Undercover naar de moskee: geheim onderzoek naar islamitische organisaties

Inlichtingen Gemeenten laten een bedrijf al jaren undercover onderzoek doen in onder meer moskeeën – wat niet mag. De onderzochte organisaties, die van niets wisten, spreken van een grote vertrouwensbreuk.

Illustratie Mikko Kuiper

Moskee Al Mouahidin in Ede wordt bestuurd door zes mannen. Kijk: hun portretten, korrelig en vaag. De mannen komen van „de stam Metalsa” uit de noordelijke Marokkaanse regio Al Hoceima. De bestuurders zijn eerstegeneratiemigranten en zitten al jaren op hun plek. Ze hebben „een sterke ego-behoefte”. Hun lage opleiding veroorzaakt „een gebrek aan politieke sensitiviteit”. Daardoor hebben salafisten tot het moskeebestuur weten door te dringen en „zich verder ingenesteld door zich onmisbaar te maken”.

De status van al deze informatie: geheim – het is met rode hoofdletters op de voorkant van een rapport geschreven. Het onderzoek van 32 kantjes is gedaan in opdracht van de gemeente Ede en gaat over de Turkse en Marokkaanse inwoners van de stad. De gemeente vindt de moslimgemeenschappen in Ede ontoegankelijk. Maar hoe komen de onderzoekers dan te weten dat in de moskee „een gesloten circuit en netwerk” van voorgangers opereert, welke bestuurders in de stad familie van elkaar zijn, wie welke websites runnen? Dat een islamitische schoolbestuurder ook bij defensie werkt, en wat hij daarvoor deed?

Hoe weten ze hoe de moskeegangers dénken?

Het antwoord is te vinden in het rapport zelf: de onderzoekers baseren zich op „veldonderzoek” bij „diverse maatschappelijke en religieuze organisaties” in Ede. Dat veldwerk, ontdekte NRC, gebeurt in het geheim. Zeker tien gemeenten hebben de afgelopen jaren een privaat onderzoeksbureau ingehuurd om undercover onderzoek te doen in religieuze organisaties. Daarbij gaat een medewerker naar bijvoorbeeld een islamitische instelling en doet alsof hij een bezoeker is die komt voor het gebed, een les, een preek. Hij stelt zich niet voor met naam of functie, spreekt met moskeegangers en bidt mee, blijkt uit documenten en gesprekken met betrokkenen.

Het levert inzichtelijke rapporten op van dit bureau, NTA (‘Nuance door Training en Advies’), opgericht en geleid door oud-politieman Najib Tuzani. Het biedt gemeenten een schat aan informatie over islamitische voormannen en organisaties in hun stad. Alleen, de onderzoekspraktijken zijn al die jaren verborgen gehouden – voor het publiek, voor gemeenteraden en voor de onderzochte gemeenschappen zelf. Dat heeft een reden: de werkwijze is volgens deskundigen verboden.

Volgens ingewijde bronnen beschikken enkele leden van ‘     ’ over goede contacten met charitatieve en filantropische instellingen vooral in Koeweit. Deze zouden bereid zijn om de islamitische prediking te steunen.

Uit: Geheim onderzoek van NTA voor de gemeente Ede uit maart 2017: „Islamitische infrastructuur in Ede: actoren en processen”

Gat in de markt

Als in 2013 mensen uit Nederland naar Syrië beginnen te vertrekken, staat de overheid machteloos. Honderden jongeren sluiten zich aan bij jihadistische strijdgroepen. De angst is dat zij na training terugkeren om aanslagen te plegen. Gemeenten en politie weten niet wat ze ermee moeten. Ze hebben radicale netwerken nauwelijks in beeld. Kennis en beleid ontbreken.

Terrorismecoördinator NCTV roept een groepje islamexperts bijeen: jongerenwerkers, ambtenaren en theologen met vooral een Marokkaanse achtergrond. De NCTV, verantwoordelijk voor terrorismebestrijding, wil hun hulp en advies. Een van deze mannen is Najib Tuzani. Hij is dan eind twintig, politiechef in Utrecht en belijdend moslim. Waar in de jaren erna de ene na de andere expert afvalt – de een raakt betrokken bij een strafzaak, een ander blijkt toch niet zo deskundig – maakt Tuzani (baard, maatpak) zich onmisbaar. Hij is volgens betrokkenen slim en vriendelijk en weet waar hij het over heeft.

Tuzani helpt de NCTV om in gemeenten een lokale aanpak van radicalisering op te zetten en traint ambtenaren om bijvoorbeeld signalen van radicalisering te herkennen en gesprekken met imams te voeren. Hij stopt als teamchef bij de politie en zodra de lokale aanpak staat, breidt hij zijn praktijk uit. Bij zijn adviesbureau NTA, dat hij in zijn eentje begon, sluiten zich meer oud-agenten aan en ook religiewetenschappers, theologen en een antropoloog. NTA groeit uit tot een bedrijf met veertig medewerkers, gevestigd in een zandkleurige kantoorvilla in Deventer. Het gaat zich vooral richten op het ondersteunen van gemeenten.

Observeren mag alléén op plekken waar mensen „redelijkerwijs kunnen verwachten” dat zij in de gaten worden gehouden door vreemden.

Daarmee heeft NTA een gat in de markt gevonden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de lokale bestrijding van radicalisering. Om die taak uit te voeren, is informatie nodig. Welke inwoners zijn aan het radicaliseren? Wie kan helpen weerstand te bieden? Islamitische gemeenschappen hebben die kennis. Alleen: daar staan gemeenten vaak ver vanaf. De gemiddelde lokale veiligheidsambtenaar overlegt met een moskee over parkeerproblemen, maar verder?

En er is nog een probleem: de wet staat gemeenten niet toe zomaar burgers of gemeenschappen te onderzoeken.

En dáár is NTA. In tegenstelling tot de gemeenteambtenaren gaan de medewerkers van NTA wel naar buiten, naar moskeeën toe en ze komen er binnen. Ze hangen rond, spreken bezoekers, bestuurders en religieuze voormannen en onderzoeken wat die doen en zeggen op sociale media. Het bureau weet zo tot in detail wat zich in islamitische gemeenschappen afspeelt.

Terrorismecoördinator NCTV wijst gemeenten op de speciale kwaliteiten van dit bedrijf. Wie zorgen heeft over radicalisering, doet er goed aan om NTA langs te laten komen, is het advies. Er is ook geld voor: de NCTV verdeelt jaarlijks zo’n 7,5 miljoen euro onder gemeenten voor hun radicaliseringsaanpak. Daaruit kan ook het werk van NTA worden betaald.

Zo belandden veel gemeenten de afgelopen jaren bij NTA. Uit een rondgang onder vijfentwintig gemeenten die te maken hebben met radicalisering, blijkt dat er twintig samenwerken met het onderzoeksbureau. Tien gaven NTA in het geheim opdracht onderzoek te doen naar hun islamitische gemeenschappen.

De aanleiding is vaak maatschappelijke onrust over een kwestie. Zo krijgt Rotterdam in 2017 te maken met ophef over een salafistisch lesinstituut dat zich in de stad wil vestigen. Zoetermeer leest dat jaar over salafisten die elders in Nederland moskeeën proberen over te nemen, en wil weleens weten of dit ook in Zoetermeer speelt. Helmond vraagt zich in 2020 af of de plaatselijke moskee vanuit het buitenland wordt gefinancierd. Maar gemeenten willen ook gewoon meer weten – hun „informatiepositie” verbeteren.

Lees ook: Onmin en uitglijders bij de club die het land moet beschermen

‘Infiltranten’

De gemeenten vragen NTA om een „scan” of „analyse” van „islamitische actoren”. Daarvoor gaan de onderzoekers, met medeweten van gemeenten, undercover. NTA verzamelt informatie bij islamitische organisaties zónder zichzelf kenbaar te maken, bevestigen gemeenten. Het bedrijf lijkt er goed in: geen van de heimelijk onderzochte instellingen die NRC benaderde, heeft ooit iets gemerkt van wat moskeebestuurders nu achteraf „infiltranten” noemen.

De bevindingen worden opgeschreven in een document dat NTA een „krachtenveldanalyse” noemt: een overzicht van alle islamitische organisaties, bestuurders en voormannen in een gemeente, al gaat de meeste aandacht naar organisaties waar NTA problemen signaleert. Kosten van zo’n onderzoek: ongeveer 50.000 euro. Omdat in zeker tien gemeenten opdracht is gegeven voor een dergelijk onderzoek, zou dit om ongeveer een half miljoen euro aan overheidsgeld gaan.

Waarom kiezen gemeenten voor deze methode? Die geeft een „zo zuiver mogelijk onderzoeksresultaat”, antwoordt Zoetermeer via een woordvoerder. „Bij een openbare onderzoeksopzet” zouden organisaties „sociaal wenselijke antwoorden” geven, zegt Rotterdam. Met andere woorden: gemeenten gaan er bij voorbaat vanuit dat moskeebezoekers niet eerlijk antwoorden als ze weten dat niet een mede-gelovige, maar de overheid hen bevraagt.

Stevige verdenking

Is angst voor oneerlijke antwoorden een legitieme reden voor undercover onderzoek? Niet voor de overheid, volgens deskundigen. Gemeenten beroepen zich op de Gemeentewet, waarin staat dat de burgemeester de openbare orde moet handhaven. Maar hoogleraar staats- en bestuursrecht Ymre Schuurmans noemt die wet „een veel te algemene bevoegdheid om grootschalig gegevens binnen een geloofsgemeenschap te vergaren. Dat gemeenten dit door een particulier bureau laten doen en dat geen hoor en wederhoor plaatsvindt, maakt de zaak alleen maar ernstiger. Handhaving van de openbare orde kan je niet zomaar laten uitvoeren door een particuliere instantie.” Ze noemt de praktijken „onrechtmatig”.

Politie en geheime dienst AIVD mogen heimelijk observeren, zegt hoogleraar recht en datawetenschappen Bart Custers, „maar wel onder voorwaarden: er moet een stevige verdenking liggen. Is die er niet, dan gaat het observeren niet door. Dat gemeenten deze waarborgen nu omzeilen door via de achterdeur alsnog informatie in te winnen, mag absoluut niet.”

NTA beroept zich desgevraagd op de gedragscode voor sociale- en gedragswetenschappen. In die richtlijn staat dat onderzoekers zich in principe kenbaar moeten maken aan participanten, maar dat daar onder bepaalde omstandigheden van afgeweken kan worden. Daar verbindt de code wel voorwaarden aan. Observeren mag alléén op plekken waar mensen „redelijkerwijs kunnen verwachten” dat zij in de gaten worden gehouden door vreemden – dus niet in een gebedshuis. Ook moeten mensen na het onderzoek direct worden ingelicht. Hun bijdrage moeten ze kunnen intrekken en data moeten volledig geanonimiseerd worden. Als groepen of organisaties geobserveerd worden, moet op z’n minst een vertegenwoordiger ervan toestemming geven.

Eigenaar Najib Tuzani zegt dat zijn bedrijf geen afspraken maakt met de gemeenten over het informeren van personen die in de rapporten uitgebreid worden beschreven. Volgens de meeste gemeenten zijn betrokkenen niet geïnformeerd.

Families met ruzie

De rapporten zijn indringend. In een onderzoek van de gemeente Veenendaal in 2018, spreken onderzoekers met ouders en jongeren van een moskee. Ze citeren hen anoniem. Ze noteren welke families ruzie met elkaar hebben, bij naam. Van twee broers van een stichting wordt verteld hoe ze heten, waar ze studeerden en wat hun rol is „achter de schermen”. De imams, de docenten, de bestuurders; iedereen wordt bij naam genoemd en beschreven. Wat ze nog meer doen, waar ze lessen volgen, optreden, hun websites. Een aantal citaten is anoniem, deze zijn voor de gemeente niet te controleren.

Over de moskee in Ede meldt NTA dat deze „nauwlettend in de gaten” wordt gehouden door de Marokkaanse autoriteiten, om te zorgen dat „de salafisten in Ede niet over de schreef gaan”. De bestuursleden zouden hierover „frequent” communiceren met „consulaire en diplomatieke autoriteiten van Marokko”.

Wat vinden de mensen die in de onderzoeken worden genoemd er zelf van?

Hassan Saidi van moskee Nasser in Veenendaal praat zacht mee terwijl hij het onderzoek leest waarvan hij tot voor kort het bestaan niet kende. „Onzin”, mompelt hij zo nu en dan. Saidi is sinds 2008 voorzitter van de moskee. Nu pas ziet hij wat er in 2017 in het geheim over hem en zijn gemeenschap is opgeschreven. „Ik ben geschokt”, zegt hij. Waarom kreeg zijn moskee nooit de kans zich tegen deze aantijgingen te verweren? Saidi zegt dat de verhoudingen met de gemeente altijd open en goed waren. Hij voelt zich in de maling genomen. „Dit geeft mijn vertrouwen in de gemeente een enorme knak.” Aan de ene kant, zegt hij, lachen ambtenaren hem toe: „‘Hé, Hassan. Hoe is het, wat kunnen we voor je betekenen?’ En achter onze rug om laten ze ons helemaal doorlichten.”

Veenendaal bevestigt dat er „repressieve interventies” zijn gedaan naar aanleiding van het NTA-rapport, maar zegt niet welke

Een oud-functionaris van de Al Mouahidin-moskee in Ede leest in de rumoerige lobby van een Van der Valk-hotel het rapport waarin hij als „salafist” wordt omschreven. „Ik ben geen salafist!”, zegt hij verbouwereerd. Hij leest verder: over hun stamverhoudingen, conflicten, de vrouwenafdeling. Dit kan echt alleen van insiders komen, zegt hij.

De mannen van de moskeeën zeggen allemaal hetzelfde: in deze gebedshuizen kent iedereen elkaar, generatie na generatie komt er over de vloer. Dat een onbekende zich in hun midden begaf, ongebruikelijke en persoonlijke vragen stelde en ook nog eens antwoorden kreeg, zonder dat zij daarover hoorden? Onmogelijk. Hun verklaring: mensen uit eigen kring werken voor NTA.

Een prediker in een onderzochte moskee zegt dat NTA „meerdere informanten” moeten hebben. „Deze informatie komt van verschillende generaties. Iemand heeft brood naar de bakker gebracht, is een Marokkaans gezegde. Er is gekletst.”

Lees ook dit interview met Najib Tuzani: ‘Loyaliteit is een drijfveer die vaak wordt onderschat’

Boogschieten in een zomerkamp

Wat gebeurt er met de bevindingen uit het undercoveronderzoek? In een klein gebedshuis op een Veenendaals industrieterrein lezen drie bestuurders op klapstoeltjes een rapport uit 2018 dat ook over hun stichting Taubah gaat. Lang niet alles klopt, zeggen ze.

Het maakt voor hen wel veel duidelijk.

Vóór het rapport was volgens de mannen hun band met gemeente en politie goed. De burgemeester kwam langs, de gemeente nodigde hen uit voor een maaltijd tijdens de ramadan. In 2019 moet het bestuur bij de gemeente komen. Een man stelt zich voor als veiligheidsadviseur. Hij is amicaal, spreekt hen aan als „boys”, geeft ze een boks. Ze weten dan niet dat de man een medewerker is van NTA, en dat het bedrijf net een geheim onderzoek naar hen heeft gedaan.

Taubah komt er in het onderzoek beroerd vanaf. De stichting zou „façadepolitiek” bedrijven. Achter „gesloten deuren” zou Taubah een radicale boodschap verspreiden. De stichting organiseerde een zomerkamp waar jongeren onder meer gingen boogschieten en paintballen. De onderzoekers schrijven dat boogschieten binnen de „salafistische leer” wordt gezien als „voorbereiding op de gewelddadige jihadstrijd”.

Op het gemeentehuis vertelt de NTA-veiligheidsadviseur aan de mannen van Taubah dat de gemeente hen graag wil helpen bij het vinden van een nieuw onderkomen. Gesprekken volgen. „Prima, wij gaan helpen,” zegt de adviseur een keer – geluidsopnamen zijn in handen van NRC – „maar we willen weten wie jullie docenten zijn, welke boeken er zijn en we willen gewoon dat we binnen kunnen lopen. Dat zijn eigenlijk de drie voorwaarden.” Ook vraagt hij de mannen een aantal predikers niet meer uit te nodigen.

De Taubah-bestuurders weigeren – en zullen het door hen gewenste pand nooit krijgen. Nu pas begrijpen ze waar de plotselinge bemoeienis van de gemeente vandaan kwam: het geheime onderzoek.

Veenendaal bevestigt dat er „repressieve interventies” zijn gedaan naar aanleiding van het rapport, maar zegt niet welke.

De gemeente laat het bedrijf dus niet alleen undercover onderzoek doen, het laat NTA ook meedenken over wat er met de bevindingen moet gebeuren.

Religieuze lessen

Ook in Zoetermeer combineert NTA meerdere rollen. Een medewerker van het bureau is er in 2014 en 2015 ‘netwerkregisseur’ en probeert zo informatie over radicalisering uit de gemeenschap te verkrijgen. Tegelijk geeft een andere NTA-medewerker in het buurthuis religieuze lessen aan deze jongeren. Dat deze Marokkaans-Nederlandse man voor het bedrijf werkte, wist niemand in Zoetermeer. „De jongeren zagen hem als prediker en rolmodel”, zegt moskeevoorzitter Mohammed Boudadi. „Iedereen vertrouwde hem.”

Na het vertrek van deze prediker krijgt NTA in 2018 een nieuwe opdracht: een undercover onderzoek naar de Zoetermeerse moslimgemeenschap.

In Arnhem heeft het bureau nóg meer rollen. De programmamanager radicalisering van de gemeente is een NTA-adviseur. Het bedrijf schuift ook aan bij zogeheten ‘casusoverleggen’, waarin maatregelen tegen geradicaliseerde inwoners worden besproken. Een deel van die personen wordt onderzocht en begeleid door de reclassering en ook daar is NTA de vaste expert. Als deze Arnhemmers in 2020 als terrorismeverdachten voor de rechter moeten verschijnen, heeft NTA de rol van getuige-deskundige. Na de veroordeling: wederom NTA. Het bedrijf is de vaste adviseur van de terrorisme-afdeling van gevangenis De Schie in Rotterdam.

Volgens NTA weet het alle rollen strikt te scheiden. Zo hebben medewerkers alleen toegang tot onderzoeken waar ze direct bij betrokken zijn. Onderzoekers die aan krachtenveldanalyses werken, worden niet ingezet bij andere opdrachten „en vice versa”.

Toch is het wel veel macht voor één bedrijf, zeggen betrokken ambtenaren. Ook kan gevoelige informatie op andere manieren vermengd raken. Gemeenten sturen de undercover onderzoeken door naar de NCTV en de politie – die zelf nooit had mogen infiltreren om dezelfde informatie te achterhalen. Een woordvoerder van de terrorismebestrijder bevestigt „minimaal tien krachtenveldanalyses” te hebben ontvangen.

Bij de terrorismecoördinator klonk afgelopen jaren regelmatig kritiek op de werkwijze van het private bureau, van medewerkers van ministeries, de politie en intern. Over de onwenselijke „monopoliepositie” bijvoorbeeld. En dat gemeenten zich via NTA op het terrein van de geheime dienst zouden begeven. Als dit bekend wordt, is de gedachte, keren de praktijken zich tegen de overheid en werkt het juist radicalisering in de hand.

Ingegrepen werd er nooit. De NCTV financiert de geheime onderzoeken nog altijd.

Vertrouwen

Als NRC vragen stelt over de geheime rapporten, nemen gemeenten er afstand van. Zoetermeer zegt dat zo’n onderzoek nu „niet meer te onderbouwen” is en zou het ook niet meer „proportioneel” vinden. Een woordvoerder van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb zegt „in de huidige situatie” niet meer voor de opzet van een paar jaar geleden te kiezen. Gemeente Leidschendam-Voorburg, waar in 2020 nog een geheim onderzoek werd uitgevoerd, zegt dat het zich nooit heeft afgevraagd of de methode voldeed aan de privacywetgeving. Dat is de gemeente nu alsnog aan het doen. Almere laat weten op het punt te staan een geheim onderzoek uit te zetten en te balen van de op handen zijnde onthulling van de werkwijze. „Wij betreuren het dat dit artikel invloed kan hebben op de betrouwbaarheid van nog te verzamelen data.”

Al die jaren bracht NTA niets over de geheime onderzoeken naar buiten. Zodra het bedrijf weet dat dit artikel zal verschijnen, plaatst het begin oktober een toelichting op de eigen site. Daarin geeft NTA toe dat zijn onderzoekers „zonder zichzelf kenbaar te maken” deelnemen aan „gebedsdiensten, bijeenkomsten, lezingen, demonstraties etc. [...].”

Nadat NRC het bureau erop heeft gewezen dat een moskee geen openbare plaats is waar je zomaar mag observeren, past het bedrijf deze week de tekst op de site aan. Dan staat er ineens dat er slechts ‘online-gebedsdiensten’ en ‘online-lezingen’ worden bijgewoond. NTA in een reactie: „We controleren en actualiseren regelmatig onze website.” Het bedrijf ontkent nu dat zijn onderzoekers observeren in de moskeeën zelf, wel „in de periferie”.

In de Zoetermeerse moskee zegt de voorzitter zich bedrogen te voelen. „We hebben de afgelopen jaren zo ongelooflijk hard gewerkt om te zorgen dat de politie en de gemeente vrijuit onze moskee konden binnenlopen. Tegen kritische jongeren zeiden we steeds: je kan de overheid wél vertrouwen, ze vertrouwen ons ook. Wat moet ik ze nu vertellen?”

Reageren? onderzoek@nrc.nl