Raad van Europa: ‘De Nederlandse bestuurscultuur werkt, maar kan beter’

Tegenmacht Ondanks de Toeslagenaffaire is Nederland een ‘goed functionerende’ rechtsstaat, zo stelt een Europese onderzoekscommissie. Die doet ook suggesties voor verbeteringen.

Premier Mark Rutte en Pieter Omtzigt in de Tweede Kamer. De Venetië Commissie van de Raad van Europa neemt het in haar rapport op voor kritische leden van coalitiepartijen.
Premier Mark Rutte en Pieter Omtzigt in de Tweede Kamer. De Venetië Commissie van de Raad van Europa neemt het in haar rapport op voor kritische leden van coalitiepartijen. ANP SEM VAN DER WAL

Nederland is „een goed functionerende staat met sterke democratische instituties en garanties voor de rechtstaat”. Dit schrijft de Venetië Commissie in een maandag verschenen rapport over de politieke en juridische cultuur in Nederland. De commissie, onderdeel van de Raad van Europa, noemt de Toeslagenaffaire – de aanleiding voor het onderzoek – „inderdaad ernstig en systemisch”, maar schrijft ook: „Het lijkt erop dat de rechtsstatelijke mechanismen in Nederland uiteindelijk hebben gewerkt.”

De Venetië Commissie, die normaliter vooral de rechtstaat in landen als Polen en Hongarije onder de loep neemt, deed dit onderzoek op verzoek van de Tweede Kamer. Behalve de PVV schaarden alle partijen zich in januari achter een motie van Pieter Omtzigt, toen nog CDA-Kamerlid en een van de drijvende krachten achter de onthullingen rondom de Toeslagenaffaire, waarbij duizenden burgers jarenlang ten onrechte tot fraudeurs werden bestempeld. Omtzigt wilde internationaal onderzoek naar de rechtsbescherming van Nederlandse burgers en „het stelsel van macht en tegenmacht in theorie en praktijk”.

Lees ook: Europees advies over de Nederlandse rechtsstaat - verfrissend of framing?

Leren van fouten

De commissie noemt het in het rapport „erg positief” dat de problemen die aan het licht kwamen tijdens de Toeslagenaffaire „serieus worden genomen door alle takken van de overheid”. Zo prijst ze het besluit van het inmiddels demissionaire kabinet, in januari dit jaar, om ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ van individuele ambtenaren voortaan toch te delen met de Tweede Kamer.

In het algemeen, schrijven de onderzoekers, „lijkt Nederland in staat en bereid om de fouten te benoemen en te herstellen”. De commissie vindt dat dit in het geval van de Toeslagenaffaire wel lang duurt en spreekt de hoop uit dat het rapport helpt om druk op de zaak te houden. Ze spreekt echter ook het „vertrouwen” uit dat Nederland hervormingen kan doorvoeren om „een herhaling van de affaire te voorkomen”.

Pieter Omtzigt, inmiddels in de Kamer als eenmansfractie, noemt het rapport in een reactie „exceptioneel”. „Normaal schrijven ze veel over Polen, Rusland, Oekraïne. Het is heel logisch en terecht dat ze Nederland niet op een lijn zetten met die landen en dat doen ze door dit zo expliciet te benadrukken. Elders in het rapport geven ze wel duidelijk aan dat meerdere instituties van de staat gefaald hebben.” Hij wil dat er een hoorzitting komt met de onderzoekers.

Verlaag drempel voor enquête

In het rapport wordt een reeks aanbevelingen gedaan. Volgens de commissie moet overwogen worden om de drempel voor een parlementaire enquête te verlagen. Nu is daar een meerderheid voor nodig, maar dertig Kamerleden zouden ook om zo’n onderzoek moeten kunnen vragen. Volgens de commissie is dat nodig vanwege het sterk gefragmenteerde politieke landschap in Nederland. Dat heeft geleid tot strak georganiseerde coalitieregeringen, waarin minder ruimte is voor tegenspraak.

Omtzigt noemt deze aanbeveling „heel belangrijk”. „De Venetië Commissie maakt duidelijk dat dit in Frankrijk, Duitsland en Scandinavië normaal is. Het is ook essentieel om de controlefunctie te kunnen uitoefenen. Nu houden regeringspartijen moeilijke onderzoeken vaak tegen of rekken ze.” Hij wijst op de CDA-blokkade tegen een onderzoek naar de Irak-oorlog „totdat prominente CDA’ers in opstand kwamen”.

Wanneer Kamerleden van coalitiepartijen zich kritisch opstellen moet dit niet worden gezien als „een daad van disloyaliteit”, stelt de Venetië Commissie. In het rapport is ook kritiek op de ondersteuning die Kamerleden zichzelf toekennen. Om kabinet en wetten goed te kunnen controleren en beoordelen zijn „voldoende personeel en middelen” nodig. Ook naar kritische ambtenaren moet beter worden geluisterd.

Kunstmatige intelligentie

De commissie noemt fraudebestrijding en het vergroten van bureaucratische efficiëntie „legitieme doelen” voor een overheid. Het gebruik van algoritmes of andere vormen van kunstmatige intelligentie wijst de commissie niet op voorhand af, maar ze roept wel op tot alertheid bij de bouw of herziening van controlesystemen waarin hiervan gebruik wordt gemaakt.

Lees ook: Komt het ooit nog goed met de Toeslagenaffaire?

„De aanbevelingen zijn vergaand, maar nodig”, zegt Omtzigt. „Ik zal ze ter harte nemen.”

De onderzoekers laten zich ook uit over de vraag of Nederland een constitutioneel hof nodig heeft, dat wetten kan toetsen aan de Grondwet. Omtzigt is daar sterk vóór. Volgens de Venetië Commissie werkt het huidige systeem, waarin de Raad van State het laatste woord heeft, best goed. Omtzigt wijst erop dat „China, Cuba, Saoedi-Arabië” ook geen constitutioneel hof hebben. „Het lijkt me goed dat we dat rijtje een keer gaan verlaten, zeker nu we zien dat ook in Nederland de grondrechten niet altijd goed beschermd zijn.”