Recensie

Recensie Boeken

Waarom liet Le Carré zijn laatste, sinistere roman in zijn bureaula liggen?

John Le Carré In Silverview toont Le Carré een verdeelde en weinig effectieve inlichtingendienst. Kwam het verhaal te dicht bij zijn eigen ervaring?

David Cornwell alias John Le Carré in zijn werkkamer in het Engelse Penzance, in 1974
David Cornwell alias John Le Carré in zijn werkkamer in het Engelse Penzance, in 1974 Foto Ben Martin/Getty Images

Een postuum cadeau van een groot schrijver – dat is Silverview, een verrukkelijke roman van John le Carré, de Brits-Ierse grootmeester van het spionage-genre die in december op 89-jarige leeftijd overleed.

David Cornwell, zoals Le Carré officieel heette, voelde zich ellendig als hij niet schreef. Hij had geboft met zijn echtgenote Jane, zei hij vier jaar geleden in een gesprek met Bas Heijne in NRC: nooit had zij te kennen gegeven graag nog eens de Taj Mahal te willen bekijken. En dus kon hij ook als vieve hoogbejaarde aan zijn schrijftafel blijven zitten; na zijn tachtigste verjaardag publiceerde John le Carré naast een bundel met memoires nog zeven romans. Stuk voor stuk zijn dat energieke en bijzonder onderhoudende boeken waarin hij op vaak vileine wijze lucht gaf aan zijn schaamte en woede over maatschappelijke misstanden.

Zakkenvullers

Neem Spion buiten dienst (2019), zijn vijfentwintigste en laatst verschenen roman. Daarin fileerde hij het politieke vandalisme van de Brexiteers en het opkomend populisme. Zijn land was al jaren volledig de weg kwijt en zakkenvullers die zich voordoen als mannen van het volk marcheerden het Britse volk richting afgrond, meende Cornwell. Reden voor hem om vlak voor zijn dood nog het Iers staatsburgerschap te verwerven.

In het nawoord van Silverview doet jongste zoon Nick Cornwell de voorgeschiedenis van het boek uit de doeken. De zoon, zelf romancier onder het pseudoniem Nick Harkaway, werd een paar jaar geleden door zijn aan kanker lijdende vader in vertrouwen genomen. Als bij zijn dood nog een onvoltooid verhaal op zijn bureau lag, wilde hij dat dan afmaken? Die toezegging deed hij, schrijft Nick Cornwell.

Maar er viel niets af te maken: in de nalatenschap trof hij alleen het voltooide typoscript aan van Silverview. Le Carré schreef de roman na Een broze waarheid (2013) en stopte het daarna in een bureaula. Een bijna puntgaaf verhaal waaraan, op een kleine ‘afstofbeurt’ na, niets hoefde te gebeuren. ‘Moest ik deze Mona Lisa wenkbrauwen geven’, vraagt de zoon zich in het nawoord af.

Silverview, dat komende week verschijnt, draait om een ontluikende vriendschap tussen twee mannen met een groot leeftijdsverschil. De 33-jarige, voormalige effectenmakelaar Julian Lawndsley heeft het klatergoud van de Londense City ingeruild voor de geur van oud papier: hij is boekhandelaar geworden in een kustplaatsje in East Anglia. Lawndsley raakt geïntrigeerd door een klant op leeftijd, de in Polen geboren Edward Avon, die in Silverview woont, een groot huis aan de rand van de badplaats.

Bosnië

Avon stelt Lawndsley voor om samen in de kelder van de boekwinkel ‘De Republiek der Letteren’ op te zetten, een bibliotheek met meesterwerken van de grootste geesten aller tijden. Een plek, zoals de bloemrijk sprekende Avon het formuleert, ‘waar een man of vrouw onwetend binnengaat en gegroeid, verrijkt en hunkerend naar meer uit te voorschijn komt’.

Wat de boekhandelaar niet weet, is dat de binnenlandse veiligheidsdienst onderzoek doet naar zijn nieuwe vriend. Geleidelijk aan komt de lezer steeds meer te weten over Edward Avon, bijvoorbeeld dat hij betrokken was bij de oorlog in Bosnië en nota bene is aangegeven door zijn op sterven liggende echtgenote, een vooraanstaand medewerkster van de Britse inlichtingendienst.

Silverview heeft iets van een ballet, een elegante en tegelijk sinistere dans waarin de hoofdpersonen om elkaar heen cirkelen zonder ooit direct hun intenties prijs te geven. Allen zijn bezig met of raken betrokken bij inlichtingenwerk, vaak zonder dat de anderen daarvan op de hoogte raken. Zonder dat het hindert, wordt niet helemaal duidelijk hoe de banden in deze mysterieuze wereld precies zijn verknoopt. Wel keert een vast thema bij Le Carré terug: wat ooit heroïsche daden leken zou nu wel eens verraad kunnen zijn.

Naast de prachtige plot is Silverview ook zo’n feest door de formidabele dialogen, met de typische Engelse spraakverwarring. Knap zoals Rob van Moppes en Gerda Baardman die codetaal met vele nuanceringen hebben weten te vertalen.

Koude oorlog

Resteert de vraag waarom John le Carré dit boek in zijn bureaula liet liggen. Zoon Nick heeft daar een ‘instinctieve’ en ‘onbewijsbare’ theorie over, die hij in zijn nawoord uiteenzet. Zijn vader werd op zijn zeventiende gerekruteerd en bleef tot zijn eenendertigste werkzaam bij verschillende Britse geheime diensten. Midden in de Koude Oorlog verhoorde hij in het toenmalige West-Duitsland vluchtelingen vanachter het IJzeren Gordijn en debriefte hij geheim agenten. Die schaduwwereld, waar achterdocht, dubbelspionage en verraad aan de orde van de dag waren, heeft hem als schrijver veel inspiratie geboden. Maar als hem vragen werden gesteld over zijn verleden bij de geheime dienst, hield David Cornwell zijn mond.

Zelfs tegenover dierbaren en vertrouwelingen hield hij zich aan gedane beloften en gaf hij zijn oude inmiddels wat sleetse geheimen nooit prijs. Het kwetste hem dan ook diep, schrijft zoon Nick, als hogere, nog actieve officieren hem ervan beschuldigden dat hij met zijn romans oud-collega’s had verraden. Daarvan was beslist nooit sprake geweest, vond de schrijver; hij had zijn ervaringen zorgvuldig verdicht.

In Silverview doet John le Carré iets wat hij nooit eerder deed, stelt zijn zoon. Hij toont een intern verdeelde, weinig alerte en allerminst effectieve inlichtingendienst. Het boek stelt zelfs de vraag aan de orde of de taak van de geheime dienst de vele offers wel waard is. ‘In Silverview weten de spionnen van het Verenigd Koninkrijk net als velen van ons niet meer zo zeker wat het land voor hen betekent en wie wijzelf eigenlijk zijn.’

Die zorgwekkende boodschap begon zijn vader bewust of onbewust te benauwen, veronderstelt de zoon. Moest Le Carré wel degene zijn die onaangename waarheden openbaarde over een instituut dat hem ooit een thuis had geboden ‘toen hij als een verdwaalde hond zonder halsband rondliep’? De zoon denkt dat het boek te dichtbij kwam.

Hoe het ook zij, met Silverview toont John le Carré voor de allerlaatste keer zijn meesterschap. Een plek in De Republiek der Letteren is misschien overdreven, maar een plek in De Republiek der Spionageromans verdient het boek zeker.