Opinie

Undercover speuren in de moskee is een blunder van formaat

Moslimgemeenschap

Commentaar

Hoe zouden bezoekers van moskeeën in een tiental gemeenten zich voelen na het bericht dat hun lokale overheid undercover onderzoek liet doen naar hun geloofsgemeenschap? De persoonlijke relaties, de religieuze discussies, de verschillen van mening, de financiering, het contact met religieuze herkomstlanden. En dat alles zónder de direct betrokkenen (eventueel achteraf) op de hoogte te stellen, om weerwoord te vragen en over bevindingen in gesprek te gaan. Waarschijnlijk voelt men zich belazerd, dan wel bedonderd. En met recht.

Is dat nu de rechtsstaat Nederland, waarin strenge regels gelden voor heimelijke observatie, voor het verwerken van privégegevens, voor de bescherming van godsdienstvrijheid? Waar bleven de gedragsregels over instemming vooraf, het vertrouwen dat zoiets alleen onder bijzondere omstandigheden mogelijk is en de bescherming van plekken waar de burger onbevangen zichzelf moet kunnen zijn?

Lees ook: Undercover naar de moskee

Het resultaat is dan een vertrouwensbreuk die mogelijk onherstelbaar is. Juist in deze gemeenschappen spelen vragen over identiteit, integratie en je thuis-voelen zo’n grote rol. Zo’n operatie onder dekmantel veroorzaakt jaren van wantrouwen. Het bevordert afkeer en isolement. Achteraf kan het als een bestuurlijke blunder van formaat gekarakteriseerd worden.

Waarom gingen lokale overheden zo flagrant over de schreef en maten zij zich methoden aan die in een rechtsstaat alleen onder gecontroleerde omstandigheden door het gezag aangewend mogen worden? Het slappe antwoord van één van de overheden was „vrees voor sociaal wenselijke antwoorden”. Dat is uiteraard een probleem in vele, zo niet alle, interacties tussen overheid en burger – en burgers onderling. Maar als die vrees al voldoende is voor infiltratie en spionage door de staat, dan kan iedereen zich zorgen maken. Over de nieuwe collega, het nieuwe lid, de nieuwe buur – is die wel zuiver?

Voor moskeeën gold kennelijk een lagere drempel – en een particulier bureau bleek het antwoord. Kenmerkend voor het klimaat van angst voor aanslagen, repressie en aversie tegen het moslimdeel van de bevolking, prees het openlijk de ‘non consent methode’ aan. Een eufemisme dat geen alarmbellen deed afgaan. Feitelijk komt het neer op AIVD-onderzoek, verricht door een particulier bureau, dat zelf voortkwam uit de politie. Dat alleen al lijkt op het uitbesteden van overheidstaken aan een mantelorganisatie.

Gelukkig waren er ook gemeenten, zoals Utrecht, die zelfstandig tot de conclusie kwamen dat dit onrechtmatig overheidshandelen zou opleveren. Die gedachte leefde dus niet bij de Nationaal coördinator terrorismebestrijding en veiligheid (NCTV), dat het bureau betaalde, aanprees, adviseerde en er de rapporten van mocht meelezen.

Al eerder is in NRC geconstateerd dat de NCTV een zorgwekkende track record heeft van inbreuken op grondrechten. Deze binnendienst van Justitie is toe aan curatele – een herijking van taken, betere controle en betere juridische fundering. Dat de AIVD en MIVD wel een externe controle-instantie kennen, de CTIVD, en de NCTV niet, is al een onbegrijpelijke omissie. Natuurlijk dienen de ‘spionage’-gemeenten deze infiltratie onmiddellijk te staken. Ze kunnen de schade herstellen door gegevens over religie en afkomst van hun ingezetenen meteen te vernietigen. Het lokale bestuur dat zich hieraan schuldig maakte heeft zich op enorme afstand gezet van hun moslimgemeenschap. Wat een afgang.