Een tuin uit de tijd van excentrieke opdrachtgevers

Parkzicht In Steenwijk laten een bijzondere villa en een park zien hoe ruim honderd jaar geleden een nieuwe tijd begon, ziet Wim Pijbes.

Foto Sake Elzinga

Nog voor de vijftig miljoen bezoekers aan de Exposition Universelle, de grote wereldtentoonstelling in 1900 in Parijs, kennis konden nemen van het wonder van de nieuwe tijd – de metro met sierlijk gietijzeren toegangshekken van Hector Guimard, de grootsheid van de voor deze gelegenheid geopende Gare de Lyon en Gare d’Orsay en het overdonderende Grand Palais – werd een jaar eerder in Steenwijk een majestueuze villa opgeleverd. Een stralend bouwwerk in de prille stijl van de nieuwe eeuw, de art nouveau ofwel jugendstil. De Amsterdamse ingenieur-architect Dolf van Gendt, bekend van het Concertgebouw, markeerde in Steenwijk de moderne tijd.

Van Gendt, die leidinggaf aan het destijds grootste architectenbureau van ons land, draaide zijn hand er niet voor om bouwstijlen naar wens van de opdrachtgever te ontwerpen. Het prijsvraagontwerp waarmee hij de opdracht voor Villa Rams Woerthe won, met als thema Fortuna, laat zien dat deze architect zich goed informeerde over de wensen en ambities van zijn bouwheer, zoals hier de industrieel, politicus en filantroop Jan Hendrik Tromp Meesters. Deze was in 1895 door erfenis van bedrijf en kapitaal ineens hoog vermogend en zette in zijn geboorteplaats de houthandel van zijn vader voort.

En zo betrok hij in zijn huwelijksjaar 1899 het Downton Abbey van Overijssel. Kosten noch moeite werden gespaard. De weelderige decoraties, het sierlijke smeedwerk, het glas-in-lood, de rijke materialen, alles ademt luxe, de nieuwe tijd en het elan van toen. Een jonge generatie zelfbewuste industriebaronnen betreedt het toneel en sticht, ook in Nederland, landhuizen in het groen en villa’s in nieuwe wijken op of rond de geslechte voormalige stadswallen. De stijl is vaak nog eclectisch, maar liever wordt gezocht naar iets vooruitstrevends dat definitief breekt met het verleden. En dat is goed te zien in Rams Woerthe, waarvan de naam is afgeleid van woerthen, dat weidegronden betekent, ooit het bezit van de Steenwijkse burgemeester Ram.

Villa en park Rams Woerthe zijn ontworpen als een gesamtkunstwerk waarbij alles op elkaar is afgestemd en het totaal meer is dan de som der delen. Wanneer ik door de sierlijke poort naar binnen ga en de villa nader, betreed ik een andere tijd. De echte verrassing ligt achter het huis. Hier stap ik in een andere wereld en laat de drukte en dagelijkse beslommeringen achter me. De architectuur van het huis geeft letterlijk uiting aan deze rite de passage. Waar de voorgevel nog in decoratief, zwaar baksteen is uitgevoerd, is de gevel aan de parkzijde wit gestuct, open en licht. Vanuit de veranda is het uitzicht op het park weids en weldadig.

Het inrichtingsontwerp van Hendrik Copijn sluit, in een eigen versie late landschapsstijl, prachtig aan op het huis. Langgerekte paden voeren de wandelaar over het uitgestrekte perceel. Op tien hectare is langs de centraal gelegen slingerende vijverpartij en het ruime hertenkamp opvallend veel variatie te beleven. In het oorspronkelijke ontwerp was ruimte voor tuinsieraden waaronder een theekoepel, muziektent, openluchtkegelbaan en verschillende kassen. Veel is verdwenen, maar de theekoepel ademt nog steeds de grandeur van toen.

Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga
Foto’s Sake Elzinga

Copijn experimenteerde met inheemse plantengroepen en schuwde tegelijk het exotische niet. In de kassen groeiden orchideeën en palmen en zelfs vleesetende bekerplanten. Nederland kende nog excentrieke opdrachtgevers die zich maar al te graag te buiten gingen aan smaakvolle buitenissigheden. Monumentale moerascipressen geven het landschapspark een uitheems accent. Reusachtige bomen zijn het inmiddels, want de stichter had, zoals meer nieuwe rijken (ook toen al), niet het geduld om eindeloos te wachten – en daarom werden volgroeide exemplaren geplant. Want waarom wachten als het sneller kan? Voortaan zouden de automobiel, het stoomschip en de telefoon immers tijd en tempo bepalen.

Het geluk dat door Van Gendt met zijn prijsvraagontwerp nog was beloofd, zou echter niet lang duren. In 1908 overleed Jan Hendrik Tromp Meesters, 53 jaar oud, „(…) een man met open oog voor maatschappelijke noden en behoeften, een philantroop in den rechten zin des woord”, aan „een langdurige ongesteldheid”, zo lees ik in zijn overlijdensbericht uit 1908. Misschien was het wel neurasthenie, de snel om zich heen grijpende ziekte waaraan vooral hoogopgeleide mannen bezweken. Opgejaagd, oververmoeid en overspannen door de ontwikkelingen van de moderne maatschappij, de veranderende machtsverhoudingen, mondigheid en machines in die nieuwe tijd van toen.