Voor welke problemen zoeken lezers van zelfhulpboeken eigenlijk massaal raad?

Non-fictie De populariteit van zelfhulpboeken toont aan dat mensen hun welzijn steeds meer als eigen verantwoordelijkheid zien. En dat is niet per se positief, schrijft historicus Maarten van den Heuvel in een inzichtelijke geschiedenis van adviesboeken sinds 1945.

Illustratie Marit Dekker

Te vinden in menig boekenkast in Nederland: Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt van Haemin Sunim. Of De edele kunst van not giving a fuck van Mark Manson. En Patronen doorbreken van Hannie van Genderen – al dan niet vermomd met een ander kaft, omdat de eigenaar zich schaamt voor de nood aan adviesboeken.

Zelfhulpboeken zijn, na een gestage groei vanaf de Tweede Wereldoorlog, de afgelopen jaren ongekend populair geworden. In 2019 was voor het eerst één op de tien bestverkochte boeken in ons land een adviesboek. Vorig jaar was dat ook het geval.

Lees ook: Hoe wijs worden we van zelfhulpboeken?

Waarom is dat? En voor welke problemen zoeken lezers eigenlijk massaal wijze raad? Wat zegt dat over de tijdgeest? Bovendien, moeten we onszelf wel zo ijverig willen helpen? Al die vragen verkent historicus en journalist Maarten van den Heuvel in het pas verschenen AEX van de Ziel, een inzichtelijke geschiedenis van populaire zelfhulpboeken vanaf 1945, het begin van de opmars van het geliefde maar ook verguisde genre.

Dát mensen worstelen, is constant, maar waarméé, dat blijkt sterk bepaald door de telkens veranderende maatschappelijke context, concludeert Van den Heuvel. Zo is de huidige focus op geluk, wat veel bestsellers van nu presenteren als een dominant vraagstuk, eigenlijk een heel nieuwe. Tot de kredietcrisis van 2008 zochten lezers vooral advies over het vergaren van succes en status. En weer dáárvoor ging het over ‘jezelf bevrijden’.

Zoals Van den Heuvel schrijft: „De vraag naar hoe te leven is eigenlijk altijd de vraag naar hoe te leven in de wereld waarin je leeft.” Daarom een overzicht van vijf kenmerkende periodes in naoorlogs Nederland, gevolgd door een voorzichtige voorspelling van de problemen waar we in de nasleep van corona massaal boeken voor gaan raadplegen.

Jaren vijftig tot begin zestig

Wederopbouw

Koningin Wilhelmina besprak in haar troonrede van 1946 uitvoerig de problemen waar Nederland ruim een jaar na de bevrijding nog mee kampte. Volgens de koningin was er maar één doel: „Het leggen van een deugdelijken grondslag voor den geleidelijken wederopbouw van onze geestelijke en stoffelijke volkswelvaart.” Bijzondere aandacht ging daarbij naar „de verwildering van de jeugd”.

De vooroorlogse orde werd gezien als een oase van stabiliteit en rust. Iedereen kende zijn plaats en wist wat er van hem werd verwacht. In de heldere stijl die typerend is voor de adviesboeken die hij beschrijft, schetst Van den Heuvel de nostalgie waarin de moraliserende geelgekafte Kanarie-boekjes, met titels als Prettig in de omgang en Uw persoonlijkheid versterken voorzagen.

Goede manieren, niet toevallig de titel van een bestseller van toen, waren tijdens de wederopbouw cruciaal om verder te komen. Etiquette, gepaard met vriendelijkheid, dienstbaarheid en opgewektheid, waren essentieel. Zelfdiscipline, zo adviseerden meerdere boeken, was de sleutel tot al dat soort deugden.

En wie succes had, bleef noest doorwerken – het land moest weer opgebouwd. „Werkelijk grote mannen blijven ondanks hun roem en rijkdom eenvoudig en vriendelijk”, aldus het Kanarie-boekje Vergroot uw levensvreugde. „Zij denken aan hetgeen moet worden, en niet aan hetgeen zij hebben gedaan.”

Eind jaren zestig, jaren zeventig

Gelijkwaardigheid

Een psychogolf. Zo omschreef John Jansen van Galen, journalist voor de Haagse Post, eind 1979 de trend van het voorgaande decennium. De wederopbouw en de verzorgingsstaat hadden voor rust en voorspoed gezorgd, maar dat bracht ook allerlei onvrede naar boven die voorheen werd weggeslikt om te kunnen voldoen aan de strikte normen van de kerk en de standenmaatschappij.

Met de ontzuiling vielen de vertrouwde regels weg. Hoe te leven, als niemand je dat voorschreef? Nederland was zoekende. Adviesboeken die hielpen een nieuwe identiteit te vinden, werden populair, zoals Ik ben O.K., jij bent O.K. van de Amerikaanse psychiater Thomas Harris. In Nederland werden daarvan tussen 1969 en 1980 meer dan 250.000 exemplaren verkocht.

Harris wilde zijn lezers „losmaken van de indoctrinaties van vorige generaties”. Mensen moesten hun eigen richting gaan bepalen en „werkelijk vrijheid van keuze” ontdekken. Harris schoolde zijn lezers in transactionele analyse, dat mensen leert om „als gelijkwaardige volwassenen” met elkaar om te gaan – dit stond in contrast met de vroegere hiërarchische verhoudingen binnen kerk, gezin en werk.

Jaren tachtig

New age en individualisme

Het gestegen opleidingsniveau en de doorgaans groeiende welvaart had mensen vertrouwen in de toekomst gegeven. Anderen had je niet meer nodig, of het moest zijn om er beter van te worden. Het leven was maakbaar. „Je kunt beslissen de man of vrouw te zijn die je zelf wilt”, schreef de Amerikaanse psycholoog Wayne Dyer in Niet morgen, maar nu, dat met 35 miljoen exemplaren een van de best verkochte non-fictieboeken wereldwijd werd.

Zelfhulpboeken als die van Dyer draaiden om vrijheid, zelfontplooiing en het bereiken van „totale zelfvervulling”. Dat advies gold ook voor vrouwen. Weekblad Margriet, begin jaren tachtig gelezen door bijna de helft van de vrouwen in Nederland, moedigde hen aan meer voor zichzelf op te komen. Dyer ging verder: de vrouw moest „alle afhankelijkheid uit haar wereld bannen”.

Ook geloof draaide om het eigen ik. Betekenis zoek je niet in de wereld om je heen, maar in jezelf, preekte new age, een soort ‘doe-het-zelfgeloof’ waarbij mensen uit – soms slecht begrepen – religies kozen wat „op dat moment het beste bij hen past”. Centraal staat het idee van een „alom aanwezige kosmische kracht of energie” waarvan alles vervuld is”. Dus ook jijzelf.

Op het hoogtepunt telde Nederland meer dan tweehonderd newagecentra, schetst Van den Heuvel. Een typisch adviesboek uit die hoek, Je kunt je leven helen van Louise Hay, een Amerikaans ex-model dat lezers hielp verbonden te raken met het „goddelijke in zichzelf”, haalde eind jaren tachtig vier keer aaneen de Nederlandse eindejaarslijsten.

Jaren negentig en nul, tot de kredietcrisis

Succes

Succes is een keuze, verkondigde de Australische Rhonda Byrne in The Secret, dat aan de vooravond van de kredietcrisis verscheen. Gezondheid, maatschappelijk succes, rijkdom, een droomrelatie, je trekt het allemaal aan via „de magnetische kracht van je gedachten”. Lezers leerden zich voor te stellen dat „wat je wil al van jou is”. Wie geen succes had, wilde het blijkbaar niet graag genoeg.

The Secret, waarvan wereldwijd meer dan 21 miljoen exemplaren werden verkocht, was een uitvergroting van waar het in de loop van de jaren negentig om begint te draaien in populaire zelfhulpboeken: het vergaren van succes en rijkdom. In een tijd van groeiend kapitalisme mocht je de kosmische krachten daar zonder schroom voor inzetten.

Emile Ratelband, een van de Nederlandse auteurs die doorbrak in het van oudsher door Amerikanen gedomineerde adviesgenre en een gelover in de ‘goddelijke vonk’ in de mens, vond dat je plezier mocht hebben in consumeren. Hij adviseerde zijn lezers om zichzelf te verwennen met dure champagne, schoenen „van 500 gulden”, of „een businessclassticket naar Barcelona”. Het was allemaal goed „als je het maar bewust doet”.

Dat veel mensen door de flexibilisering van de arbeidsmarkt, internationale concurrentie en technologische vernieuwing geen andere keuze hadden dan meedoen aan de strijd om „de beste versie van jezelf te worden”, daar hadden deze zelfhulpboeken geen oog voor.

Vanaf de kredietcrisis

Kwetsbaarheid en geluk

Totaal anders is de boodschap van De moed van imperfectie van Brené Brown, verschenen in 2013 en jarenlang een van de bestverkochte boeken in Nederland. De Amerikaanse hoogleraar spoort haar lezers aan trots te zijn op hun „rommelige, imperfecte, ongeregelde en uitgelubberde leven” en vertelt openhartig over haar eigen imperfecties, zoals haar verslavingen aan drank, sigaretten en eten.

Na de kredietcrisis van 2008 komt er kritiek op de prestatiemaatschappij. Hoezo je eigen schuld als je niet succesvol bent? Het is de schuld van de hyperkapitalistische Amerikaanse banken, die de wereld in een economische depressie hebben gestort!

Vergeet succes, kies voor geluk. Blij zijn met het leven van alledag, dat is veel belangrijker dan status. Geluk wordt hét thema in de zelfhulpliteratuur. Mediteren, mindfulness, onthaasten, ontspullen, tijd met naasten, in de natuur, het zijn volgens zelfhulpboeken allemaal wegen naar geluk. Leef in het nu, houd van elkaar.

Lees ook: McMindfulness: de keerzijde van al die meditatie-apps

Voor het eerst krijgt een deel van de auteurs oog voor de rol van het economisch systeem in de problemen van hun lezers. Naast Brown keert onder meer Mark Manson van de kaskraker De edele kunst van not giving a fuck zich tegen de ratrace en de perfectie die die van ons vereist. „De meeste mensen”, schrijft Manson, „zijn tamelijk middelmatig in wat ze doen”. En dat is helemaal prima.

De meeste zelfhulpboeken blijven echter bij de traditionele focus van het genre: jezelf helpen. Dat komt de geluksprofeten op kritiek te staan, schrijft Van den Heuvel. Want laten zij ons met hun survivalgidsen voor het moderne leven niet survivallen in een ziek systeem? Blijven de veroorzakers van collectieve problemen als werkstress en ongelijkheid daardoor uit de wind? Kortom: maken zelfhulpboeken ons makke schapen?

Vanaf nu

Post-corona

Welke hulpvragen gaan de tijdgeest weerspiegelen in de zich ontluikende post-coronawereld? Van den Heuvel doet niet aan voorspellen, maar volgens hem leert de geschiedenis „dat epidemieën zelden de neiging aanwakkeren om je stoïcijns met je eigen zaken te bemoeien”.

Kortom, de ingezette trend van zelfhulpboeken die pleiten voor minder marktdenken en meer gemeenschapszin kon weleens doorzetten. Vooral omdat de lockdowns het verlangen naar contact en verbinding, naar ‘samen’, alleen maar hebben versterkt.

Van den Heuvel mag dan over adviesboeken schrijven, zelf geeft hij slechts één tip: lees, ook als het niet je ding is, de populairste zelfhulpboeken van dat moment. „Niet zozeer om jezelf beter te leren begrijpen, maar omdat ze inzicht geven in wat er leeft in de maatschappij.” Zoals de AEX een graadmeter is van de economie, zegt hij, zijn zelfhulpboeken dat van onze ziel.

Lees ook: ‘Probeer niet je leven op orde te brengen’