Tijd en geld steken in ‘tuig’ – dat helpt

Jeugdcriminaliteit In een Rotterdams experiment krijgen gedetineerde jongeren drie jaar lang intensieve begeleiding. Opvallend genoeg is er tot nu toe geen recidive – maar de criminaliteit echt loslaten blijft lastig.

In Rotterdam volgen geweldsincidenten met jonge verdachten elkaar op. In april werd een achttienjarige jongen bij het Berlagepad in de wijk Prins Alexander met een mes in zijn zij gestoken.
In Rotterdam volgen geweldsincidenten met jonge verdachten elkaar op. In april werd een achttienjarige jongen bij het Berlagepad in de wijk Prins Alexander met een mes in zijn zij gestoken. Foto Matthijs Reedijk

De meeste criminele jongeren die de Rotterdamse coach Willem Dumee begeleidt, willen maar één ding. Ja, natuurlijk ook rijk worden, een mooie auto en respect van iedereen. „Maar ze willen vooral een rustig leven. Huisje, boompje, beestje”, zegt Dumee. „Er is er geen een die zegt: ik wil lekker op het criminele pad blijven en de hele dag over mijn schouder moeten kijken.”

Veel jongeren die Dumee coacht, zijn ook anders dan ze eruitzien. „Soms is het zo’n gast van bijna twee meter, vol tatoeages en met een capuchon op. Superstoer, en tegelijkertijd superkwetsbaar. Met school of werk gaat het niet goed, thuis niet, de maatschappij ziet ze als tuig van de richel. Die jongeren hebben vaak een heel negatief zelfbeeld.”

Dumee is een van de vijf jongerencoaches in een kleine, maar bepalende proef van de gemeente Rotterdam: de ‘totaalaanpak nazorg na (jeugd)detentie’. Het experiment moet bijdragen aan een nieuwe, uniforme manier om jonge ex-gedetineerden te begeleiden. De doelgroep bestaat niet uit echte beroepscriminelen, maar gedetineerde jongeren met bijvoorbeeld jeugd-tbs. Er zitten in politiejargon ook ‘hitters’ of High Impact Targets tussen, die zijn veroordeeld voor bijvoorbeeld overvallen, straatroof, geweld of drugshandel.

De proef past ook in de zoektocht naar een antwoord op het messengeweld in Rotterdam. Vorig jaar waren er 32 verdachten van steekincidenten tussen de 12 en 24 jaar, evenveel als het jaar daarvoor, volgens cijfers van de politie. Afgelopen zomer was er opnieuw veel geweld in de stad, inclusief drie dodelijke steekpartijen. Vooral de dood van Joshua uit de Rotterdamse wijk Beverwaard was schokkend. Hij was vijftien jaar – net als de verdachte.

Lees de reportage De discussie over preventief fouilleren loopt al twintig jaar: ‘Hoe meet je geweld dat niet heeft plaatsgevonden?’

In de gemeentelijke proef krijgen negen jongeren tussen de 16 en 27 jaar tot drie jaar lang intensieve begeleiding, maximaal acht uur per week. Ter vergelijking: Dumee heeft bij zijn reguliere werk voor Stichting Exodus in Rotterdam vaak maximaal één jaar, twee uur per week, om jongeren te coachen.

Maatschappelijke kosten

Het experiment is niet goedkoop: het kostte vorig jaar bijna 19.000 euro per jongere. Een extern bureau analyseert begin 2022 of de pilot dat waard is. De gemeente verwacht van wel, als je de maatschappelijke kosten van recidive meeweegt, zoals schade bij slachtoffers, detentie en hulpverlening.

De gemeente betaalt ook mee aan de vergelijkbare, intensieve proef LeefMEE van Stichting MEE in de regio Rotterdam, bedoeld voor 32 deelnemers met een licht verstandelijke beperking (een IQ tussen de 50 en 85), onder wie twintig jongeren tot 27 jaar. Niet zonder reden: ruim 40 procent van de jongeren in justitiële inrichtingen is mogelijk licht verstandelijk beperkt tot zwakbegaafd, volgens onderzoek van dit jaar van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Professionele maatjes

De coaches van beide proeven zijn „professionele maatjes”, vertelt Marieke Neele van LeefMEE. Ze maken samen met de jongeren een plan voor de toekomst. Ze zijn er om te praten en voor als er acute nood is. Ze helpen ook met het regelen van dingen waar de jongeren zelf niet uitkomen. Van een woning, werk of opleiding, tot een uitkering, paspoort, DigiD of bankrekening.

Soms gaan coaches mee naar afspraken bij de gemeente of de rechtbank, of naar IKEA en de sportschool, zegt Dumee. „Als je je hele jeugd in instellingen hebt gewoond en vast hebt gezeten, dan kan de eerste keer fitnessen doodeng zijn. Een vreemde omgeving met vreemde mensen, misschien is het druk. Dat kunnen wij ons niet voorstellen.”

Veel tijd en geld besteden aan ‘tuig’ – dat is niet de zero tolerance waar Rotterdam graag mee schermt, zoals preventief fouilleren op straat naar wapens, en de patseraanpak van mensen met een opvallend dure auto. Maar de voorlopige resultaten van beide experimenten zijn positief. Landelijk ligt de recidive binnen twee jaar na jeugddetentie op 63 procent, volgens onderzoek van het ministerie van Justitie uit 2019. De gemeentelijke proef zit nu in het derde en laatste jaar en er is nog geen recidive geweest.

„Voor zover bekend”, nuanceert Dumee de resultaten. „Die negen jongeren zijn in ieder geval niet opnieuw met justitie in aanraking gekomen.” Drie andere deelnemers zijn om verschillende redenen voortijdig gestopt.

Negatief netwerk

Bij LeefMEE is de recidive nu beperkt tot 3 van de 32 deelnemers. „Dat cijfer is iets mooier dan de werkelijkheid”, zegt Neele van LeefMEE eerlijk. „Formeel is pas sprake van recidive bij nieuwe strafbare feiten én een veroordeling. Wij zien dat sommige jongeren tijdens ons traject van alles uitspoken, maar daarvoor nog niet zijn veroordeeld. Of dat zaken geseponeerd worden bij gebrek aan bewijs, terwijl ik wéét dat ze het gedaan hebben.”

De meeste deelnemers zijn jongens, maar er zitten ook meisjes tussen. Ze hebben vaak een „negatief netwerk”, vertelt Dumee. „Ze leren van de straat en niet van thuis. En als ze van thuis leren, zijn het niet de goede dingen. Vader is vaak uit beeld. Moeder heeft weinig tijd voor de kinderen, want ze is druk met werk, of heeft zelf problemen, zoals schulden.”

Neele: „We krijgen jongeren van alle culturen binnen. Soms speelt onbekendheid van ouders met de Nederlandse cultuur een rol. Die vinden het lastig om hun kinderen op te voeden met de vrijheden die hier zijn.”

Daarbij hebben de jongeren vaak meerdere gedragsproblemen: van adhd of autisme, tot hechtingsproblemen of verslaving. De meesten hebben al „een batterij aan hulpverleners” versleten, zegt Neele.

„Sommigen jongens hebben een hele vlotte babbel, doorspekt met wat hulpverlenerstaal”, zegt coach Martin Buntsma van LeefMEE . „Maar vooral de groep met een IQ tussen de 50 en 75 is beïnvloedbaar en kwetsbaar. Ik zeg weleens: als de politie komt en iedereen hem snel smeert, staan onze cliënten nog om zich heen te kijken.”

Je krijgt een vuilniszak voor je spulletjes en daar sta je dan

Willem Dumee jongerencoach

In de gevangenis

Een bekend probleem is dat voor kortgestrafte gevangenen (celstraf tot drie maanden) weinig regelingen zijn om te helpen bij het reïntegreren. Dumee: „Die jongeren gaan zonder enige begeleiding weer naar buiten, terwijl voor langgestraften vaak van alles wordt geregeld.”

Lees de reportage: Waarom zijn er zoveel schietincidenten in Rotterdam?

Bij de experimenten is het contact met de jongeren daarom al „binnen” gelegd – in de gevangenis. Dumee: „Celstraf bereidt je niet voor op de vrijheid. Buiten kun je zonder woning of inkomen direct afglijden. Je krijgt een vuilniszak voor je spulletjes mee, en daar sta je dan. De ene jongere wordt opgevangen door zijn ouders, maar anderen staan er alleen voor.”

De hulp begint met het opbouwen van onderling vertrouwen. Als er geen klik is, kun je niet drie jaar met elkaar optrekken, zegt Neele: „Ik zeg altijd van tevoren: als je mij niks vindt, mag je dat gewoon zeggen. Meestal gaat het goed, een enkele keer draag je een jongere over aan een collega.”

Op zoek naar talenten

„Bij de ene win je vertrouwen door te laten zien wat je voor ze kunt regelen, bij de ander gewoon door samen een bakkie te doen”, zegt Neele. „Ik vertel vaak wat over mezelf om contact te maken: waar ik woon, dat ik getrouwd ben en een kind heb. Sommigen collega’s zullen misschien vinden dat ik daar te ver in ga, maar ik heb er nooit problemen mee gehad.”

Dumee: „Veel jongeren moeten werken aan hun zelfvertrouwen. Soms vertel ik dat ik daar ook weleens last mee heb. Of ik zoek naar talenten waarmee ik ze kan complimenteren. Ik kom uit Rotterdam-Zuid, net als veel jongeren. Maar ik zal nooit zeggen dat ik van de straat ben en ga geen straattaal praten. Het moet een professionele relatie blijven.”

De volgende stap is het maken van een toekomstplan. De coaches proberen „naast” de jongeren te staan, en zeggen niet wat ze moeten doen. Dumee: „Ik vraag: wat heb jij nodig om je leven op orde te krijgen? Hoe kunnen wij je daarbij helpen?”

Het is een wapenwedloop in het klein

Willem Dumee jongerencoach

De voordelen van criminaliteit

De ene jongere zegt dan een eigen woning, de andere een opleiding of werk. Zo coacht Bunts-ma van LeefMEE een jongen van achttien jaar die werd verdacht van een steekincident. „Hij wilde graag vakkenvullen, dus zijn we wat supermarkten afgegaan, maar dat schoot niet zo op. Nu kijken we of hij ergens thee en koffie kan schenken in een bejaardencentrum, vindt hij ook leuk.”

Neele: „Vaak zeggen ze gewoon ook dat ze snel veel geld willen verdienen. Die verleiding blijft zó groot, dat is echt een uitdaging voor ons vak. Dan praten we over de voordelen van criminaliteit – die negeren is ongeloofwaardig – maar ook over de nadelen. Een nadeel is stress, en veel jongeren zoeken juist rust.”

Dumee: „Over geweld praten we ook. Veel jongeren willen zichzelf met iets kunnen verdedigen, van een mes tot een vuurwapen. Het is een wapenwedloop in het klein.” Neele: „De aanleiding voor geweld is meestal iets kleins. Drillrap, ruzie op sociale media of om een meisje. Ze zijn vaak impulsief, denken niet na over de gevolgen. Dat probeer je ze te leren.”

Dumee liet zijn werktelefoon een periode altijd aan staan, ook in het weekend, vertelt hij. „Een jongen werd bijvoorbeeld op straat gezet, na een uit de hand gelopen ruzie met zijn moeder. Toen belde hij me gelukkig op en kon ik snel huisvesting voor hem regelen. Op straat is de drempel om een overval te plegen lager.”

Maar echt een nieuw leven opbouwen blijft lastig, zegt Dumee. „Deze jongen heeft nu een uitkering en dagbesteding bij een instelling. Daar leert hij basisdingen, zoals rekenen, Nederlands en sociale vaardigheden. Hij wil graag aan de slag als koerier bij Albert Heijn of DHL. Maar de komende jaren blijft zo’n jongen eigenlijk begeleiding nodig hebben.”

Lees een interview met korpschef Fred Westerbeke: ‘Achter criminaliteit onder jongeren gaan grote maatschappelijke problemen schuil’

Neele: „Een effect dat we zien, is dat jongeren in ieder geval láter recidiveren. Soms zie je jongeren verbaal of in hun hoofd wel veranderen, maar in hun gedrag nog niet. Ik maak me geen illusie dat ze me alles vertellen, en ik hoef ook niet alles te weten. Als ik stevig zou doorvragen, is het de vraag of dat niet ten koste van het onderling vertrouwen gaat.”

Geen coronapas

Buntsma van LeefMEE coacht ook een jongeman van 27 jaar die terughoudend is over wat hij ’s nachts allemaal doet. „Hij heeft veertien maanden vastgezeten voor drugshandel, en ik weet niet of ik hem daarvan heb losgeweekt. Hij heeft een financiële bewindvoerder en lost met zijn Wajong-uitkering zijn schulden af, maar zolang het snelle geld blijft lonken, ben ik bang dat hij er niet 1-2-3 uitstapt.”

Sóms laat hij wel iets los over zijn illegale activiteiten, en dan probeert Buntsma op hem in te praten. „Hij had laatst een autootje”, vertelt de coach. „Daarmee wilde hij naar Duitsland rijden en terug om ‘iets’ af te geven voor 700 euro. ‘Is dat met corona wel zo slim’, zei ik toen. ‘Je bent niet gevaccineerd. Als ze aan de grens zien dat je geen coronapaspoort hebt, gaan ze misschien je auto doorzoeken?’ ‘Ja meneer,’ zei hij, ‘dat is een goeie.’”