Opinie

Economisch denken in Duitsland verandert; Nederland kan beter volgen

In Europa

Jens Weidmann, president van de Duitse Bundesbank, kondigde woensdag aan dat hij „om persoonlijke redenen” aftreedt. Maar zijn vertrek valt vooral ook samen met dat van bondskanselier Angela Merkel, die hem in 2011 benoemde. Beiden zwaaien af op een moment waarop het economische en monetaire denken in Duitsland sterk evolueert.

De Duitse focus op inflatiebeperking, lage schuld en een gebalanceerde begroting wordt minder rigide, steun voor meer overheidsinvesteringen en een ruimer monetair beleid groeit. Voor Nederland, dat zich in de eurozone vaak achter de strenge Duitse rug heeft verscholen, is Weidmanns vertrek het zoveelste teken dat ook bij óns een heroriëntatie nodig is.

De laatste jaren is er een nieuwe generatie Duitse economen aangetreden – op het ministerie van Financiën, op universiteiten, aan gerenommeerde onderzoeksinstituten. Anders dan hun voorgangers zijn veel van hen geschoold aan Amerikaanse en Britse universiteiten, met Angelsaksische tekstboeken in plaats van Duitse. Vaak hebben ze met Franse collega’s gestudeerd en gewerkt, en hebben ze carrière gemaakt bij grote internationale banken of instellingen.

Tijdens de eurocrisis, tien jaar geleden, had de oudere, ‘ordoliberale’ garde het hoogste woord. Die betoogde dat elk euroland zijn eigen broek moest ophouden, dat schuld slecht was en dat Europese begrotingsregels met ijzeren discipline moesten worden afgedwongen. Omdat Duitsland een groot en dominant euroland is, wogen die standpunten zwaar.

Om de eurozone overeind te houden, moest Berlijn uiteindelijk toch een euronoodfonds accepteren, dat leningen aan Griekenland en andere ‘zondaars’ gaf. Maar die landen moesten als tegenprestatie zo hard bezuinigen en hervormen dat hun economie verpieterde, met grote sociaal-politieke malaise tot gevolg. Duitsland kon evenmin verhinderen dat de ECB staatsobligaties kocht: in een wereld waarin beleggers de eurozone afrekenen op één zwakke schakel, zat er niets anders op.

Onder oud-minister Wolfgang Schäuble, opgejaagd door de eurosceptische AfD (opgericht door verontruste economieprofessors), gaf Duitsland het goede voorbeeld met een grondwettelijke verplichting tot begrotingsevenwicht en een rem op investeringen in publieke voorzieningen als openbaar vervoer en snel internet. Duitse wegen staan vol files. Dataverkeer loopt tergend traag. Voor overheidsdiensten, elders met drie muisklikken geregeld, vul je stapels papier in. De sociale ongelijkheid groeit.

De jongere lichting economen (van na 1970) vraagt nu: is dit wat wij komende generaties willen doorgeven? Hadden we juist in die jaren met superlage inflatie niet méér moeten investeren? De SPD’er Olaf Scholz, straks wellicht kanselier, stimuleert die discussies sinds hij in 2018 Schäuble opvolgde. Hij benoemde staatssecretarissen en directeuren met nieuwe ideeën. Zij waren het, die tijdens de coronacrisis met Franse collega’s snel een systeem van eurobonds optuigden om getroffen landen met subsidies en leningen te helpen. En burgers begrepen het. De Bondsdag, zo lastig tijdens de eurocrisis, stemde met overgrote meerderheid voor ‘coronabonds’. Zelfs Weidmann bond in.

Wie hem ook opvolgt bij de Bundesbank, wie er ook minister van Financiën wordt – beiden opereren in een atmosfeer die fundamenteel anders is dan tien jaar geleden: flexibeler, opener, rationeler en veel Europeser. Toen Scholz hoorde dat beleggers bij de eerste uitgifte elf keer meer coronabonds wilden kopen dan er beschikbaar waren, zou hij gezegd hebben dat we zoiets vaker moeten doen.

Deze geleidelijke Duitse metamorfose verandert het Europese debat. DNB-president Klaas Knot snapt het. Het Nederlandse bedrijfsleven ook. Alleen onze minister van Financiën doet met een paar kleine landjes, waarvan sommigen niet eens de euro hebben, alsof hij de klok kan terugdraaien. Dat isoleert hem en schaadt ons land, want het verkleint onze invloed op Europese debatten en schotelt burgers illusies voor. Wie zet de ramen eens open bij Financiën?

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.