Opinie

Wonen is een recht, blijf het vooral zo noemen

Woonprotest De wooncrisis is een schending van mensenrechten, aldus en . De staat moet zich inspannen voor behoorlijke huisvesting.
Het eerste landelijke woonprotest in Amsterdam op 12 september 2021.
Het eerste landelijke woonprotest in Amsterdam op 12 september 2021. Foto Camiel Mudde

‘Wonen is een recht, geen handelswaar’ en ‘Lees artikel 22 van de Grondwet’ lazen we op de protestborden bij de grote demonstratie tegen de wooncrisis in Amsterdam. Ook bij het volgende woonprotest, op 17 oktober in Rotterdam, zal het recht op wonen centraal staan. Het overkoepelende Woonmanifest opent met ‘woonrecht’, en steeds vaker horen we deze woorden ook uit de mond van politici. Dit zijn niet slechts pakkende slogans: wonen is inderdaad een fundamenteel mensenrecht. Het wordt tijd dat we de wooncrisis nu ook echt door deze lens gaan zien.

Een veilig thuis is het fundament van een waardig leven. Het ontbreken van behoorlijke huisvesting veroorzaakt ook problemen op andere terreinen, zoals werk, inkomen, onderwijs en gezondheid.

Huisvesting als fundamenteel mensenrecht beschouwen, betekent dat de burger niet om een gunst vraagt, maar een recht opeist. Dit verandert de toon en de aard van het woondebat. Burgers claimen hun rechten en eisen dat de staat zijn verplichtingen nakomt. Het recht op behoorlijke huisvesting is niet alleen te vinden in de Grondwet, de staat is ook verplichtingen aangegaan door internationale en Europese verdragen te ratificeren. Vanuit mensenrechtelijk perspectief bezien staat de woonbeweging daarom volledig in haar recht met haar eisenpakket.

Wonen als recht betekent dat we het over deze verplichtingen van de staat kunnen én moeten hebben. Wat die verplichtingen zijn is duidelijk beschreven in de verdragen en, onder andere, in de daaruit voortvloeiende interpretaties van toezichthoudende comités. De kern daarvan is dat de staat ervoor moet zorgen dat iedereen ergens veilig, vreedzaam en waardig kan leven. Dit wil niet zeggen dat de staat zelf alle huizen moet bouwen. Het betekent ook niet dat iedereen die in hartje Amsterdam wil wonen een beroep kan doen op het recht op huisvesting, of dat je bij de rechter een huissleutel kunt opeisen. Maar het betekent wél dat de staat moet garanderen dat iedereen ten minste toegang heeft tot passende en behoorlijke huisvesting.

Lees ook dit artikel van Cody Hochstenbach: Alles voor een exclusieve skyline

Menswaardig bestaan

Daarbij moet prioriteit gegeven worden aan die groepen die in de meest kwetsbare situaties zitten, zoals mensen met een zeer laag en onzeker inkomen, dakloze mensen, en mensen die nu in onveilige huisvesting zitten. Juist zij worden vanwege hun woonsituatie het meest belemmerd in het realiseren van een menswaardig bestaan.

Een huis is ook meer dan vier muren en een dak boven je hoofd. ‘Behoorlijke’ huisvesting moet voldoen aan eisen. Het gaat bijvoorbeeld om financiële en fysieke toegankelijkheid van huisvesting. Ook moet een huis in een omgeving staan waar toegang is tot zorg, onderwijs en werk. Je kunt de basisschoollerares die in Amsterdam werkt niet zeggen dat ze in Drenthe wel een betaalbare woning kan vinden.

Daarnaast zijn er nog andere verplichtingen waar de staat zich aan verbonden heeft. Discriminatie is verboden: mensen uit woonwijken weren omdat zij bijvoorbeeld een bijstandsuitkering hebben (de Rotterdamwet), is vanuit dat perspectief onacceptabel. Ook moet er bescherming zijn tegen huisuitzettingen: die mogen hoe dan ook niet leiden tot dakloosheid. Dakloosheid is de meest ernstige schending van het recht op behoorlijke huisvesting en moet te allen tijde worden voorkomen en uitgebannen. Het blijvend hoge aantal dakloze mensen laat zien dat hier in Nederland onvoldoende aan wordt gedaan.

Fundamenteel recht

Natuurlijk is het volledige grondrecht op behoorlijke huisvesting niet van de ene op de andere dag te realiseren. Maar de staat is wel verplicht om concrete stappen te zetten om dit doel telkens dichterbij te brengen. Dat heet de ‘progressieve realisatie’ van mensenrechten. Daarbij geldt dat maatregelen die de situatie verslechteren in principe niet zijn toegestaan. De structurele afname van de voorraad betaalbare huurwoningen, en de daarmee gepaard gaande oplopende wachtlijsten, strookt daar niet mee.

Lees ook: Achter de bergen ligt geen huis

Veel verplichtingen die uit het recht op wonen voortvloeien worden nu niet of onvoldoende nagekomen. Mede daardoor is er een groeiende groep dakloze mensen, mensen die de huur nauwelijks kunnen betalen, die geen toegang hebben tot passende huisvesting en die noodgedwongen continu in onzekerheid wonen en van woonplek naar woonplek hoppen.

Vanuit de politiek lijkt men nog niet voldoende te beseffen dat de wooncrisis een schending van fundamentele rechten betreft. Veel van de maatregelen die nu worden voorgesteld zijn ad hoc en gericht op het repareren van de woningmarkt. Deze crisis vraagt echter dat er een fundamentele verschuiving in ons denken over wonen plaatsvindt. De woonbeweging heeft goed gezien dat daarbij een belangrijke rol is weggelegd voor het recht op huisvesting: overheidsbeleid moet er op gericht zijn om dit recht voor iedereen te realiseren.