Opinie

‘Imperfecte’ nieuwe roman

Frits Abrahams

Mag je een boek al een roman noemen als je alleen in chronologische volgorde je eigen belevenissen van de laatste jaren op een rij zet? De Franse bestsellerauteur Emmanuel Carrère (63) deed het, maar hij kon daarmee niet voorkomen dat hij als schrijver in grote problemen kwam.

Onlangs las ik deze nieuwe ‘roman’, Yoga, pas uitgekomen in Nederland in een goed leesbare vertaling van Floor Borsboom. Carrère kan uitstekend schrijven, wist ik van een vorig boek, De tegenstander, een kroniek van een ontstellend, waargebeurd misdrijf: een man vermoordt zijn vrouw, zijn twee kinderen en zijn ouders. Yoga is in geen enkel opzicht met dat boek te vergelijken. Het is hoofdzakelijk autobiografisch en gaat voor een belangrijk deel over mediteren en gek worden – in die volgorde.

Carrère lokte me zijn boek binnen met de belofte dat hij een ooggetuigenverslag zou geven van een tiendaags verblijf in een streng retraite-oord. Tien dagen zwijgen, sober eten, mediteren, slapen en weer zwijgen. Hoe houdt een mens het vol en waarom doet hij het zichzelf aan? Daar ben ik altijd benieuwd naar, ook omdat je er nooit een helemaal bevredigend antwoord op krijgt.

Uiteindelijk ook van Carrère niet. Hij beschrijft helder de finesses van het subtiele in- en uitademen en het observeren van de instroom in de neusgaten („Je kunt twee uur mediteren op je neusgaten zonder je te vervelen”), maar hij is vaag over zijn motieven en het uiteindelijke ‘resultaat’- misschien een verderfelijk woord in zenboeddhistische kringen.

Hij verzekert ons dat hij al tien jaar lang een gelukkig man was, bevrijd van vroegere depressies, toen hij in 2015 in die retraite ging. Hij had „geen echtelijke, huiselijke” problemen, hij ging alleen in retraite om zijn „dominant, tiranniek ego” de kop in te drukken. Zou het lukken? Ook de lezer komt het niet te weten, want na drie dagen breekt hij de retraite af, omdat een vriend bij de aanslag op Charlie Hebdo is omgekomen.

Daar gaat mijn boek, zou menige andere schrijver gedacht hebben, maar Carrère slikte even en ging ijverig door. Nu met een beschrijving van zijn verblijf in een psychiatrische inrichting, enkele jaren na de mislukte retraite. Hij was opeens weer zwaar depressief en suïcidaal en bleek – al zijn hele leven - aan een bipolaire stoornis te lijden die met elektroshocks bestreden moest worden.

Over de vier maanden in die inrichting had ik graag meer gelezen, maar na vijftig weinig verrassende pagina’s gelooft Carrère het wel. Ik bleef als lezer met allerlei vragen zitten, zoals: hoe kwam het dat al dat gemediteer geen inzicht had gegeven in zijn werkelijke probleem, die bipolaire stoornis? En waarom werd de stoornis pas nu duidelijk? Kortom, er zaten vreemde hiaten in deze ‘roman’.

Een artikel in The New York Times uit 2020 en een interview met Carrère in Trouw afgelopen zaterdag gaven mij meer duidelijkheid. Carrère geeft toe dat hij de ware aanleiding voor zijn depressie - een huwelijkscrisis-na-overspel - verborgen heeft gehouden voor de lezer. Daar mocht hij van zijn ex-vrouw niet over schrijven. „Het klopt dat er daardoor een gat in het boek zit. Ik moest me in allerlei bochten wringen om daar uit te komen.” Hij noemt zijn boek daarom „imperfect”.

Jammer dat dit niet op de cover stond.