Analyse

Amerika zucht onder forse prijsstijgingen

Inflatie Slecht nieuws voor president Biden: in één jaar tijd zijn de prijzen 5,4 procent gestegen. De inflatie wordt een structureel probleem.

Spulletjes bij Dollar Tree kunnen voortaan ook 1,25 of 1,50 kosten in plaats van de vaste 1 dollar. De graaiwinkelketen, de laatste in zijn soort (denk aan Family Dollar, Dollar General, etc.) die bestek, knuffels, bijbels en blikjes mierzoete frisdrank daadwerkelijk voor 1 dollar verkocht, heeft de afgelopen maand ook het hoofd moeten buigen voor de prijsstijgingen die de Verenigde Staten in hun greep hebben. De kosten voor de aanvoer van hun goedkope producten zijn zo sterk gestegen dat het bedrijf erop toelegde, zo legde topman Michael Witynski uit.

Dollar Tree is een dankbaar voorbeeld om de inflatie in de VS te illustreren, zoals blijkt uit tweets van politici uit de oppositie. Ten opzichte van een jaar geleden zijn de prijzen in september met 5,4 procent gestegen. Alleen al tussen augustus en september stegen de prijzen met 0,4 procent. Amerikanen merken het dagelijks aan wat ze betalen in de supermarkt en aan de pomp: benzine werd dit jaar gemiddeld zo’n 45 procent duurder.

Zo langzamerhand beginnen economen en analisten hun voorspellingen over de inflatie na de coronapandemie bij te stellen. Aanvankelijk werden de gestegen kosten voor invoer en transport en de daarmee samenhangende prijsstijgingen in specifieke sectoren gezien als de onvermijdelijke schokken waarmee de economische motor weer op gang moest komen: vraag en aanbod zochten gewoon een evenwicht, de inflatie was een tijdelijk bijverschijnsel.

Maar twee weken geleden gaf de president van de centrale bank, Jerome Powell, een persconferentie waarin hij voor het eerst voorspelde dat het langer tijdelijk zal duren eer de prijzen weer dalen. Mogelijk pas in het volgende jaar.

Achteruitgang in koopkracht

De inflatie is slecht nieuws voor de president en de Democratische Partij, die het land met een krappe meerderheid regeren. Zij wonnen de verkiezingen van november 2020 onder het motto ‘Trump heeft er een rotzooi van gemaakt, wij gaan puinruimen en hervormen’. Biden beloofde de twee meest urgente crises het eerst aan te pakken: de pandemie en de economie. De zomerpiek van het virus hebben de Amerikanen inderdaad achter zich gelaten. Maar de economie doet het over de hele linie slechter dan voorspeld.

De gestegen kosten voor aanvoer leiden tot hogere prijzen en daarmee tot achteruitgang in koopkracht. Het ministerie van Werkgelegenheid stelde deze week vast dat het reële inkomen in het afgelopen jaar gemiddeld met 0,8 procent is teruggelopen.

Daarnaast blijft de werkloosheid een taai probleem. In september groeide het aantal banen – behalve seizoenarbeid in de landbouw – met 194.000. De werkloosheid ligt nu op 4,8 procent, veel hoger dan de 3,5 procent in februari 2020, de laatste ‘normale’ maand voordat delen van de economie werden afgesloten om het coronavirus te bestrijden.

Persbureau Bloomberg constateerde na tien diepte-interviews dat van de „vijf miljoen vermiste werklozen” een groot aantal niet meer wil en zal terugkeren naar hun oude banen, ook al zijn er meer vacatures dan werklozen. De ondervraagden zagen de zin niet meer van de tijdelijke baantjes die hen te weinig opleverden om de vaste lasten te betalen, ze waren bang voor nieuwe varianten van het coronavirus, of ze wisten dat ze een hoger salaris konden eisen dan de werkgevers nu willen betalen.

Overigens zijn niet alle cijfers slecht. Consumentenuitgaven zijn enorm gestegen: weer een andere oorzaak van de inflatie. Tussen het vierde kwartaal van 2019 en het laatste maandrapport van het ministerie van Werkgelegenheid hebben Amerikanen 18 procent meer uitgegeven aan goederen. De goederenprijzen lagen in september dan ook ruim 9 procent hoger dan een jaar geleden. In diezelfde periode daalden de uitgaven aan diensten met 3,2 procent.

Lastige keuzes

De combinatie van de hoge vraag van consumenten, de hoge inflatie en de lage werkloosheid stelt Biden en Fed-president Powell voor lastige keuzes. Aan welke knoppen moeten zij draaien?

Biden koos eerst voor de aanvoerlijnen. Hij maakte deze week bekend dat de Port of Los Angeles, de grootste invoerhaven van producten uit Azië, 24 uur per dag goederen zal verwerken en dat grote winkelketens als Walmart hun wildgroei van containers op het gigantische terrein gaan snoeien. Zo hoopt Biden het aanbod op te schroeven en daarmee de prijzen enigszins te drukken.

De werkloosheid is een ander verhaal. Biden heeft campagne gevoerd met een programma waarin ook hogere salarissen stonden. Werkzoekenden die geen lage lonen meer accepteren, vinden de Democraten aan hun zijde. Dat is een delicaat evenwicht, want de druk van hoge salarissen zal het hardst worden gevoeld bij kleine bedrijven, en ook die hebben de sympathie van Biden.

Intussen staan ook economen op die het adagium never waste a good crisis hanteren. In augustus, op de jaarvergadering van de Federal Reserve, presenteerde macro-econoom Veronica Guerrieri van de universiteit van Chicago een studie die liet zien dat inflatie een goed middel kan zijn om noodzakelijke economische hervormingen door te voeren. Sectoren die hard door Covid zijn getroffen (diensten, kantoorvastgoed) zullen veren moeten laten ten opzichte van sectoren die floreren in het ‘nieuwe normaal’.

Als mensen niet terug willen naar een betrekking met een laag salaris, dan zullen die bedrijven krimpen of verdwijnen ten gunste van bedrijven die wel een hoger salaris kunnen bieden. En als mensen niet terug willen naar kantoor, dan zullen producenten van de technologie die hen helpt thuis te werken, daarvan profiteren. Inflatie, betoogde Guerrieri, kan daarbij een goede prikkel zijn. Voorlopig heeft Biden de keuze voor een dergelijke harde herstructurering nog niet omarmd.