Opinie

Waarom iedereen beter moet leven

Maxim Februari

Iedereen moet beter leven! Vijftien jaar geleden had ik een stapel ansichtkaarten waarop dat motto nadrukkelijk in beeld kwam. Je zag twee werklieden met grote borden door een tentoonstellingshal slepen: ze droegen ze gekanteld onder hun arm, het beeld had wel iets weg van schilderijen waarop Jezus het kruis naar Golgotha draagt. „Alle sollen besser leben”, stond op de borden.

De tekst was het motto van de grote rationaliseringstentoonstelling in Düsseldorf in 1953. De minister van Economische Zaken Ludwig Erhard, volgens de geschiedschrijvers een fervent liefhebber van linzensoep met worstjes, had het plan voor de tentoonstelling opgevat in 1950. Toen luidde het motto nog: „We kunnen allemaal beter leven”. (Wir können.) Gaandeweg werd dat veranderd in: „We willen allemaal beter leven”. (Wir wollen.) Om uiteindelijk de geschiedenisboeken terecht te komen als: „Iedereen moet beter leven”. Alle sollen besser leben.

De kaarten stuurde ik ijverig rond. Vooral omdat ik niet begreep wat de tekst nu eigenlijk betekende. Dat ‘beter leven’ was nog wel duidelijk. De grote rationaliseringstentoonstelling was een blijk van naoorlogse opbloei, het Duitse Wirtschaftswunder, en beter leven betekende in 1953 vooral ‘meer consumeren’. De hele tentoonstelling was één groot en warm pleidooi voor Familienkonsumismus. Een ander streven dus dan in het jaar 2021, nu beter leven betekent dat je de verwarming lager zet, een dekentje om je knieën slaat en vroeg met een kruik gaat slapen.

Maar hoe zat het met dat ‘sollen’? ‘Sollen’ impliceert een suggestie, een advies, een bevel, en wiens bevel of advies was dat dan, om beter te leven? Hoe was het perspectief verschoven van ‘wir wollen’ naar ‘alle sollen’? Het motto schetste in vier woorden de raadselachtige verhouding tussen vooruitgangsgeloof en democratie. Tussen economie en politiek.

Het had allemaal iets met techniek te maken, en hier wordt het interessant voor de eenentwintigste-eeuwer, want de bewering ‘allen moeten’ berustte allereerst op de claim ‘we kunnen’. We konden beter gaan leven en dat kwam door rationalisering van de productie. Als bedrijven maar leerden de vooruitgang in technologie te gebruiken! Dan zouden ze beter, goedkoper, sneller en handiger produceren.

Daar ontbrak het kennelijk nogal aan: veel bedrijven wilden helemaal niet vooruit. Het Duitse tijdschrift Der Spiegel schreef in augustus 1953 ter gelegenheid van de tentoonstelling dat er alleen al door gebrek aan standaardisatie veel te veel nutteloze kosten werden gemaakt. Zo had je in West-Duitsland „100 verschillende landbouwtractoren, 150 soorten stalen raamprofielen en 76.000 soorten meisjes- en damesschoenen”. Dat kon efficiënter.

Helaas bleek bij de voorbereiding van de tentoonstelling dat veel vertegenwoordigers van nijverheid en industrie geen enkele zin hadden in efficiëntie. De hoogopgeleide rationaliseringsdeskundigen konden wel uitleggen dat schoenmakers overbodig waren in een rationeel werkende economie, maar de ambachtslieden voerden in de vergaderingen het hoogste woord. De experts „vochten tegen de wieken van windmolens”, aldus Der Spiegel.

Zo kun je een beetje reconstrueren hoe het kwam dat het motto veranderde. Het begon ermee dat we beter kunnen leven, stuitte erop dat we niet beter willen leven en draaide erop uit dat we beter moeten leven. Als ik jong was, zou ik op dit veranderende motto promoveren.

Vandaag ligt de kwestie van beter leven nog steeds of alweer pontificaal op tafel. Ingepakt in een dekentje, uit angst voor energiearmoede in de wereld, zit ik erover na te denken in een ijskoude werkkamer. Te veel familieconsumentisme sinds de opbouwjaren, de gaskraan dicht wegens aardbevingen, afvalstromen op drift in de oceaan, koeien onder verdenking van te grote CO2-uitstoot: hoe ziet beter leven eruit?

Nog steeds is er de blijmoedige claim dat we beter kunnen. Een klimaatcrisis is er om opgelost te worden. Leg een hyperloopnetwerk door Europa waarmee je mensen CO2-neutraal op een snelheid van duizend kilometer per uur rondschiet in buizen. Vervoer de restwarmte van afvalverbranding in buizen naar Den Haag. Stop alle uitstoot in gesloten circuits en alles wordt beter, schoner, sneller en goedkoper.

Maar wat willen we? Ik probeer te bedenken hoe ik over zeventig jaar terugkijk op deze plannen. Misschien wens ik dan dat ik me minder hard door Europa had laten rondschieten. Ik weet het niet en ik heb het eerlijk gezegd te koud om erover na te denken. Maar één ding is zeker: we moeten beter leven, ook als we niet weten wat het betekent en wie dat voor ons bepaalt. Iedereen moet beter leven: dat is het levensprincipe. Dat moet altijd.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.