In het jaar 1021 kapte een Viking een Canadese boom

Archeologie Eindelijk is bekend wanneer Vikingen op Newfoundland zijn geweest. Heel precies zelfs, dankzij een nieuwe dateringsmethode.

Een gereconstrueerd Vikingengebouw naast de archeologische vindplaats l’Anse aux Meadows op Newfoundland.
Een gereconstrueerd Vikingengebouw naast de archeologische vindplaats l’Anse aux Meadows op Newfoundland. Foto Glenn Nagel Photography

Eindelijk is de middeleeuwse Noorse nederzetting op Newfoundland precies gedateerd. Buiten de twee middeleeuwse nederzettingen op West-Groenland is deze overwinteringsnederzetting in het huidige Canada de enige plaats in Noord-Amerika waar met zekerheid de aanwezigheid van Noormannen is vastgesteld.

Met een gloednieuwe dateringsmethode, die gebaseerd is op extreme piekjaren in C14-gehalte, heeft een onderzoeksteam onder leiding van de Groningse onderzoeker Michael Dee nu vastgesteld dat er zeker in het jaar 1021 – toevallig dit jaar duizend jaar geleden – Europeanen zijn geweest in nederzetting l’Anse aux Meadows. Dat blijkt uit de datering van vier met ijzer bewerkte stukken hout. Het team doet deze woensdag verslag in Nature.

We dachten eerst: oh jee, dat is wel heel gek

Margot Kuitems archeoloog

„Toen alle vier dateringen uitkwamen op hetzelfde jaar dachten we eerst: oh jee, dat is wel heel gek. Maar het blijkt echt zo te zijn”, vertelt de Groningse archeoloog Margot Kuitems, lid van het onderzoeksteam, in een telefonische toelichting. „In theorie kan het dus zijn dat dit Vikingkamp maar één jaar in gebruik is geweest, maar om allerlei andere redenen is dat bijzonder onwaarschijnlijk. Wat we gedateerd hebben is afvalhout, waar stukken van zijn afgehakt die werden gebruikt. Waarom deze stukken allemaal in hetzelfde jaar bewerkt zijn en in dat moerasje zijn gegooid, weten we niet. Was het misschien het jaar van het definitieve vertrek, of juist van de aankomst? We weten het gewoon niet.”

Een houtfragment uit l’Anse aux Meadows gezien door een microscoop. Foto Petra Doeve

Maar, zegt Kuitems, we hebben nu wel „een volkomen vaststaande datering van het verblijf van deze Europeanen in Noord-Amerika, dit is het eerste punt waarop de mensheid de hele wereld omcirkeld heeft.” Het is het moment waarop de nazaten van de mensen die na de expansie uit Afrika, 70.000 jaar geleden, oostwaarts Azië en daarna ook Amerika introkken voor het eerst weer in contact kwam met de nazaten van de mensen die toen westwaarts waren gegaan, Europa in. Zuiver vredelievend waren die contacten overigens niet, zo kan uit IJslandse verhalen worden afgeleid.

Extreem veel C14

De datering van de stukken hout is gebaseerd op een ontdekking uit 2012 dat jaarringen in oud hout in bepaalde jaren extreem veel van het koolstofisotoop C14 bevatten, wel acht keer zo veel als normaal. Waarschijnlijk worden die pieken veroorzaakt door zonnestormen die leiden tot een tijdelijke overmaat aan kosmische straling. Het jaar 775 was zo’n jaar, en ook 993.

Voor datering is zo’n C14-afwijking eigenlijk een probleem omdat extra C14 een voorwerp ineens veel jonger kan doen lijken, maar Michael Dee uit Groningen realiseerde zich dat deze afwijkende jaarringen ook gebruikt kunnen worden als een marker, als je een geschikt stuk hout kunt vinden waar je de jaarringen vanaf dat afwijkende jaar kunt aftellen tot het jaar van de kap.

Vorig jaar werd zo door het Groningse team al een bijzonder Manichees klooster van de Oeigoeren in Mongolië gedateerd. Die bleek uit 777, twee jaarringen na de 775-piek. Kuitems: „Michael Dee zocht ook een historische gebeurtenis om te dateren op basis van het jaar 993, zo kwamen we in contact met de Canadese archeologen van l’Anse aux Meadows.”

Lees ook: Vikingen op de Azoren

De nieuwe datering bevestigt vermoedens over de datum van het Noorse verblijf in l’Anse aux Meadows, dat pas zestig jaar geleden werd ontdekt. Van de twee Noorse nederzettingen op Groenland, die kort voor het jaar 1000 werden gekoloniseerd vanuit IJsland, zijn al in de achttiende eeuw veel resten teruggevonden toen een Deense bisschop er eens ging kijken of die dorpjes uit de oude verhalen eigenlijk nog bewoond waren.

Semi-permanent kamp

Maar voor de jaren durende expedities die de Noorse Groenlanders volgens de IJslandse Groenlendinga saga (‘het verhaal van de Groenlanders’) en de Eiríks saga rauða (‘het verhaal van Erik de Rode’) in de elfde eeuw zouden hebben uitgevoerd, werd pas begin jaren zestig bewijs gevonden, toen twee Noorse archeologen op Newfoundland resten van een semi-permanent kamp ontdekten.

Op grond van voorwerpen en het gebruik van ijzer (dat bij de lokale bevolking onbekend was) was dat duidelijk Noors. De C14-dateringen uit de jaren zestig en zeventig waren onbruikbaar door de te grote marges, maar wegens de stijl van de voorwerpen en de informatie uit de sages werd uitgegaan van een verblijf aan het begin van de elfde eeuw. Door de vondst van wilde walnoten in l’Anse aux Meadows werd ook het bestaan bevestigd van Vinland, het dan toe slechts legendarische wijnland uit de IJslandse sages. In Newfoundland groeien geen druiven, maar verder naar het zuiden waar die walnoten groeien groeien wél druiven. Uit de archeologische vondsten was duidelijk dat het hier om een tussenstation ging op weg naar Vinland en het ook nog steeds niet precies gelocaliseerde Markland (bosland). Op expeditie vanuit en terug naar Groenland (1.200 km over de Zee van Labrador) repareerden de Noormanen in l’Anse aux Meadows hun schepen en ze rustten er uit van die zware zeereizen. Door het korte zeilseizoen kon de reis tussen het verder gelegen Vinland en Groenland niet in één seizoen worden gemaakt zodat er altijd een tussenstop nodig was, waarschijnlijk gebeurde dat dus in l’Anse aux Meadows.