Vmbo’ers zijn vijf keer vaker verdacht, ‘verbreed discussie over etnisch profileren’

Jeugdcriminaliteit Niet alleen jongeren met een migratieachtergrond hebben meer kans om als verdachte te worden gezien, blijkt uit onderzoek.

Opleiding, geslacht, locatie en andere factoren kunnen naast etnische achtergrond leiden tot verschillen in de behandeling door de politie.
Opleiding, geslacht, locatie en andere factoren kunnen naast etnische achtergrond leiden tot verschillen in de behandeling door de politie. Foto Caspar Huurdeman Baarn/ANP

De voorbije jaren is er veel aandacht geweest voor etnisch profileren door de politie. Maar het is zeker niet alleen iemands migratieachtergrond die ertoe kan leiden dat de politie bepaalde personen eerder als verdachte aanmerkt. Dat blijkt uit een rapport van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap.

Wat bijvoorbeeld te denken van opleidingsniveau? Uit het onderzoek blijkt weliswaar dat jongeren met een migratieachtergrond twee tot drie keer meer kans hebben om verdacht te worden van een misdrijf dan vergelijkbare jongeren met een Nederlandse achtergrond die dezelfde delicten pleegden. Maar het verschil tussen vmbo’ers en vwo’ers is nog groter. De eerste groep komt bijna vijf keer eerder in beeld dan hun hoger opgeleide leeftijdsgenoten.

„Etnische groepen worden vaak genoemd bij ongelijke behandeling door de politie”, zegt onderzoeker Willemijn Bezemer van de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Aandacht daarvoor is heel belangrijk. Maar de grote waarde van dit onderzoek is dat ook andere groepen aantoonbaar te maken hebben met verschillen in de kans dat crimineel gedrag door de politie wordt geregistreerd. Vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid en criminaliteitsbestrijding is het belangrijk dat daar meer oog voor is”, zegt Bezemer.

Samen met Erasmus-collega Arjen Leerkes vergeleek Bezemer de zelfrapportages van zesduizend jongeren over hun criminele gedrag met de politiestatistieken. Het Centraal Bureau voor de Statistiek voerde het onderzoek onder de jongeren uit in 2010 en 2015. „Bij ons weten gaat het nationaal en internationaal om een uniek databestand met unieke onderzoeksmogelijkheden”, schrijven de onderzoekers. Hiermee konden ze de over- en ondervertegenwoordiging per groep in kaart brengen die niet te verklaren is door de patronen van zelfgerapporteerd crimineel gedrag. Naast etniciteit en opleidingsniveau werden factoren als geslacht en woonomgeving meegewogen.

Platteland

Jongens blijken drie keer zo veel verdachtenregistraties op hun naam te hebben als meisjes die hetzelfde criminele gedrag rapporteren. Jongeren in een stedelijke omgeving belanden tot 3,5 keer vaker in de politiestatistieken dan jeugd op het platteland die hetzelfde criminele gedrag vertoont.

Op basis van hun eigen onderzoek kunnen de wetenschappers niet zeggen wat deze verschillen veroorzaakt, maar ze geven daar wel mogelijke verklaringen voor.

Zo wees eerder onderzoek al op ongelijke behandeling tussen hoger en lager opgeleide jeugd door de politie. „Als jongeren in staat zijn om een impressie van een brave burger af te geven, bijvoorbeeld door beleefd te reageren, excuses aan te bieden en niet intimiderend over te komen, dan kunnen ze vaker wegkomen met grensoverschrijdend gedrag”, aldus de onderzoekers. Slachtoffers of buurtbewoners zijn dan minder snel geneigd aangifte te doen. Bovendien hebben politieagenten een eigen ‘discretionaire bevoegdheid’ om iemand alleen een waarschuwing te geven.

Wat betreft de benadeling van jongens denkt onderzoeker Bezemer dat meisjes makkelijker wegkomen met misdrijven vanwege hun onschuldige imago. „Meisjes worden meestal niet als erg gevaarlijk beschouwd”, zegt ze. „Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat de helft van de jongeren makkelijker wegkomt met criminaliteit.”

In het onderzoek wordt het voorbeeld gegeven van winkeldiefstal. „De beveiliging in de winkel is wellicht meer alert op personen die gezien worden als een ‘typische dader’; een net gekleed meisje van dertien wordt wellicht minder scherp in de gaten gehouden dan een zeventienjarige jongen die slonzig is gekleed.”

Beperkt zicht

Criminele jongeren op het platteland ‘profiteren’ mogelijk van een lagere politiebezetting daar. Ook vermoeden de onderzoekers dat de politie er minder snel wordt ingeschakeld door de grotere sociale controle in kleine gemeenschappen. Als er wel agenten worden gebeld, zien die het vergrijp mogelijk eerder door de vingers als ze de daders en ouders kennen.

„Al met al suggereren onze analyses dat er in Nederland een omvangrijke mate van jeugdcriminaliteit bestaat waar de politie beperkt zicht op heeft. Het betreft dan met name criminaliteit onder (kinderen van) hoger opgeleiden, onder jongeren met een Nederlandse herkomst, onder jongeren uit niet-verstedelijkte gebieden en criminaliteit onder meisjes/jonge vrouwen”, aldus de onderzoekers.

Ze pleiten ervoor om de discussie over etnisch profileren te verbreden. Volgens de onderzoekers ontbreekt er „grotendeels aandacht voor factoren die in meer of mindere mate met etniciteit samenhangen, maar die ook relevant zijn voor jongeren zonder migratieachtergrond”.