Reportage

Dit gebeurt er onder de geheimzinnige motorkap van de Microsoft-cloud in Middenmeer

Technologie Na zes jaar toont Microsoft voor het eerst hoe de strengbeveiligde datacenters in Noord-Holland werken. NRC keek mee.

Servers in het datacentrum van Microsoft in Middenmeer. Het complex heeft 375 medewerkers, voor het merendeel Nederlands.
Servers in het datacentrum van Microsoft in Middenmeer. Het complex heeft 375 medewerkers, voor het merendeel Nederlands. Foto Olivier Middendorp

Een computer op afstand, zo kun je de cloud omschrijven. Maar van dichtbij, midden in het datacenter, klinkt de cloud als een computerorkest. Wel een orkest dat gehoorbescherming vergt: je hoort zoevende harde schijven in servers waarop bestanden worden opgeslagen. Even verderop blazen computers met grafische processoren die op algoritmes aan het kauwen zijn. Het gewapper van enorme ventilatoren en het gonzen van de backup-accu’s maken de symfonie compleet.

Mocht de stroom uitvallen, dan houden de batterijen honderdduizenden computers vier minuten lang aan de praat. „Daarna slaan de dieselgeneratoren aan”, zegt Rob Elsinga. „Maar dat is nog nooit gebeurd – alleen maar om te testen.”

National technology officer, staat er op het visitekaartje van Elsinga. Hij is namens Microsoft degene die het bezoek rondleidt door de enorme datacenters in de Wieringermeerpolder.

Lees ook: Nieuwe datacenters? Het papierwerk komt later wel

Het is sinds kort dat het Amerikaanse techbedrijf vreemde ogen toelaat binnen de Nederlandse datacenters. Er komen weleens audit-teams langs, om voor klanten te controleren of het datacenter aan alle eisen voldoet. Maar voor de buitenwereld moest jarenlang geheim blijven dat deze datacentra überhaupt van Microsoft waren.

Van die geheimzinnigheid heeft de techreus achteraf spijt. Maandagavond krijgen omwonenden voor het eerst tekst en uitleg over de uitbreidingsplannen en slepende vergunningenkwesties. Eigenlijk is dat zes jaar te laat, erkent Microsoft. Elsinga: „Toen we hier in 2014 ons eerste datacenter bouwden zagen mensen opeens een groene doos in een weiland staan: zonder telefoonnummer en zonder deurbel. We moeten transparanter zijn. ”

Om toch „een goede buur” te zijn, deelde het Amerikaanse techbedrijf sinds 2018 1,1 miljoen euro uit in de gemeente Hollands Kroon. Dat gaat via een gemeenschapsfonds dat bijvoorbeeld scholen, culturele activiteiten en duurzame initiatieven steunt. Die strategie hanteert Microsoft ook in andere Europese landen waar het bedrijf datacenters bouwt.

Hyperscalers stuwen data

Microsoft is een hyperscaler: net als Amazon en Google biedt het bedrijf op grote schaal rekenkracht, dataopslag en software aan in datacenters. Dat is efficiënter, is de gedachte, dan bedrijven die allemaal eigen servers aan de praat houden.

Microsoft levert Office en Windows via de cloud, zakelijke klanten kunnen met Azure hun eigen infrastructuur op afstand inrichten. De hyperscalers stuwen de digitale economie, betoogt Microsoft. Het bedrijf citeert een IDC-rapport: elke euro die Microsoft met cloud verdient, zou andere partijen uiteindelijk 20 euro omzet opleveren.

Door de coronacrisis moesten de datacenters voluit draaien en plaatste Microsoft halsoverkop extra servers bij, ook in Middenmeer. Van het wereldwijde tekort aan chips heeft Microsoft nog geen last. Elsinga: „Het chiptekort treft vooral de autoindustrie, die van minder geavanceerde halfgeleiders gebruik maakt.” Microsoft ontwerpt zijn eigen servers en ontwikkelt ook eigen chips voor datacentra. Die moeten over een jaar of drie in gebruik zijn.

Wat er in Middenmeer op de servers gebeurt, weten de 375 medewerkers niet

Wat er precies op de servers in Middenmeer gebeurt, daarover gaan de 375 datacenter-medewerkers niet. Het personeel – 80 procent Nederlands, aldus Microsoft – zorgt voor de koeling, energietoevoer, de netwerkaansluiting en plaatst nieuwe hardware. De servers worden om de drie tot vijf jaar vervangen en de onderdelen gerecycled. Voor harde schijven is geen tweede leven weggelegd; ze worden verpulverd tot metaalkorrels omdat er geen data mag ontsnappen.

Het datacenter van Microsoft van bovenaf.

Foto Olivier Middendorp

De beveiliging vergt ook veel mankracht. De datacenters zijn gesloten als een oester, met driedubbele beveiliging aan de poort en tussentijdse controles. Microsoft belooft met vijf negens achter de komma (99,99999 procent) online te zijn. Daarom bouwt het bedrijf datacenters op drie verschillende locaties per land, op minstens zestien kilometer afstand van elkaar. Zo kan er in geval van rampspoed geschakeld worden.

Twee van die locaties zijn in de buurt van Schiphol, de Wieringermeer is de derde plek. Microsoft runt hier al zeven datacenters, die voor het gemak ook maar ‘Amsterdam’ genoemd zijn: van AMS 5 tot AMS 12. De bouw van nummers 13 en 14 begint komende week – over een maand of negen zijn ze in de lucht.

Lees ook: ‘We hadden niet zo geheimzinnig moeten doen over onze datacenters’

Samen vergen de servers van Microsoft in Nederland 270 megawatt vermogen. Dat is grotendeels afkomstig van het nabijgelegen windmolenpark en een windmolenpark in Borssele. „Het gaat om langlopende contracten van vijftien jaar, die zijn nodig om de windmolenparken überhaupt te bouwen”, zegt Elsinga.

De stampende computers in de datacenters worden 95 procent van de tijd gekoeld met buitenlucht. Als het buiten warmer is dan 27 graden, wordt de lucht eerst vooraf met water gekoeld dat bovenop het dak staat. De restwarmte, iets meer dan 30 graden, is ongeschikt om hergebruikt te worden in de agrarische sector, zegt Elsinga: „De nabijgelegen kassen hebben zelf gasturbines die CO2 en warmte voor de planten genereren.”

Dat was wel een belofte die de ronde deed toen de gemeente Hollands Kroon de vergunning besprak. Misschien dat Microsoft in de toekomst overschakelt naar servers die gekoeld worden door onderdompeling. Zulke systemen kunnen dichter op elkaar staan – handig voor capaciteitsvergroting – en hebben een restwarmte van 50 graden. Daar zou je, met een tussenstap, wellicht huishoudens mee kunnen verwarmen, denkt Elsinga. „Maar hergebruik van warmte blijft lastig, op zo’n grote afstand van een stad.”