Hoge Raad: NAM moet immateriële schade aardbevingen vergoeden

Groningen Groningers bij wie twee keer fysieke schade aan het huis werd vastgesteld door aardbevingen, hebben recht op ten minste 2.500 euro smartengeld van de NAM.
De NAM-locatie Kooipolder in de gemeente Midden-Groningen.
De NAM-locatie Kooipolder in de gemeente Midden-Groningen. Foto Kees van de Veen

De Hoge Raad heeft op vrijdag besloten dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) gedupeerden van de Groningse aardbevingen smartengeld moet betalen voor verminderd woongenot en immateriële schade. De Raad houdt met die uitspraak een eerder oordeel van het gerechtshof in Leeuwarden in stand. Bij de zaak waren 65 bewoners van Groningse huizen betrokken, die om een vergoeding vroegen en vinden „dat de NAM hiervoor aansprakelijk is”.

In 2019 oordeelde het gerechtshof in Leeuwarden al: wanneer is vastgesteld dat een woning tenminste één keer fysieke schade heeft opgelopen door aardbevingen als gevolg van gaswinning in Groningen, hebben de bewoners recht op een vergoeding vanwege verminderd woongenot. Wanneer twee keer fysieke schade is vastgesteld, moet de NAM naast zo’n vergoeding smartengeld betalen: minimaal 2.500 euro per bewoner. In sommige gevallen kan het bedrag hoger worden, als meer dan twee keer schade is vastgesteld. Per extra schadegeval kunnen bewoners aanspraak doen op 1.250 euro. De Hoge Raad sluit zich nu aan bij die uitspraak.

De NAM ging na de rechtszaak in 2019 in cassatie bij de Hoge Raad, en vroeg daarmee om vernietiging van het oordeel van de rechters in Leeuwarden. Het Noord-Nederlandse gerechtshof kwam toen tot de conclusie dat fysieke schade aan een woning als gevolg van aardbevingen door gaswinning een „ernstige vorm van overlast” is, en „een concrete aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de bewoner”. Verder zou de schade voor gedupeerden „in zekere mate beangstigend” zijn geweest, en „afbreuk hebben gedaan aan diens gevoel van veiligheid in de eigen woning”.

Lees ook: Smartengeld voor gedupeerde Groningers