De was doen is behoorlijk slecht voor het klimaat. Hoe doe je dat duurzamer?

Ecowas Wassen is om allerlei redenen een vervuilende bezigheid. Schoner is niet altijd groener. Duurzamer wassen begint met minder wassen.

Foto Jessica Nap

Er is een wasmiddel in aantocht, met de hemelbestormende naam Apollo, dat de weg vrijmaakt „naar een aanzienlijke energiebesparing bij het wassen”. Een doorbraak! „Minder heet (en toch wit) wassen”, hoewel het middel „evengoed in de kookwas” kan. Passend bij een tendens „in geheel West-Europa om minder heet te gaan wassen en die voortvloeit uit een grotere energiebewustheid bij vrouwen”.

De kookwas verraadt dat dit oud nieuws is, uit NRC Handelsblad van 23 maart 1978 om precies te zijn. De milieubewuste huisvrouw is inmiddels een duurzame consument, die je minder over fosfaten hoort dan over zijn/haar CO2-footprint. Maar hoewel wasmachines oneindig veel zuiniger zijn geworden, en de wasmiddelen krachtiger en minder schadelijk, is de zoektocht naar duurzamer wassen niet gestopt.

Geen kleine wasjes

In een gemiddeld huishouden is de wasmachine goed voor 5 procent van de energierekening. Anders dan bij bijvoorbeeld een koelkast, kun je oude wasmachines, met het oude label C of zuiniger, beter zo lang mogelijk blijven gebruiken, volgens duurzaamheidsvoorlichter Milieu Centraal.

De aan inflatie onderhevige energielabels zijn in maart vervangen. Wat voorheen A+++ kreeg, scoort nu niet hoger dan C of B. Machines met energielabel A verbruiken minder energie. Wat ook telt is hoe lang de machine meegaat en of het wasmiddel automatisch wordt gedoseerd, zodat minder spoelwater nodig is. Coolblue bijvoorbeeld geeft een ‘milieuvriendelijke selectie’ waarbij die criteria worden meegenomen.

Een niche in de witgoedwereld zijn de hotfill machines: die zijn zuiniger omdat ze op de warmwaterkraan worden aangesloten in plaats van het water zelf te verwarmen. Nadeel: je hebt een extra aansluiting nodig op de koude kraan als je ook koud wilt wassen, het aanbod is beperkt en ze zijn prijzig in de aanschaf.

Een machine voor 7 kilo was verbruikt weliswaar per wasbeurt minder energie dan één waar 10 kilo in kan, maar als je een groot gezin (5+) hebt of een pension runt, ben je met een grote trommel per kilo was zuiniger uit, zolang je de trommel maar niet halfvol stopt. De meeste mensen stoppen te weinig was in de trommel, volgens Milieu Centraal. Een vuist ruimte tussen de katoenwas en de bovenkant van de trommel is genoeg. Programma’s voor fijne was en wol zijn per kilo was minder zuinig, omdat je de trommel niet mag volstouwen als je kwetsbare kleren mooi wilt houden.

Terug naar boven
 

Temperatuur is alles

Temperatuur is bepalender voor het energieverbruik dan de duur van het programma. Daarom is het ecoprogramma zuiniger dan het katoenprogramma, hoewel het vaak langer duurt. ‘Eco 40-60’ betekent trouwens niet dat het water die temperatuur bereikt. Het betekent dat het geschikt is voor wasgoed dat je op 40 tot 60 graden mag wassen. In werkelijkheid wordt de 40 graden meestal niet gehaald.

Met lagere temperaturen en volle trommels valt de meeste energiewinst te halen. Zeven kilo was op 60 graden kost 26 cent, volgens Milieu Centraal. Op 30 graden kost het 8 cent aan elektriciteit. Met het ecoprogramma bespaar je volgens de Consumentenbond op honderd wasbeurten 6 euro en honderden liters water, vergeleken met het katoenprogramma op 40 graden.

Wassen op 30 graden is gemiddeld de helft zuiniger dan op 40 graden, blijkt uit de tests van de Consumentenbond. Alleen opfrissen kan ook met 20 graden. Om te voorkomen dat een stinkende slijmlaag in de trommel groeit, volstaat eens per maand op 60 graden wassen met een waspoeder met bleekmiddel.

Terug naar boven

Weg met die oude droger

Wassen is één ding, op drogen valt nog veel meer te besparen. Open deur: de wind is gratis. Als de was aan de lijn droogt, kan de centrifuge op een wat lager toerental draaien. Maar bij gebruik van de droger loont het juist om het hoogste toerental te kiezen. Hoe beter voorgeslingerd, hoe lager het totale verbruik van wasmachine en droger.

Een condens- of luchtafvoerdroger kost een gemiddeld huishouden per jaar zo’n 75 euro aan energie en is goed voor ongeveer 12 procent van het totale energieverbruik. De nieuwe warmtepompdrogers, die de warme lucht hergebruiken, verbruiken maar een derde. Het produceren van een nieuwe warmtepompdroger (A+++) levert minder uitstoot op dan er nodig is om een oude (A+ of lager) door te laten draaien. Het advies van Milieu Centraal luidt daarom: vervangen.

Je kunt je verbruik verder beperken door de droger goed vol te stoppen, filters schoon te houden en een automatisch programma te kiezen, zodat de droger niet onnodig lang doordraait.

De allergrootste slurper is een was-droogcombinatie: wasmachine en droger ineen. Volgens Coolblue is het jaarverbruik van een was-droogcombinatie bijna drie keer zo hoog als van een wasmachine en droger samen. Daar komt nog bij dat je de trommel van een combi niet helemaal vol kunt doen als je de was ook nog wilt drogen.

Terug naar boven

Minder, minder

‘Was nooit je spijkerbroek”, zegt de baas van Levi’s. „Verschoon vaatdoekjes elke dag”, zegt het Voedingscentrum. Als je je voetafdruk wilt verkleinen, levert minder wassen het meest op. Maar hoeveel minder kún je wassen? Op welk moment wordt groen groezelig?

Vaatdoekjes, zegt WUR-hoogleraar levensmiddelenmicrobiologie Marcel Zwietering, zijn een bekende besmettingsroute. „Een bacterie deelt zich bij optimale omstandigheden elke twintig minuten. En via je handen of het aanrecht kunnen bacteriën uit het doekje in contact komen met iets dat je in je mond stopt.” Elke dag verversen is dus een verstandig advies.

Foto Jessica Nap

Voor een spijkerbroek is het onzin om die elke dag te wassen, zolang je er het aanrecht niet mee poetst. Maar hoe zit het bijvoorbeeld met handdoeken? Zwietering wijst erop dat bacteriën nu eenmaal bij ons horen: „Ze zijn overal. En de meeste bacteriën deugen.” Op handdoeken zitten vooral ongevaarlijke huidbacteriën. Als je geen open wonden, voetschimmel of een zwak afweersysteem hebt, kun je een handdoek best vaker dan één keer gebruiken. Het is een risico-afweging tussen de kans op de aanwezigheid van ziekmakende micro-organismen, de kans die binnen te krijgen en de kans daar dan ook nog ziek van te worden.

Hoe lang een handdoek mee kan, hangt ook af van hoe je ermee omgaat. Een natte handdoek in een prop op de vloer is een heerlijke broeikas voor bacteriën en gaat al snel stinken. Eten (huidschilfers) + vocht + warmte = bacteriegroei. Van een riekende handdoek hoef je niet ziek te worden, maar om luchtjes te voorkomen, moet je handdoeken meteen uithangen en snel laten drogen.

Zwietering zou handdoeken na een keer of drie vervangen – beddengoed na ongeveer een week – en op 60 graden wassen. „Bij 55 graden beginnen veel bacteriën dood te gaan. Er zijn ook spoorvormende bacteriën die meer hitte verdragen, maar in de praktijk volstaat 60 graden.”

Sportkleding levert een dilemma op: synthetische stoffen kun je niet altjd op 60 graden wassen, terwijl bacteriën er juist welig op tieren. Zwietering wast zijn sportkleren na elke keer sporten op 30 graden. Bacteriën worden dan niet gedood, maar wel deels weggespoeld met het zweet en vuil. „En geurstoffen in wasmiddelen overheersen de zweetgeur.”

En wat betreft het beruchte vaatdoekje: elke dag in de wasmachine hoeft niet per se. „Goed onder de hete kraan uitspoelen of er kokend water overheen gieten kan ook. En dan alsnog snel laten drogen.”

Terug naar boven

Niet te veel wasmiddel

Gekke paradox: we maken veel minder vlekken dan vroeger, maar we wassen veel meer dan toen we nog op het land en in de fabriek werkten en met de hand wasten. Tegelijkertijd zijn de wasmiddelen sterk verbeterd: met lagere temperaturen verwijderen ze meer vuil, terwijl je er minder van nodig hebt.

„Gewichtseffectiviteit.” Dat is het woord dat Wilfried Blokzijl, wasmiddel-ontwikkelaar bij Unilever, een paar keer gebruikt als hij vertelt hoe wasmiddelen een steeds kleinere voetafdruk krijgen: er worden steeds effectievere ingrediënten ontwikkeld om met minder koolstof de was te kunnen doen. Ook de verpakkingen worden daardoor kleiner en lichter – en ze zijn steeds vaker van recyclebaar plastic.

Het blijkt nog knap lastig om consumenten aan de kleinere fles te krijgen. Dat je met één dopje een hele trommel was schoon krijgt, gaat er maar niet in. „Consumenten kopen nog steeds liever een grote fles voor weinig geld.”

Als je naar de hele cyclus kijkt – grondstoffen, productie, transport, gebruik, afval – heeft geconcentreerd vloeibaar wasmiddel de kleinste voetafdruk, zegt Blokzijl. „Poeders bestaan voor een groot deel uit zouten, waaraan de effectieve stoffen zich hechten, zodat het poeder wordt. Die hulpstoffen moeten vaak uit de grond komen, vervoerd worden, en ze doen weinig in de was.” De poederdozen worden wel kleiner: „Waar voorheen 120 gram per was nodig was, is dat nu soms nog maar 40 gram.”

Capsules hebben als voordeel dat je nooit te veel wasmiddel gebruikt, maar ook daarvoor geldt: „Het oplosbare, afbreekbare filmlaagje doet niets voor de was. En er zitten veel oplosmiddelen in.” Capsules zijn dus minder ‘gewichtseffectief’ dan een vloeibaar wasmiddel.

Foto Jessica Nap

Minder is één ding. Een andere ontwikkeling is de verschuiving naar duurzamere grondstoffen, van fossiel (aardolie) naar hernieuwbare bronnen. Zo wordt gewerkt aan ingrediënten uit planten en andere biomassa, uit afvalstromen en zelfs uit CO2 uit de lucht. Unilever voert sinds kort ook het ecomerk Seventh Generation, met ‘97 procent plantaardige ingrediënten’. „Maar met planten alleen kun je niet de hele wereld laten wassen. Voor surfactanten, die vet oplossen, kun je bijvoorbeeld palmolie gebruiken, maar dat is óók controversieel.” Ook volgens Milieu Centraal is een plantaardig wasmiddel niet per definitie beter dan een product op basis van aardolie: elke grondstof belast het milieu op een andere manier. Voor plantaardige grondstoffen is landbouwgrond nodig, en het kan samengaan met ontbossing.

Voor een ecolabel moeten wasmiddelen aan allerlei eisen voldoen zodat ze het milieu zo weinig mogelijk belasten. Om die reden adviseert Milieu Centraal wasmiddelen met een milieukeurmerk. Wel wassen ecowasmiddelen volgens de Consumentenbond vaak minder goed. Het eco-poeder van Klok scoort nog het best.

Er staan steeds meer eco-wasmiddelen in het schap en intussen kruipen gewone wasmiddelen steeds meer naar eco: fosfaten zitten er niet meer in, was-actieve stoffen moeten allemaal afbreekbaar zijn. De grote uitdaging is nu nog om op lagere temperaturen de hardnekkiger vlekken en bacteriën weg te krijgen. „Enzymen, die vuildeeltjes afbreken zodat ze met het water en het wasmiddel wegspoelen, krijgen bij 30 graden de meeste was schoon. Maar vet en zweetgeur bijvoorbeeld blijven lastig.” Er wordt stug doorgewerkt aan stofjes die micro-organismen misschien niet doodmaken, maar wel beter uit de was spoelen, die voorkomen dat losgespoeld vuil terugslaat op de was en zorgen dat het minder makkelijk hecht aan gewassen textiel.

Bleek is een verhaal apart: het is de makkelijkste manier om witte was schoon te krijgen, maar het werkt beter op hoge temperaturen. „Om bleek te vervangen zoeken we ook in de natuur naar enzymen die vlekken omzetten of afbreken bij een lagere temperatuur.”

En dan wasverzachter. De parfummoleculen in verzachters zitten deels in minicapsules van plastic. Dat zijn microplastics, volgens de strikte definitie. Wasverzachters zijn niet nodig als er weinig kalk in het water zit of als je een droger gebruikt, schrijft de Consumentenbond. Een beetje azijn kan de was ook zachter maken.

Blokzijl neemt het op voor wasverwachters: „Met steeds minder geurstoffen kun je met lage wastemperaturen geurtjes camoufleren waardoor kleren minder vaak in de was hoeven. En zacht textiel slijt niet zo snel als ruwe stoffen, dus je doet er langer mee.”

Terug naar boven

Ballen en noten

Sommige mensen zweren bij wasballen, waseieren of wasnoten, waarmee je met veel minder of geen wasmiddel even schoon zou wassen. De Consumentenbond testte ze en werd teleurgesteld: je kunt net zo goed met alleen water wassen. Sterker: wasballen met zilverionen zijn juist milieubelastend. En zonder wasmiddel wordt de was eerder grauw en kan er kalkaanslag in je machine komen.

Ook in zelfgemaakte wasmiddelen van soda en zeep ontbreken de ingrediënten die textiel beschermen tegen pillen of verkleuren en die kalkaanslag voorkomen. Als je daardoor korter met je kleding en je wasmachine doet, ben je uiteindelijk minder duurzaam bezig.

Terug naar boven

Niet pluis

Bij het wassen en drogen laat synthetische kleding, vooral fleece, kleine plastic vezels los. Die microplastics komen vervolgens in het afvalwater terecht. Omdat er steeds meer kleding verkocht wordt, neemt dat alleen maar toe, verwacht TNO, dat onderzoekt hoe microplastics beter gemeten kunnen worden. Er zijn wel wat producten op de markt die beloven dat ze losse vezels filteren of vasthouden. De Cora Ball, die je meewast, zou ze vasthouden, maar werkt volgens de Consumentenbond minder goed dan een speciale waszak die 70 procent van de vezels zou opvangen. De vraag is alleen waar ze daarna terechtkomen. Een duurdere optie is een filter die je aan de afvoerslang van je wasmachine vastmaakt.

Behalve dat van al die uitvindingen geen harde resultaten bekend zijn, zijn het oplossingen aan het einde van de pijplijn, letterlijk. De enige oplossing, voor alles, is minder kleding kopen. En minder wassen.

Terug naar boven

Lees ook: Kleding van polyester, dat moet je niet meer willen