Opinie

Aboutalebs stilte na het ongebreideld machtsvertoon door de politie bij het woonprotest is oorverdovend

Column Rotterdam

Hasna El Maroudi

Politici en andere gezagsdragers klagen geregeld over het gebrek aan vertrouwen bij het volk. Er worden hele trajecten opgezet om het vertrouwen te verbeteren, terwijl de oplossing voor wankele relaties vrij simpel is: neem kritiek ter harte en neem verantwoordelijkheid wanneer iets fout gaat. Zoals het politieoptreden bij de Woonopstand afgelopen weekend in Rotterdam. Vertrouwen moet je verdienen, maar de gemeente, met burgemeester Aboutaleb voorop, doet er bar weinig aan om dat vertrouwen te winnen.

Zo schrok ik me vorig weekend rot van het artikel in deze krant dat gemeenten heimelijk opdracht hebben gegeven tot undercoveroperaties in verschillende moskeeën. Ook in onze stad werden onderzoekers van een particulier bureau naar islamitische organisaties gestuurd om daar te infiltreren en informatie op te halen. Iets wat niet zomaar mag.

Of het bericht dat Rotterdam ‘hoog risico algoritmen’ blijft gebruiken om eventuele bijstandsfraude te kunnen aanpakken. Eerder oordeelde de rechter dat de inzet van SyRI – een soortgelijk systeem dat als vangnet over hele wijken werd gegooid – onmiddellijk gestopt moest worden vanwege het grote risico op discriminatie. We zijn nog geen jaar verder en de gemeente lapt de kritiek van de Rekenkamer al aan haar laars.

In Rotterdam lijken gezagsdragers het altijd beter te weten. Nadat VN-rapporteurs aan de bel trokken en schreven dat de sloop van de Tweebosbuurt „mogelijk in strijd is met de mensenrechten”, zette Aboutaleb direct zijn hakken in het zand. „Ik ben geen burgemeester van een stad waar mensenrechten worden geschonden. Dat weiger ik te accepteren”, zei de burgervader verwijzend naar Zuid-Afrika en Mumbai, waar het er pas écht slecht aan toegaat. Alsof dat de norm is.

Zodra zijn burgers klappen krijgen van de hoeders van de wet, zie je Aboutaleb niet

Die hakken in het zand waren afgelopen weekend ook aanwezig bij de Woonopstand, deze keer in de vorm van ongebreideld machtsvertoon door de politie. Agenten hadden op de Erasmusbrug een fuik gecreëerd omdat er volgens de politie „signalen waren dat een groep mensen het protest wilde verstoren”. De agenten schroomden zelfs niet politiehonden in te zetten – het naar eigen zeggen zwaarste middel na het dienstwapen. Enfin, de beelden en de verhalen van het politiegeweld spreken voor zich. Het is weliswaar reces, maar je zou bij een dergelijke escalatie, ook tijdens de vakantie van de burgemeester, een reactie mogen verwachten.

Het optreden van de politie zet de prijs die Aboutaleb onlangs won in een ander daglicht. Hij werd gekroond tot beste burgemeester van de wereld, omdat de burgemeester alle Rotterdammers – ongeacht achtergrond – hetzelfde zou behandelen. Je zou haast denken dat de onderbouwing cynisch bedoeld is – Aboutaleb is toch vooral bekend geworden vanwege zijn ‘als het je hier niet bevalt dan rot je maar op’-mentaliteit. Inmiddels kennen we hem als de burgemeester die vooraan staat om veren in zijn kont te vangen, maar du moment dat zijn eigen burgers klappen krijgen van de ambtelijke molen en de hoeders van de wet, is hij nergens te bekennen.

In een reactie op de prijs liet hij weten het een hele eer te vinden en te hopen dat zijn prijs Rotterdam goed zal doen. „Dat het nationale en internationale erkenning oplevert.” Laat dat nou juist de kern van het probleem zijn: Aboutaleb is meer bezig met het imago van de stad, dan met hoe het daadwerkelijk met de inwoners gaat. De demonstranten van afgelopen weekend zijn internationale erkenning liever kwijt dan rijk – het drijft de huizenprijzen immers op en trekt speculanten aan.

De stilte van Ons Aller Burgervader is na de Woonopstand oorverdovend.

Hasna El Maroudi is journalist, columnist en programmamaker