De waarheid van Squid Game: kinderspelletjes zijn horror

Annamaria Koekoek Kinderspelletjes zijn vaak een strijd op leven en dood. wist dat allang.

Squid Game: knikkeren.
Squid Game: knikkeren. Foto Netflix

Ik kijk naar Squid Game, geniet en denk: ben ik even blij dat ik liever binnen zat. Buitenspelen? Mij niet gezien. Buiten deden ze spelletjes en die waren doodeng. Ging ik knikkeren dan was ik direct mijn knikkers kwijt. Bij verstoppertje was iedereen verdwenen. Bij Annamaria Koekoek won het populaire meisje, ook al bewoog ze – ik zag het duidelijk. Mocht ik meedoen met tikkertje dan viel ik een gat in mijn knie. Bij in-spin-de-bocht-gaat-in geselde het springtouw mijn blote kuiten. En wie werd er als laatste gekozen bij trefbal? „Wij nemen haar wel”, klonk het – maar meedoen voor spek en bonen is een afgang.

Foto Noh Juhan / Netflix

Kinderspelletjes zijn horror. Ik wist het altijd al en nu geeft Squid Game me gelijk. Ja, daar spatten kogels in hoofden en er vloeit bloed als bessensap, maar dat is in dit genre altijd zo. De serie is bijzonder omdat kinderspelletjes worden genomen voor wat ze zijn: een strijd op leven en dood. In Squid Game betekent verlies de kogel. Bij mij in de straat betekende verlies vernedering – je kon nog beter dood zijn.

Lees ook: Jongeren zien hun eigen ‘grimmige toekomst’ verbeeld in Netflix-serie Squid Game

Alles komt in de serie aan de orde: vriendschap sneuvelt als er gewonnen moet worden. Wie aardig doet is af. Het draait om pesten en intimideren en vals sentiment. En ja hoor: knikkeren is huilen.

In Squid Game zijn de spelers geselecteerd op gokschulden en dat is niet voor niets. Zij weten: wie mag meedoen is overgeleverd aan de genade van de andere kinderen. Alleen als jij wilt zijn als zij, dan maak je kans.

En nu gaan ze er allemaal aan. Mijn wraak is zoet.