverstaf

Er zijn meer dan honderd verschillende soorten penisplanten, de kleinste is niet groter dan een pink en bloeit vaak. Bij de grotere planten duurt het langer. „Deze soort die nu bloeit heeft een heel lange steel. Het geeft hem een soort toverstaf-uiterlijk”, omschrijft Van Vugt. Als de plant bloeit, wordt de wittige kolf warm en verspreidt een stinkende geur van rottend vlees. Dit trekt vliegen en insecten aan. „De vrouwelijke bloemen onderin de kelk bloeien als eerst. Als de vrouwelijke bloemen doodgaan, openen de mannelijke bloemen. De geur verdwijnt en de vliegen vertrekken terwijl ze bedolven zijn onder het stuifmeel van de plant.” In het wild vliegen de insecten dan naar een andere penisplant die stinkt omdat de vrouwelijke bloemen bloeien. In de Hortus Botanicus Leiden is er echter een grote kans dat er op dat moment geen andere penisplant bloeit. „En ook in de natuur is er een grote kans dat de bestuiving net mislukt”, aldus Van Vugt.

Bezoekers bekijken de Amorphophallus decus-silvae in Leiden. Foto Rogier van Vugt/Hortus Leiden

De penisplantensoort die nu bloeit, groeit alleen in het wild in West-Java, in Indonesië. „Op het eiland is deze soort beschermd, maar er zijn ook veel bossen gekapt daar”, vertelt de kaschef. „Iedereen in de wereld die deze soort dus nog heeft, heeft ook een verantwoordelijkheid om het genetische materiaal te beschermen.” Daarom verzamelt de Hortus het stuifmeel bij het bloeien van de plant om deze te bevriezen in vloeibaar stikstof in een temperatuur van -60 graden Celsius. „Als er dan over een paar jaar weer een plant bloeit, kunnen we die bestuiven en ervoor zorgen dat de soort blijft bestaan.”

‘Rare namen’

Als de decus-silvae straks uitgebloeid is, duurt het weer zo’n zes jaar voor deze weer gaat stinken. „Het bloeien kost de ondergrondse knol zoveel energie dat die dan weer een aantal jaar moet gaan sparen. Het kan zes of zeven jaar duren voordat deze weer zo groot is dat hij weer bloeit”, aldus Van Vugt.

De penisplant heeft zijn naam gekregen van een botanicus die Amorphophallus passend vond. „Die vond het waarschijnlijk gewoon een leuke naam”, zegt Van Vugt. „Zo hebben we wel meer rare namen hoor. We hebben ook een tepelcactus en de Clitoria.”

Het kan een goed jaar worden voor de penisplanten in de Hortus Leiden. De botanische tuin heeft ongeveer acht reuzenpenisplanten in de kas staan, waarvan de kolf nog groter is dan de huidige soort die nu bloeit. Deze hebben een cyclus van ongeveer tien jaar, en de laatste keer dat ze bloeiden, was ongeveer tien jaar geleden, vertelt Van Vugt. „We hopen dat deze binnenkort ook gaan bloeien. Hopelijk dan meerdere tegelijk, zodat we het stuifmeel kunnen gebruiken om deze planten te bestuiven.”