Opinie

Aanpak wooncrisis vereist meer moed dan politiek nu toont

Woningnood

Commentaar

Opnieuw is er zondag massaal betoogd tegen het grote tekort aan goede, betaalbare woningen in Nederland. In Rotterdam hielden duizenden betogers een ‘woonopstand’. Begin september was er in Amsterdam het ‘woonprotest’, toen met ruim 15.000 deelnemers. Ook in andere steden worden de komende tijd protesten verwacht. Terwijl de problemen niet kleiner worden, groeit de frustratie. Juist in de woningcrisis kunnen groepen burgers makkelijk tegenover elkaar komen te staan. Jongeren versus ouderen. Huurders versus kopers. Kopers versus beleggers. En als er geen landgenoten meer zijn om boos op te worden, zijn er altijd nog statushouders en arbeidsmigranten om de ergernis op te botvieren. Zo bezien gaat de wooncrisis ook steeds meer over het bewaren van de maatschappelijke vrede.

Lees ook: Hoe het eerste breed gedragen woonprotest sinds de jaren tachtig tot stand kwam

Het is niet zo dat er géén stappen worden gezet, maar veel is symptoombestrijding. Zo wil een groot deel van de Tweede Kamer de verhuurderheffing afschaffen, zodat woningcorporaties weer meer sociale huurwoningen gaan bouwen. Verschillende gemeentes overwegen een ‘woonplicht’, om het opkopen van huizen door beleggers tegen te gaan en de stijging van huizenprijzen te dempen. De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande woning ligt inmiddels boven de vier ton. Het aanbod daalt tegelijkertijd fors, omdat potentiële verkopers betwijfelen of ze zelf nog wel iets betaalbaars kunnen vinden daarna.

Vrijdag presenteerde De Nederlandsche Bank een plan om deze negatieve spiraal te doorbreken. Met het populaire politieke mantra ‘bouwen, bouwen, bouwen’ is weinig mis, maar op korte termijn biedt het geen soelaas. Het duurt jaren voordat de nieuwe huizen er ook echt zijn. Wat nu al wel meteen op de schop kan is het woonbeleid. De invoering van startersleningen en het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor starters waren goed bedoeld, maar hebben ertoe geleid dat jonge huizenkopers nu zwaardere hypotheken moeten afsluiten, met alle risico’s die daarbij horen. DNB stelt voor om geen beleid meer te maken dat de bestedingsruimte van kopers vergroot. Moedig mensen niet aan om mee te doen aan de gekte, maar bescherm ze ertegen – en pak de gekte zelf aan.

De bank constateert ook dat huurders vermogensbelasting betalen, terwijl kopers hun vermogen min of meer belastingvrij in hun huis kunnen steken en daarnaast ook hypotheekrenteaftrek ontvangen. Ook hier doet DNB een opvallend voorstel: laat kopers belasting betalen over de overwaarde van hun woning, alsof het ‘gewoon’ vermogen betreft. Door tegelijk de inkomstenbelasting te verlagen, zou het effect op de koopkracht minimaal zijn. Op zichzelf zijn dit geen nieuwe ideeën. Misschien zijn er ook betere. Vooral belangrijk is dat de duivelse beslissingen in het woondossier niet langer uit de weg worden gegaan. DNB waarschuwt ook voor ‘shoppen’: de plannen die politiek goed uitkomen wel doen, en de rest niet. Door die aanpak zit het woonbeleid nu juist op een dood spoor.

De Nederlandsche Bank werd meteen overspoeld door telefoontjes van bezorgde burgers. De politiek wacht dus een lastige opgave. De voortekenen zijn niet best: in het formatiestuk dat VVD en D66 in de zomer schreven, ligt de nadruk op het bouwen van 1 miljoen woningen. Over hypotheekrenteaftrek of vermogensongelijkheid wordt niet gerept. De formerende partijen zullen meer lef moeten tonen dan dat. Er moeten politieke risico’s genomen worden. Dat zou het verminderen van spanningen in de samenleving meer dan waard moeten zijn.