Foto Olivier Middendorp

Hoe het toerisme op de Zaanse Schans uit de hand liep

Zaanse Schans Het buurtje de Zaanse Schans – géén openluchtmuseum – werd precorona overlopen door toeristen. Niemand wil dat nu meer, maar ieders belangen zijn groot.

Effe eentje proberen dames?” „Helloooo gentlemen!”

„Deutsch? Schone tag Leute!”

In de toeristenstroom vanaf het parkeerterrein naar het ophaalbruggetje, entree van de Zaanse Schans, heeft hij aan één moment genoeg. Eén moment waarop de toerist ontspant, ademhaalt, zich open stelt. Precies op dat moment vangt fotograaf Marco Halff, gepositioneerd achter het bruggetje, de blik van een toerist en brengt diens hele gezelschap, van stelletje tot vriendengroep, tot stilstand. Met een armgebaar dirigeert hij ze dichter bij elkaar – „Come together and smile!” –, buigt voorover, richt zijn camera en ‘klik’.

Volgende. „Greece? Yássou! ti kanis?”

Vandaag is het gezellig druk op de Schans. De zon schijnt, mensen lachen, ze nemen de tijd voor zijn foto – later te koop in de kiosk. Ze staan er relaxter op dan in 2019 ziet Halff, die er al dertig jaar fotografeert. In dat topjaar, toen de Schans ruim twee miljoen bezoekers trok, evenveel als het Van Gogh Museum, vonden ze op de piekdagen geen rust meer om stil te staan voor zijn camera. De dubbeldeksbussen stonden in file voor het parkeerterrein en bij de entree joegen de gidsen hun gezelschappen de Schans op als een schaapherder zijn kudde.

Marco Halff deed zijn best, maar de stroom was niet te stoppen.

De Zaanse Schans, volgens de folder een „uniek, historisch en authentiek molendorpje anno 1850”, ligt op vier hectare in de Kalverpolder onder de rook van Zaandam. Letterlijk, de cacaolucht van de chocoladefabriek aan de overkant van de Zaan kan behoorlijk ruiken.

De Schans is geen openluchtmuseum zoals het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, waar je toegang betaalt. Het is openbaar gebied. Een buurtje in Zaandam met een eigen postcode – 1509 – waar tientallen mensen wonen en werken. Je kunt er als toerist vrij rondlopen en het bakkerijmuseum bezoeken, de tinnegieterij, het museumwinkeltje van Albert Heijn of een demonstratie bijwonen van de kaas- of klompenmakerij. Voor sommige attracties betaal je entree: 5 euro voor de houtzaagmolen, 2 voor de weverij, 12,50 voor het Zaans Museum. Parkeren kost 10 euro, het toilet 70 cent. Maar, wie wil kan zijn portemonnee dicht houden. Dat staat ook groot op de folder: ‘Gratis toegang.’ ‘Free Admission.’

De toeristen bewogen zich over de smalle paadjes langs de molens, het gras vertrappend aan beide zijden, en maakten selfies op de bruggetjes

Maar in 2019 werd de Schans op momenten overlopen, zoals álle toeristische trekpleisters, van Barcelona tot Venetië, Amsterdam, Giethoorn, Kinderdijk. Het was er drukker dan ooit, door globalisering, opkomende economieën, goedkope vliegtickets.

Op de Schans trokken toeristen soms als een massief langs fotograaf Halff om samengedromd op het centrale plein in lange rijen te wachten op een stroopwafel of een souvenir. Ze bewogen zich over de smalle paadjes langs de molens, het gras vertrappend aan beide zijden, en maakten selfies op de bruggetjes tussen de Zaanse huizen, luidruchtig discussiërend over de juiste pose, terwijl bewoners van de Schans minutenlang met een volle boodschappentas stonden te wachten om erlangs te kunnen. Bij de kaasmakerij was de rij soms zo lang, zeker als het regende, dat gidsen hun groepen via de uitgang poogden binnen te loodsen. Ze moesten soms door medewerkers naar buiten worden geduwd om doorloop te houden.

Cultuurtoerist

Nee, dan 2020. Op de Schans klonken weer vogels, bewoners wandelden overdag met de hond over het centrale plein. Massatoerisme had plaatsgemaakt voor dagjesmens: de toerist uit eigen land, de omwonende die al jaren uitkeek op de Schans maar er vanwege de drukte nooit eerder was geweest. Ze lieten zich uitgebreid informeren over de Zaanse houtbouw met zijn karakteristieke dakhelling – 53 graden – en het twaalfknopentouw waarmee de timmerman – analfabeet – zijn hoek afpaste. Dit was ander publiek dan de Aziatische bustoerist die in één middag ook Volendam en Marken aandoet.

De coronatijd als moment van bezinning. Niet alleen de Schans, ál die plaatsen waar toeristen, bewoners en ondernemers elkaar kruisen, staan voor de vraag: willen we terug naar hoe het was?

De Zaanse Schans.

Foto’s Olivier Middendorp

Stichting de Zaanse Schans, die het erfgoed, het parkeerterrein en de toiletten beheert, kwam al vóór corona met een plan voor minder massatoerisme. Liever zou ze haar pijlen richten op ‘de cultuurtoerist’. Ze wil dat doen door een all-in kaart te introduceren waarmee bezoekers voor één prijs alle musea op de Schans kunnen bezoeken, inclusief parkeren en wc. De gemeenteraad heeft vorig jaar met het voorstel ingestemd, maar of die kaart er komt?

Tussen de molens, de kaasjes en de klompen vind je op de Schans ook mannen in grijze pakken met onder hun arm een bruinleren dossiertas. Op hun visitekaartje staat ‘consultant’ of ‘advocaat’. Want al decennia woedt op de Schans een belangenstrijd tussen Stichting, ondernemers, bewoners en molenaars, met als kernvraag: wie is hier de baas?

Balans op de Schans

„Hé, hoi!” Op een bankje op het centrale plein, midden tussen de toeristen, begroet Maarten van der Meer de jongens van parkeerbeheer. Ze groeten hartelijk terug.

Voordat Van der Meer, directeur van Stichting de Zaanse Schans, vertelt over zijn plannen voor de all-in kaart, werpt hij nog een vluchtige blik op het parkeerterrein. Twee touringcars staan er vandaag. „Gisteren waren het er zes.”

Het is een goeie dag. Drukker dan verwacht, maar niet té druk.

Meer „balans op de Schans”, dat is zijn wens. Zodat ook het verháál beter naar voren komt. Opverend: „Elf-honderd molens stonden er ooit in de Zaanstreek. Bedenk eens wat een enorme industriekracht! En dat in de achttiende eeuw, de pre-industriële fase. De Zaanstreek had een grote rol in de handelspositie van Amsterdam. Híér gebeurde het.”

Maar het zijn spannende tijden, zegt Van der Meer. In de herfst en winter is het rustiger, en wie zegt dat de toeristenmarkt zich daarna weer herstelt? „Corona bracht ons in moeilijkheden, nu moeten we gezamenlijk overeind zien te blijven.”

Van der Meer zwaait naar een ondernemer in de verte. „Hoi!”

Geen reactie.

Op de Schans staan partijen lijnrecht tegenover elkaar, vele rechtszaken maken de sfeer er niet beter op. Toen Van der Meer – blauw jasje over een spijkerbroek, eerder GroenLinks-raadslid in Amsterdam – in 2018 op de Schans werd aangesteld wist hij al: dit is geen gemakkelijke klus. Zijn voorgangers hielden het er meestal niet langer dan een paar jaar vol. „Ik wist al meteen: voor sommigen ben ik de vijand.”

Loop mee met Pieter Gravesteijn en je begrijpt een beetje wat er speelt.

„Kijk, dit beeld wil je zien.” Gravesteijn, namens de Stichting verantwoordelijk voor het onderhoud van de gebouwen en tevens secretaris van de Historische Commissie, wijst op de lichte golfslag in het houtwerk van een Zaanse schuur. „Opgeschaafd met de hand.” De planken zijn tegen elkaar dichtgedraaid, „maar niet lúchtdicht, want hout moet ademen”, en niet met een kruiskopschroef maar met een pen-en-gatverbinding.

Een kruiskopschroef op de Schans, dat is een doodzonde. Die hadden ze niet in de negentiende eeuw.

Het erfgoed in de meest zuivere vorm behouden, „dat is het idee van de Zaanse Schans”. Gravesteijn verwijst graag naar Jaap Schipper, geestelijk vader van de Schans. Die vond: je moet het gevoel hebben dat je rondloopt in 1850.

Op de Zaanse Schans moest worden gelééfd, dat is ook beter voor het hout

Architect Schipper, inmiddels overleden, vreesde dat met de bouwwoede na de Tweede Wereldoorlog het Zaanse dorpsgezicht zou verdwijnen en ontwierp een reservaat voor de monumentale houtbouw. Met hulp van onder meer de gemeente Zaanstad verzamelde hij vanuit de hele streek huizen en molens die op de slooplijst stonden en schiep op een braakliggend terrein langs de Zaan vanaf 1959 een buurtje met 23 woningen en zes molens. Geen museum, maar een buurt waarin werd gewoond, gewerkt, gestookt. Er moest worden gelééfd, dat is ook beter voor het hout.

Maar ‘leven’ betekent ook gedoe. Neem alleen al de wooneisen. Die veranderen, maar een Zaans dorpsgezicht uit 1850 verandert niet mee. Dubbel glas? Hadden ze niet in 1850. CV? Ook niet.

Een woonwijk moet worden verlicht volgens de gemeente, maar in 1850 waren er amper straatlantaarns. Op de Schans is het nu ’s avonds donkerder dan wettelijk toegestaan. Bewoners klagen over hangjongeren uit omliggende buurten die de duisternis graag opzoeken om rotzooi te trappen, terwijl sommige ondernemers op de Schans juist hun pand tóch vol in het licht zetten. Een „ééuwige discussie”, zegt Gravesteijn. Met al die partijen gaat hij in gesprek.

„Hier dit pad”, zegt Gravesteijn wijzend naar de grond. „Dit hoort onverhard te zijn. Een smal karrenspoor, negentig centimeter breed.” Inmiddels zijn de meeste paden op de Schans verhard en dubbel zo breed, vanwege de toeristenstroom.

De reuzenklomp van 3,20 meter voor de deur van de klompenmakerij, ook zoiets. Leidde al in de jaren negentig tot een rechtszaak. Hij mocht blijven en is een toeristenmagneet. Maar hadden ze in 1850 reuzenklompen? En hadden ze in 1850 een uitgifteluik voor ijs en stroopwafels, zoals bij de souvenirwinkel aan de overkant? Volgens de ondernemer wel. Die kwam met foto’s en prenten van oude dorpsgezichten en daarop zo’n luik. Is ook al een rechtszaak over gevoerd.

De Zaanse Schans is een buurtje met woningen, molens en enkele bedrijven, zoals de klompenmakerij. Foto Olivier Middendorp

Toen de ondernemers het in coronatijd moeilijk hadden kneep de Stichting in sommige gevallen een oogje dicht. Zoals ze ook toestond dat bewoners een theetuin begonnen. En eerder al een B&B, en nog een B&B. Waarop andere bewoners weer aan de bel trokken, want hállo!?

Eerlijk? Gravesteijn is het ook niet altijd eens met de Stichting. „Dat Vissershuisje”, zegt hij wijzend naar een woninkje achter een sloot. „Dat is in 2002 door de Floriade geschonken aan de Schans. Het is namaak, letterlijk decor.” Druist dat niet in tegen Schippers’ hele idee van de Zaanse Schans, om de klassieke houtbouw te redden?

En dan die nieuwe speeltuin voor kinderen. De Historische Commissie had geadviseerd: laat kinderen spelen met losliggende spullen uit de Kuiperij. Want een speeltuin had je niet in 1850, kinderen speelden met wat ze vonden. Maar het Stichtingbestuur vond dat niet verantwoord. Het resultaat, een strak houten speeltoestel inclusief rvs-glijbaan, had niet Gravesteijns voorkeur. Maar ja.

Soms win je, soms verlies je. Dat is de Zaanse Schans.

Mooiste lach

„Where you from? Saudi Arabia? Shokran! Ma Salama!” „Canada? Thank you for your smile!” „Effe leuk samen op de foto?”

Het trekt wel weer wat aan, merkt fotograaf Marco Halff. Maar zo druk als in 2019 is het nog láng niet. De Aziaten blijven weg, dat was 28 procent van het bezoek op de Schans.

Op die ene vierkante meter voor het ophaalbruggetje heeft Halff de wereld zien veranderen. Hij was getuige van de opkomende middenklasse, eerst in de Verenigde Staten, toen in Rusland, Japan, China, en nu de hele wereld. Filippino’s hebben de mooiste lach, Jemenieten gaan niet zonder familie op de foto. De nieuwste groep die hij voor zijn lens krijgt: Polen die in Nederland werken en hun familie een dagje meenemen naar de Schans.

Fluctuaties zijn er altijd geweest, zegt hij. Toen Sars uitbrak bleven de Aziaten weg, na 9/11 durfden de Amerikanen niet meer te vliegen en met de bankencrisis kwamen er veel minder westerlingen.

Maar dat de héle wereld wegbleef, zoals in de coronatijd, dat was nieuw.

„Ah, daar komen de Duitsers.” In de verte draait een touringcar het parkeerterrein op, Marco Halff controleert de instellingen van zijn camera. Soms duurt het even voordat zo’n Duitse groep bij het ophaalbruggetje is. Hij heeft wel eens gezien dat in het minikeukentje van de touringcar eerst wat Frankfurter-worsten au bain-marie worden bereid. Maar ditmaal gaat het snel. Een groep van 26 dames op leeftijd arriveert met twee gidsen.

„Lachen bitte! Danke Schön, Jungedame!”

Parkeergeld

Het parkeerterrein aan de oostkant, pal naast het centrale plein, is dé plek waar iedereen op de Zaanse Schans dagelijks naar kijkt. Honderdtachtig auto’s en dertig touringcars passen erop. De bezetting bepaalt het humeur van ondernemers, bewoners én dat van Stichting de Zaanse Schans, die het parkeergeld int. 10 euro voor een auto, 25 voor een touringcar.

Want behoud van erfgoed klinkt mooi, maar bedenk eens wat het kost, al dat hout conserveren. Dat lukt volgens de Stichting niet van de huuropbrengsten voor de panden alleen. Alle 23 woningen moeten eens in de vijf jaar geschilderd. En dan heb je nog kosten voor funderingsherstel, renovatie, de stichting zelf: personeel, advies, marketing et cetera.

Meer blik betekent meer bezoek. Daar profiteert niet alleen de Stichting van, ook het Zaans Museum, het Molenmuseum en de zeventien ondernemers. De klompenmakerij waar je óók souvenirs kunt kopen, het bakkerijmuseum waar je óók terecht kunt voor warme stroopwafels, de diamantair, het pannenkoekenrestaurant, de kaasmakerij waar je óók…

Alleen, dan moet het parkeerterrein wel vol staan.

„Zoals het nu loopt gaan wij het niet redden.” Met haar iPad op de bank wikkelt Ingrid Kraakman nog wat mailtjes af. Ze doet de hospitality en sales van de kaasmakerij en woont ernaast, midden op de Schans, samen met haar man Ko, die tevens voorzitter is van een van de twee ondernemersverenigingen op de Schans. Kraakman: „We halen nu nog maar 40 procent van de omzet, vooral via de webshop. Tijdelijk personeel hebben we niet kunnen houden.”

De Stichting halveerde in coronatijd tijdelijk de huren van de panden, maar meerdere bedrijven op de Schans gingen alsnog failliet. De rondvaart, de fietsenverhuur, het Cacaolab.

Balans op de Schans? Cultuurtoerist? Kraakman gaat rechtop zitten. „Denk jij dat een Zaankanter geïnteresseerd is in Hollandse kaas? Dat die hier gaat kopen? Een Zaankanter zal binnenlopen en zeggen: wel érg duur, hè.”

Kaas op de Zaanse Schans draait om beléving. Eerst een gratis demonstratie in de kaasmakerij door medewerkers in klederdracht, daarna 23 soorten kaas proeven, dan kopen. „Voor een flesje water onder de Eiffeltoren betaal je toch ook zes euro?”

Ingrid Kraakman kwam in 1992 als verkoper te werken bij kaaswinkel Henri Willig, die een jaar later de toenmalige kaasmakerij op de Schans overnam. Met dertig winkels en export naar tientallen landen groeide Willig uit tot een marktleider in toeristische kaas wereldwijd. Kraakman met haar blonde haar, felblauwe ogen en beheersing van negen talen, was de ideale ambassadeur. Ze ging jaren als kaasmeisje namens Willig mee op Nederlandse handelsmissies en nog altijd bezoekt ze beurzen in China, Japan, Moskou.

Marco Halff fotografeert al dertig jaar toeristen op de Zaanse Schans.

Een kaasmakerij

Foto’s Olivier Middendorp

Overal waar in de wereld de middenklasse opkomt, duikt zij erop. Hé, een Vietnamese toerist in Nederland? Hup, erheen, mooie locatie afhuren en álle reisorganisaties uitnodigen. 450 touroperators in drie dagen – „zat haast slapend aan tafel” –, beetje humor erbij, Nederlandse kok die asperges serveert met ham en hollandaisesaus, en dan het verhaal van de Zaanse Schans. Windmill Village! Molens! Klompen! Kaas! Musea! „En weet u wat het mooiste is,” zegt Kraakman altijd op het einde, „u kunt de portemonnee dichthouden!” Natuurlijk, elke bijdrage is welkom, want de molens – deze doet het altijd goed – „leven ook niet van de wind”. Maar het hóéft niet.

Touroperators zijn gevoelig voor gratis, weet ze. Chinese gidsen werven hun toeristen in eigen land en leiden ze hier rond in groepen, om aan ze te verdienen. En als ze op de Schans komen verdient die er ook wat aan. Ze bezoeken een museum, een molen, ze kopen een kaasje, een souvenir – meestal gemaakt in hun eigen land – en een op de tien Chinezen is zo rijk dat die direct binnenstapt bij de diamantair, midden op het centrale plein.

Zo werkt toerisme.

Maar dan moet je ze wel hierheen krijgen. En daarvoor, dat weet Kraakman als geen ander, moet je keihard werken. Al die reizen, al die beurzen. Stáát ze weer, op de grootste vakantiebeurs in Londen waar je 5.000 euro voor een halve desk betaalt, om het verhaal van de Zaanse Schans te verkondigen. Ze doet het geregeld samen met de klompenmakerij. „De Schans is groot geworden door de ondernemers”, zegt ze.

De drukte van 2019 hoeft van Kraakman heus niet terug. Dat was op momenten gewoon niet meer leuk. Er was geduw, getrek, irritatie en gidsen riepen „geen tijd” bij de kaasdemonstratie van zeven minuten, soms opgeknipt in vijf talen tegelijk. Er waren momenten dat Kraakman de deur maar even een kwartier dicht hield. Nu-even-niet. „Je kon geen hospitality meer bieden.”

Maar als het plan voor de all-in kaart doorgaat is het volgens haar de vraag of de balans niet doorslaat. Want dan betaalt de toerist één prijs voor bezoek én parkeren en kan zij tegenover de touroperators moeilijk volhouden dat de Schans gratis is. Wie komt er dan nog? En, als de toerist zijn geld uitgeeft aan zo’n all-in kaart, wat blijft er dan nog over voor de kaas?

Ze weet dat ondernemers soms worden weggezet als graaiers. Maar ho eens, ondernemers denken commercieel. „Dat kun je ons niet kwalijk nemen.” Er werken bij haar bedrijf zestig mensen, zestig monden om te voeden. „Misschien,” zegt Kraakman, „is de grootste fout van de Schans ooit geweest om sowieso ondernemers toe te staan”.

Albert Heyn

Op de Zaanse Schans, had geestelijk vader Jaap Schipper gezegd, past best wat nering. Dus opende in de jaren 60 eerst een restaurant en toen het museumwinkeltje van Albert Heyn.

De ‘parel van de Zaanstreek’ werd al snel ontdekt door de toeristenbureaus in Amsterdam en de bezoekersaantallen schoten omhoog. De Stichting, in 1961 opgericht door de gemeente Zaanstad om het erfgoed te behouden, was er blij mee. In 1968 telde de Schans een half miljoen bezoekers en de parkeeropbrengsten voor de Stichting verviervoudigden tot 12.664 gulden en 98 cent. Toen al was er discussie. „Leent de Zaanse Schans zich voor massatoerisme?”, stond in de lokale krant. Zet er een hek omheen, opperde de VVV, dan kun je entree heffen. Ho ho, zeiden bewoners, dit is een búúrt.

De Stichting raakte in de jaren 70 financieel in zwaar weer. De opbrengsten stegen, maar de uitgaven ook, met name voor onderhoud. Het bestuur, destijds vertegenwoordigd door wethouders van de gemeente Zaanstad, zocht extra inkomsten om schulden af te lossen. De overtuiging was dat het geld kon worden binnengehaald door de verhuur van historische panden aan commerciële partijen. En zo betrokken de klompenmakerij, de souvenirwinkel en de kaashandel zowat de grootste panden op de Zaanse Schans. Een later bestuur, met andere wethouders aan het roer, besloot ook enkele panden te verkopen, zoals aan de klompenmakerij en aan de voorganger van de huidige diamantair.

Foto Olivier Middendorp

In de jaren erna – de Stichting was inmiddels geprivatiseerd – stegen de bezoekersaantallen tot één miljoen in 2010. De burgemeester van Zaanstad wilde „alle pijlen richten op internationaal toerisme”.

De Schans werd opgenomen in de ‘Countryside and windmills tour’ van Tours en Tickets – een grote touroperator in Amsterdam. Wéér tweemaal daags een dubbeldeksbus vol toeristen erbij. Niet dat de Schans er veel baat bij had, want na één molenbezoek ging de tour alweer door naar Volendam en Marken. Er was geen tijd voor een museum, een souvenir, een foto bij Marco Halff, een kaasje of een klomp: Tours en Tickets leidt zijn toeristen liever naar de eigen kaashandel in Volendam en de eigen klompenmakerij in Marken. Maar het gaf niet. Vereniging De Zaansche Molen kon er zijn molens van onderhouden, een nieuw molenmuseum van bouwen, en de hele Schans gloeide van trots. Anderhalf miljoen bezoekers in 2015! Straks komen er net zoveel mensen als in het Rijksmuseum! En „drie miljoen”, zei de toenmalig directeur van de Stichting in 2017 in de lokale krant, „kunnen we ook aan”.

Onbeheersbaar

In 2019 stegen de bezoekersaantallen tot boven de twee miljoen en de bedrijfsvoering groeide mee. Zestig fulltime banen bij de kaashandel, veertig bij de klompenmaker, vijfendertig bij de diamantair/souvenirwinkel, achttien bij de Stichting, veertien bij vereniging De Zaansche Molen. En allemaal keken ze naar het parkeerterrein, uitpuilend van het blik. Een tweede parkeerterrein was al ingetekend.

„In die tijd dachten we dat het bezoek niet af te remmen was”, zegt directeur Maarten van der Meer op het centrale plein, waar het kantoor van de Stichting is gevestigd, tegenover de klompenmaker en de diamantair. „We dachten dat het bezoek sowieso zou groeien naar drie miljoen en dat we niet anders konden dan faciliteren. Totdat we inzagen dat het onbeheersbaar werd, en het besef rees: we hóéven niet te groeien.”

De Stichting sprak met ondernemers af de actieve marketing voor de Zaanse Schans te stoppen. En tegen de gemeente Amsterdam, die vanwege de drukte in eigen stad toeristen gretig de Schans op stuurde, zei de Stichting: ‘ho, genoeg’.

Het bestuur van de Stichting, inmiddels vertegenwoordigd door drie onafhankelijke leden en vier ‘stakeholders’ van de Schans – bewoners, ondernemers, Vereniging de Zaansche Molen, Zaans Museum – broedde op een plan. Om de balans op de Schans te herstellen, en ook om tegemoet te komen aan de gemeente Zaanstad, die aan de Schans niets verdiende en ook inkomsten eiste.

Zo ontstond het plan voor de all-inkaart. Vereniging de Zaansche Molen en Zaans Museum waren na aarzeling uiteindelijk vóór. Maar bewoners en ondernemers waren fel tegen.

„Wacht even.” Ton Stam loopt weg uit de woonkamer en komt terug met een koelkastmagneetje. „Kijk, hier staat ons huis op!” Hij en zijn vrouw Ellis hebben er al drie doosjes à tien stuks van gekocht, bij de klompenmakerij. Ze delen ze uit aan vrienden en familie.

Het is wel eens lastig, wonen op de Zaanse Schans. Heb je even de voordeur open laten staan om de boodschappen uit te laden, staan er plots toeristen in je woonkamer. „Privé!”, roepen Ton en Ellis dan. „Zijn ze snel weer weg hoor.”

Het hoort er een beetje bij, zeggen bewoners. Toeristen kloppen op de houten wanden van je huis, of tikken op de luiken om te zien of ze wel echt zijn. Veel bewoners kloppen terug. „Je ziet ze schrikken”, zegt Alko Hoekstra vanuit zijn woonkamer even verderop, schaaltje stroopwafels op tafel. „Ze denken: ooh, wonen hier mensen?” Bij Jan Bosman, die bij de molens woont, plassen ze wel eens tegen de schutting. Of op het pad bij oliemolen De Bonte Hen, tussen de brandnetels. Maar toeristen zijn best redelijke mensen. „Ze zeggen op alles ‘yes’ of ‘I’m sorry’ en zijn altijd vrolijk, want op vakantie.” Zelfs als je ze wegduwt, omdat je er anders niet langs kunt.

Toeristen kloppen op de houten wanden van je huis, of tikken op de luiken om te zien of ze wel echt zijn

De bewoners kunnen ook wel lachen om de gidsen. De onzin die ze beweren! Luisterend door de houten wand – één plank dik – hoort Alko Hoekstra dat zijn voordeur ooit toegang verschafte tot een werkplaats, tot het eerste huis op de Zaanse Schans, dat de deur een dienstingang was, of alleen geopend werd bij rouwen en trouwen. Soms schuren de toeristen met hun achterlijf tegen de deur of maken ze foto’s van zijn kat achter het raam. Of doen ze het geblèr na van de schapen in het weiland aan de overkant.

Ach, ze hebben er zelf voor gekozen, wonen op de Schans. Hoekstra en zijn vrouw kwamen, net als Ton en Ellis, uit nieuwbouw en vielen voor de charme van de Zaanse houtbouw, de tegeltjes op de schoorsteenmantel in hun woonkamer, de omgeving. „Semi-landelijk.”

Op de Schans is best wat sociale controle. Er wordt scherp op de tuintjes gelet en de bewoners, de meesten zestigplus, bellen elkaar op als er een in het ziekenhuis ligt, of als er een zakkenroller actief is. Er is een jaarlijkse barbecue en een buurtapp waarin zaken als gebrekkig onderhoud en huurverhoging worden besproken. En ’s avonds na zes uur, als de laatste touringcar vertrokken is, is de Schans van hen. Dan komen ze hun huizen uit voor een praatje of een borrel in de voortuin.

Maar in 2019 vertrokken de touringcars niet meer. Ze stonden er tot in de avond. Hoekstra en zijn vrouw zeiden tegen elkaar: „Het stopt nu niet meer”.

Bewoners zijn zeker voor meer ‘balans’. Maar liefst geen grootse plannen. Goed onderhoud van de panden, dat vinden ze belangrijk. Daarvoor betalen ze maandelijks een stevige huur. En nee, géén all-inkaart. „Dan voelt het alsof we in een openluchtmuseum wonen”, zegt Alko Hoekstra, voorzitter van de bewonersvereniging. „Alsof de Schans straks niet meer openbaar toegankelijk is en wij het decor zijn.”

Zijn vrouw: „Moeten we dan in klederdracht voor het huis gaan zitten?”

Kruiskopschroeven

De Zaanse Schans, waarheen? Hoe vaak die vraag al niet gesteld is. Adviesbureaus bogen zich erover, er verschenen rapporten met titels als ‘Spijkers met koppen’, ‘Balans op de Schans’, ‘Bezinning op de Schans’, en telkens een nieuw plan. Waarna de onrust toenam, clubjes werden gevormd, mannen in grijze pakken opgetrommeld, en iedereen weer positie innam aan de ovalen tafel in de commandeurskamer van restaurant d’ Swarte Walvis.

Hoe vaak ze daar al niet zaten.

Om de impasse te doorbreken schakelde de gemeente Zaanstad in 2019 Johan Remkes in, de huidige informateur van het kabinet. Maar ook die kwam er op de Schans niet uit. Remkes concludeerde na vele gesprekken dat de belangen te ver uit elkaar liggen om bemiddeling te laten slagen. Oplossing: het bestuursmodel van de Stichting moet veranderen. Remkes pleitte voor een bestuur op afstand met drie onafhankelijke leden. Maar of dát er komt, is ook maar weer de vraag.

„We zouden met de hoofdlijn kunnen beginnen”, zegt Jan de Haas, balpen in de hand, in de overlegruimte boven de klompenmakerij, pal op het centrale plein, zitten drie mannen aan een houten tafel, dossiermappen paraat.

Als de laatste touringcar is vertrokken, komen de bewoners hun huizen uit voor een praatje of een borrel in de voortuin

De Haas is aangetrokken als adviseur en commissaris van die ándere ondernemersvereniging op de Schans. Daarin zijn ook de ondernemers vertegenwoordigd die hun pand hebben gekocht van de Stichting. Zij zijn de meest fanatieke tegenstanders van het all-in plan.

„Hier, neem er één”, zegt Mark van Dorth een doos koekjes naar voren schuivend. Nee, geen stroopwafels ditmaal. Die komen zijn neus uit. Van Dorth is de diamantair en voorzitter van de ondernemersvereniging. Willem Kooijman, van de klompenmakerij, zet alvast zijn leesbril op. Hij heeft een flinke stapel A4-tjes mee. „Weet je wat het is,” zegt hij, „we vertrouwen de Stichting gewoon niet meer”.

Waarom mag de theetuin uitbreiden en mogen bewoners hun huis verbouwen tot B&B, en stond de Stichting bij een andere souvenirwinkel ooit zelfs de verkoop van elektrische apparaten toe? En waarom – Willem Kooijman gaat staan en wijst naar de pen-en-gatverbinding in zijn eigen pand – zitten er in de houten wanden van het Wevershuisje, nota bene neergezet door de Stichting, wél kruiskopschroeven? „Moet ik niet proberen, hoor.”

En dan is de Stichting weer boos dat zíj zich niet aan de afspraken houden. Dat zíj een reuzenklomp neerzetten, een uitgifteluik bestieren, vijf vlaggen aan elke gevel hangen terwijl één is toegestaan. Ja, hallo, de Stichting heeft haar panden zelf aan hen verkocht. Haar eigen souvenirwinkel, met destijds een verplichte doorgang voor alle bezoekers, heeft ze zélf van de hand gedaan. En nu wil de Stichting met dat all-in idee dus ook nog eens hún klanten afnemen.

Mark van Dorth: „Heb je wel eens op de website gekeken van de Zaanse Schans?” Op de site, beheerd door de Stichting, staat niet zo prominent dat de entree kosteloos is. Kooijman en Van Dorth zijn daarom zelf eens bij de ingang folders gaan uitdelen met daarop groot het woord ‘Gratis’. Kooijman: „Nou, we werden weggestuurd.”

„Je wórdt ook rebels”, zegt Van Dorth. Dus nee, als de directeur van de Stichting hem groet op het centrale plein, dan groet hij niet terug. „Daarvoor is er te veel gebeurd.”

„Wij willen niets liever dan alles in goed overleg” zegt Kooijman. „Maar we hebben het gevoel dat er nooit naar ons geluisterd wordt. Je mag aanschuiven, maar zíj bepalen.”

Toeristen op de Zaanse Schans

Foto’s Olivier Middendorp

Ook het nieuwe bestuursmodel van Remkes zien ze niet zitten. Want hoe onafhankelijk zal dat nieuwe bestuur zijn? Zal die niet sowieso de all-in kaart willen doordrukken? Ze hebben het gevoel dat de Stichting en de gemeente twee handen op één buik zijn – „vriendjespolitiek”.

Hoe de verhoudingen liggen bleek eerder deze maand bij een rechtszaak aangespannen door de Stichting tegen de ondernemers. Die zaak ging over Remkes’ nieuwe bestuursmodel dat niet kan doorgaan omdat de ondernemers uit het bestuur zijn gestapt – waardoor nu ook de all-in kaart op losse schroeven staat. De Stichting had twee advocaten op de zaak gezet, de gemeente ook nog een, én een jurist. Voordat de zitting begon stonden ze met z’n allen in het halletje bij elkaar. En de ondernemers? Die stonden tien meter verderop, met één advocaat. Kooijman: „Weet je wel hoeveel zoiets kost?”

De tegenpartij, weten ze, is gepokt en gemazeld. Dus ja, natuurlijk zitten zij hier nu met hun dossiermappen paraat, balpen in de hand. „We moeten wel”, zegt Jan de Haas.

Hoe nu verder? Is er nog een kans om de impasse te doorbreken?

Draaien voor het plaatje

Aan het einde van de Schans, ver weg van het centrale plein, weg van het gekonkel, kijkt Martin Schaap uit over de molens langs de Zaan. Hij zit aan een picknicktafel bij het gloednieuwe molenmuseum en ziet de wieken vandaag alleen draaien voor het plaatje. „Windkracht drie, slappe wind.”

Opgegroeid aan de overkant van de Zaan zag hij als dertienjarige vanaf het Hazepad nabij het sluisje de monumentale houtbouw aankomen per schip. Hij zag de Schans groeien en groeien en hijzelf groeide mee. De bezoekersaantallen stegen en iederéén profiteerde. De Stichting, de ondernemers, de molens, hijzelf. Eerst als vakantiekracht bij de mosterdmolen, nu als vrijwilliger in het molenmuseum – dat er zonder Tours en Tickets misschien niet eens gekomen was.

Martin Schaap voelt zich, zoals vele Zaankanters, verbonden met de Zaanse houtbouw en de Schans. „Het is een stukje van jezelf geworden.” Maar hij zag het ook misgaan. Zoals alle toeristencentra ontsnapte ook de Schans niet aan de wetten van de markt. Telkens nieuwe wethouders die allemaal „groter en mooier” wilden, de mensen van het erfgoed hadden amper een stem. Die wethouders lieten de commercie zelf toe, om te verdienen aan de korte termijn. Over de lange termijn dacht niemand na.

De Zaanse Schans legde zich aan het infuus van de toeristen en toen hij eenmaal werd overlopen, waren de belangen van alle partijen al zo ver uit elkaar gegroeid dat ze er samen niet meer uit kwamen. „De Schans groef zijn eigen kuil.”

En nu? „De hele wereld staat nu voor de vraag hoe het verder moet”, zegt Schaap. „Meer toerisme, meer Tata, meer KLM. We hebben onszelf ervan afhankelijk gemaakt. Een stap terug betekent versobering, banenverlies. Zijn we als mensheid bereid zo ver te gaan?” Het is niet de vraag of we een stap terug willen doen, denkt hij. De vraag is of we dat nog wel kúnnen.

„Poland? Dzień dobry.” „Eén, twee, drie… ” Bij het ophaalbruggetje gebaart Marco Halff een groep bij elkaar. „Come together and smile!”