Will Tiemeijer: „Elk mens is zonder tegenbericht geneigd te denken dat de meeste mensen zoals hem- of haarzelf zullen zijn.”

Foto Roger Cremers

Interview

Overheid verwacht te veel van de burger

Will Tiemeijer | Hoogleraar gedragswetenschap Beleid wordt gemaakt voor de ideale burger maar is daardoor niet goed afgestemd op de werkelijkheid, vindt bijzonder hoogleraar gedragswetenschappen en beleid Will Tiemeijer.

Stel je twee mensen voor. De een scheurt enveloppen direct open, vult alle formulieren in, betaalt meteen de rekeningen. Hij heeft geen vreetkicks en wel spaargeld. De tweede persoon is anders. Die wíl zich wel aan regels, deadlines en goede voornemens houden, maar dit lukt niet altijd. Soms doet hij dingen die je irrationeel zou kunnen noemen, of asociaal.

De eerste persoon is de burger zoals Haagse beleidsmakers hem zien, zegt Will Tiemeijer, onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en bijzonder hoogleraar gedragswetenschappen en beleid aan de Erasmus Universiteit. Deze burger is zowel ondernemend als verantwoordelijk: hij volgt zijn eigenbelang, maar denkt óók aan de samenleving. Hij heeft nooit een slechte dag – burger één is 24/7 verstandig.

De tweede is de burger zoals hij ís. Soms gedisciplineerd, soms wat minder; vol goede bedoelingen en karakterzwaktes. Of eigenlijk is ‘de burger’ überhaupt geen goede term, vindt Tiemeijer, want de ene burger is de andere niet. Sommige mensen zijn goed in vooruitdenken en hebben zelfdiscipline, andere minder.

Het beleid is niet goed afgestemd op deze werkelijkheid, zegt Tiemeijer. Dat komt doordat er, wanneer het wordt uitgestippeld, geen gedragswetenschappers aan tafel zitten. Deze vrijdag pleit Tiemeijer, van huis uit communicatiewetenschapper maar inmiddels ook thuis in de psychologie, in zijn oratie voor het betrekken van psychologen en gedragseconomen bij het ontwerpen van nieuw beleid.

„Sinds een jaar of tien wordt er al meer gebruikgemaakt van inzichten uit de gedragswetenschappen”, zegt Tiemeijer een week voor zijn oratie in het WRR-pand tegenover het Binnenhof. „Door de financiële crisis is de belangstelling voor irrationaliteit toegenomen. En in 2008 kwam het boek Nudge uit, over de manieren waarop je het gedrag van burgers subtiel kunt beïnvloeden. Maar dat nudgen wordt gebruik om bestáánd beleid te optimaliseren. Als dat beleid in de basis niet deugt, kun je communiceren en nudgen tot je een ons weegt.”

Lees ook: Raad van State: bescherm burger tegen politieke grillen

Waar leidt die onrealistische blik op de burger toe?

„Aan het toeslagensysteem kun je goed zien hoe het mis kan gaan. Het stelsel is gebouwd op het idee dat mensen zich ervan bewust zijn dat ze na een paar jaar misschien iets moeten terugbetalen, en dus voor de zekerheid een potje geld opzij zetten. Maar niet iedereen heeft die zelfcontrole of kan zich dat permitteren. Het hele systeem zit psychologisch niet zo handig in elkaar. Een ander voorbeeld is de aanname dat als mensen bij het UWV verkeerde informatie doorgeven, dat wel zal getuigen van kwade wil. Het idee dat mensen soms ook even niet precies begrijpen hoe het zit, of onder druk een fout maken, wordt slecht afgedekt in deze manier van denken.”

U zegt dat de overheid uitgaat van de ondernemende en verantwoordelijke burger. Zijn die twee eigenschappen sowieso niet met elkaar in strijd?

„Ja, ze gaan lang niet altijd goed samen. Er worden tegenstrijdige eisen aan mensen gesteld. Maar mijn voornaamste punt is niet zozeer om die spanning te laten zien, maar om te tonen wat ze gemeen hebben: het idee dat je flink vooruit kunt denken en vanuit dat verre toekomstbeeld je gedrag kunt afstemmen.”

Gaat dat idee uit van de mens zoals die is, of zoals die zou moeten zijn?

„In de klassieke economie, waarop dit deels gebaseerd is, zit een zekere dubbelzinnigheid. Soms zeggen economen: we beschrijven mensen zoals ze zijn. En soms zeggen ze: het is handig om te veronderstellen dat ze zo zijn, want daar kun je mooie voorspellingen mee doen. Maar uit die veronderstellingen worden vervolgens wel allemaal concrete beleidsaanbevelingen afgeleid. Kijk naar de liberalisering van de taximarkt in de jaren negentig. Het idee was: mensen gaan dan op zoek naar de meest gunstige prijs-kwaliteitverhouding. Nou ja, loop het station uit terwijl je haast hebt en je weet: zo werkt het niet. Nog los van dat niet iedereen het talent en zin heeft om in onderhandeling te gaan met een taxichauffeur. Als gevolg daarvan werd het taxivervoer niet goedkoper en beter, maar duurder en slechter.’’

Lees ook dit essay: Hoe overheid en burger elkaar kwijtraakten

In uw oratie zegt u dat bepaalde eigenschappen veel lastiger zijn aan te leren dan nu vaak wordt aangenomen. Met wat voor karaktertrekken heb je als burger nou echt een voorsprong?

„Zelfcontrole bijvoorbeeld. Het vermogen om je impulsen te reguleren en verleidingen te weerstaan is vaak net zo belangrijk als cognitieve vaardigheden zoals intelligentie. Dat geldt ook voor het visualiseren van je toekomst, ook wel mentaal tijdreizen genoemd. Net als intelligentie zijn deze eigenschappen voor een behoorlijk gedeelte een kwestie van genen. Er is een normaalverdeling: sommigen hebben veel, sommigen hebben weinig, de meesten zitten er tussenin.”

Wat heeft er, naast genen, nog meer invloed op?

„Wat je in de eerste jaren van je leven krijgt aangeboden vanuit je opvoeding. Dat heeft ook te maken met het milieu waarin je opgroeit. Voor mensen uit de middenklasse is de deal: als jij nu hard werkt en goed studeert, zal het leven je later belonen met een goede baan, een fijn gezin et cetera. Voor mensen in bepaalde gedeelten van de samenleving geldt die deal niet. Als jij opgroeit in een omgeving waarin het leven zich niet aan de afspraak houdt, dan ga je dat internaliseren. En dan is de kans groter dat je een relatief nu-gerichte oriëntatie ontwikkelt.”

Valt daar dan niets meer aan te doen?

„Het is niet zo dat mensen zijn gedetermineerd voor de rest van hun leven, maar hoe ouder je wordt, hoe lastiger het is om het te veranderen.”

Denkt u dat eigenschappen als zelfcontrole juist bij beleidsmakers meer aanwezig zijn?

„Ja, mensen die beleid maken hebben over het algemeen een relatief hoge intelligentie, en ook op die non-cognitieve eigenschappen zullen ze het betrekkelijk goed doen, schat ik zo in. Anders waren ze niet op die positie gekomen.”

Kan dat hun rooskleurige beeld van de burger verklaren?

„Het zal zeker meespelen. Elk mens is zonder tegenbericht geneigd te denken dat de meeste mensen zoals hem- of haarzelf zullen zijn. Dat geldt ook voor de beleidsmakers in Den Haag. Veel beleid op het gebied van problematische schulden gaat uit van het idee dat mensen rationele dingen blijven doen. Maar mensen met schuldenproblemen kwamen voor een deel in de schulden omdat ze überhaupt al niet zo goed waren in plannen en rekenen en zich houden aan voornemens.”

Wat stelt u voor om te veranderen?

„Aan de beleidstafels waar de grote besluiten worden genomen, zoals bij het regeerakkoord, zitten vaak juristen en economen. Ik zou willen dat er ook iemand zit die het gedragswetenschappelijke perspectief behartigt. Die zegt: allemaal leuk bedacht, maar past dit bij hoe mensen in elkaar steken? Psychologen hebben nauwelijks toegang tot de wereld van politiek en beleid. Dat zag je ook bij corona. De virologen zaten wel in het Catshuis, en de gedragswetenschappers niet. Terwijl dit probleem bij uitstek een gedragswetenschappelijke kant heeft.”

Op welk moment had een gedragswetenschapper geadviseerd het anders te doen?

„Bijvoorbeeld toen deze zomer in één keer allemaal regels werden afgeschaft. En ook op het gebied van de communicatie. De Jonge zei onlangs vrij stellig in een persconferentie: laat je nou vaccineren, want het is goed voor je medeburgers. Waarbij de assumptie was dat vaccinsceptici zich dat niet realiseren. Maar veel mensen die zich niet willen laten vaccineren weten heus wel dat ze anderen kunnen besmetten. Hun punt is alleen: ik vertrouw die vaccinatie niet. Ik dacht: regering, verdiep je nu toch wat beter in je doelgroep.”

Lees ook: De burger moet zijn overheid weer herkennen (commentaar)

Heeft de overheid in de coronacrisis ook overschat hoeveel zelfcontrole mensen hebben?

„Je zag soms dat de overheid dacht, als mensen zich niet goed aan de regels hielden: ze willen het niet. Maar weten is nog geen doen. Dat mensen zich niet altijd aan de regels houden betekent niet per se dat ze die niet onderschrijven, maar dat het moeilijk is. Mensen kunnen niet aan alles tegelijk denken en altijd de controle houden, maar hun intenties zijn vaak goed. Ik vind dat een mooi inzicht, want het leidt tot een positiever mensbeeld.”