Opinie

Inspraak in het land van voldongen feiten

Uit interesse in hoe het inmiddels gaat met de belofte van de Franse Revolutie dat niet een hoger gezag maar de mensen het voor het zeggen hebben, zit ik donderdagavond in het dorpshuis van Benschop. Daar komen zo’n vijftig bewoners van het Utrechtse dorpje vertellen wat zíj belangrijk vinden, nu de gemeente waarvan Benschop een van de negen kernen is dreigt te verdwijnen.

Die gemeente, Lopik, kan het zelf niet meer aan. Gemeenten moeten tegenwoordig duizend kunstjes kunnen, zegt wethouder Johan van Everdingen (VVD) tegen de zaal. „We krijgen steeds meer taken van de rijksoverheid. Je moet ze niet alleen uitvoeren, je moet er ook beleid op maken, je moet er kennis van hebben. Je moet een duizendpoot zijn.”

Maar dat is Lopik, een gemeente met zo’n veertienduizend inwoners en honderd ambtenaren, niet. De gemeenteraad heeft daarom besloten dat er een „bestuurlijke opschaling” moet komen – wat gewoon betekent dat Lopik opgaat in een grotere gemeente. Op avondjes als deze mogen dorpsbewoners zeggen wat zij „waardevol” vinden. „We gaan het hebben over wat de gemeente heeft besloten”, opent de projectleider.

Zo gaat dat in het land van de voldongen feiten. Nádat er is besloten mogen de burgers er nog wat van vinden, maar dat verandert weinig meer. Dat is ‘participatie’: koffie, een warme koek en de illusie van inspraak.

De belangrijkste vraag wordt deze avond dan ook niet gesteld, maar door de bewoners wel beantwoord: eigenlijk willen ze niet fuseren. „Als we onze belangen willen verdedigen, dan is een fusie absoluut niet in het belang van Benschop. We zijn dan helemaal niet meer belangrijk”, zegt een man.

Ik zie mensen die grip willen houden op een van de weinige dingen waarover ze nog zeggenschap denken te hebben: hun gemeenschap. Op grote vellen moeten ze opschrijven „wat typisch Benschop” is en „wat aandacht verdient naar de toekomst”. De antwoorden: „onze identiteit”, „onze hechte gemeenschap”, dat „we naast elkaar staan”, „burenhulp”.

Maar kun je het de gemeentelijke notabelen echt verwijten dat ze hun armen in de lucht gooien? Gemeenten krijgen taak na taak over de schutting gegooid, zonder het geld, de kennis en de mensen om het goed te regelen. Fusies moeten ‘van onderop’ komen, heet het, maar Den Haag duwt gemeenten al jaren één kant op: die van groot, groter, grootst. Sinds 1995 kromp het aantal gemeenten van 633 naar 352.

Zo zitten burgers en bestuur gevangen in een politieke realiteit die hen allebei machteloos maakt: de burgers willen niet, de bestuurders kunnen niet anders. Toch wringt het. Zoveel verschillen de Benschoppers niet met de bestormers van de Bastille tijdens de Franse Revolutie: het zijn mensen die zichzelf willen besturen, maar zich tegengewerkt voelen door een hogere macht.

Mark Lievisse Adriaanse (m.lievisseadriaanse@nrc.nl) vervangt deze dinsdag Tom-Jan Meeus.