Foto's Merlijn Doomernik

Interview

Vertrekkende Amsterdamse fractieleiders: ‘Het debat is scherper geworden’

Amsterdamse gemeenteraad Vier fractievoorzitters die volgend jaar niet meer terugkeren in de Amsterdamse gemeenteraad, blikken terug op de afgelopen periode. Over één ding zijn ze het allemaal eens: identiteitspolitiek heeft definitief zijn intrede gedaan in de raad.

Femke Roosma (GroenLinks)
‘Eindelijk waren wij eens aan zet’

Het waren historische jaren voor GroenLinks, dat in 2018 voor het eerst de grootste partij van Amsterdam werd. „Het was het moment dat we eindelijk aan zet waren om onze idealen te verwezenlijken”, zegt fractievoorzitter Femke Roosma (36). Samen met huidig wethouder Rutger Groot Wassink leidde Roosma de coalitie-onderhandelingen. Een hoogtepunt, maar na twaalf jaar in de raad is het ook „mooi geweest”. Na de volgende verkiezingen stopt Roosma. „Ik heb mijn steentje wel bijgedragen.”

Het waren ook geen makkelijke jaren. Traditiegetrouw heeft de fractievoorzitter van de grootste coalitiepartij een lastige rol. „Je bent veel aan het werk om iedereen bij elkaar te houden, met een fractie die ambitieus is, en een coalitieakkoord waar je je met elkaar toe verhoudt.”

Niet alleen haar eigen politieke rol veranderde, Roosma zag ook de raad veranderen. „Toen ik in de raad kwam waren er acht partijen, nu zitten we al met veertien. Veel mensen moeten iets zeggen en er is weinig tijd.” Ze ziet dat de raad meer divers is geworden, met partijen als Denk en Bij1, maar ook binnen partijen is de man/vrouw-verhouding „beter dan het was”.

Roosma viel de afgelopen jaren weinig op als het ging om grote dossiers binnen haar portefeuilles, maar liet wel van zich horen zodra het ging om bijvoorbeeld seksisme. Zo constateerde Roosma bij het debat over de Damdemonstratie waar burgemeester Halsema ter verantwoording werd geroepen dat Nederland „een seksismeprobleem” heeft. „Toen ik het zei bedoelde ik niet zozeer de raad, maar meer de maatschappij in algemene zin. Ook daarom is het goed dat er nu veel meer vrouwen in de raad zitten dan vroeger. De balans is daar nu wel gekeerd.”

GroenLinks kreeg daarmee ook felle kritiek van andere partijen, die vinden dat GroenLinks te veel met identiteitspolitiek bezig is. Maar Roosma vindt dat „de partijen die dat zeggen juist op die onderwerpen van zich laten horen”, door veel spreektijd te nemen bij polariserende onderwerpen zoals identiteit, wat tijd wegsnoept bij andere debatten.

Een absoluut dieptepunt vond Roosma een debat naar aanleiding van de schietpartij bij De Nederlandsche Bank, waar twee agenten een ogenschijnlijk gewapende man doodschoten. „Hoe raadsleden toen tekeer gingen tegen Sylvana Simons vond ik echt heel lelijk.” Raadslid Johnas van Lammeren (PvdD) zei in dat debat dat Simons nederig moest gaan zitten en haar mond moest houden. Later maakte hij daar op zijn partijwebsite excuses voor.

Toen het vertrek van Roosma bekend werd, werd ze door andere raadsleden op sociale media uitgebreid geroemd om haar prettige samenwerking. Maar politiek draait niet om het te vriend houden van iedereen, conflict is soms ook nodig. „Jawel”, zegt Roosma, „maar alleen als het conflict het waard is. Zo vindt ze dat ze behoorlijk fel was tegen de VVD tijdens het debat over de Damdemonstratie. En bij het onderhandelen van het coalitieakkoord heeft ze „wel eens hard met haar vuisten op tafel geslagen”. „Alleen dat blijft natuurlijk binnenskamers.”

Zelf moest ze het vak van fractieleider ook leren. „Dat kostte twee jaar. Toen begreep ik pas écht dat als je grip op de inhoud hebt, je ook grip op het debat kunt krijgen.” De afschaffing van de eigen bijdrage voor Amsterdammers die dagbesteding nodig hebben noemt Roosma daarbij als wapenfeit. „Je kunt elke dag achter het nieuws van de dag aanrennen met raadsvragen, maar de vraag moet zijn: wat wil je nu écht veranderen in de politiek?”

Mourad Taimounti (Denk/Nida)
‘De oppositie kon geen vuist maken’

Voor Mourad Taimounti (40) eindigt deze raadsperiode nogal anders dan voorzien. In maart 2018 trad hij aan als fractievoorzitter van Denk, in maart 2022 zwaait hij af als eenmansfractie van Nida. Die partij heeft besloten verder te gaan als belangenorganisatie omdat ze de electorale strijd met Denk niet wil aangaan. Daarmee komt een einde aan de carrière van Taimounti in de Amsterdamse politiek. Voorlopig dan.

Het besluit van het islamitisch geïnspireerde Nida om ermee te stoppen, noemt hij „jammer maar heel begrijpelijk”. „Je kunt niet continu de strijd aangaan om dezelfde kiezers. Denk heeft een Tweede Kamerfractie, ze hebben veel meer exposure. Nida kent veel idealisten, lieve maar soms ook naïeve mensen. En de politieke wereld is hard.” Taimounti had intern sowieso al laten weten dat hij niet als lijsttrekker de verkiezingen in wilde, zegt hij, hoogstens als nummer twee. „Mensen motiveren, campagne voeren – daar heb ik op dit moment even geen energie voor.”

Het raadswerk vond Taimounti als quasi-nieuweling – in het verleden was hij CDA-deelraadslid in Slotervaart – ontzettend zwaar. „Je wordt overrompeld door grote dossiers, ambtenaren overladen je met stapels stukken. Zie dan nog maar een rol te spelen als oppositiepartij. Het college kan ondertussen rustig z’n gang gaan.” Wat niet hielp, was dat Taimounti privé een turbulente tijd beleefde: hij trouwde, kreeg een tweeling en belandde in een vechtscheiding, waardoor hij tijdelijk zijn raadswerk moest neerleggen. „Allemaal in drie jaar tijd.”

Binnen de fractie van Denk was het vanaf het begin ook onrustig. Taimounti kwam in botsing met zijn collega-raadslid Aysegül Kiliç, die hem in een brief aan haar achterban betichtte van „dominant” en „narcistisch” gedrag. Het conflict werd bijgelegd, zo goed en zo kwaad als het kon, maar begin dit jaar verliet Taimounti alsnog de Denk-fractie. Al was dat besluit volgens hem vooral ingegeven door de opstelling van de landelijke Denk-top, die naar zijn smaak te weinig doet aan interne democratie en diversiteit. „Als je andere partijen de maat neemt, moet je bij jezelf beginnen.”

Zijn belangrijkste wapenfeit vindt Taimounti de excuses die burgemeester Halsema dit jaar maakte voor het Amsterdamse slavernijverleden. „Mijn naam stond boven het raadsinitiatief en ik heb achter de schermen het meeste lobbywerk gedaan, maar ik had het nooit voor elkaar gekregen zonder het werk van onze fractiemedewerkers en de steun van andere partijen.”

Taimounti is teleurgesteld in de rol die de oppositie heeft gespeeld. „Echt een vuist hebben we niet kunnen maken, daarvoor waren we te verdeeld.” Als voorbeeld noemt hij het debat over radicalisering, naar aanleiding van de ontslagen ambtenaar Saadia Ait-Taleb. „Daar waren we te veel bezig elkaar onderling de maat te nemen.”

Over de macht en invloed van de gemeenteraad is hij uitgesproken: „Het dualisme in de raad is dood. Slimme raadsleden uit de coalitie regelen achter de schermen dat hun moties worden aangenomen. In ruil daarvoor is hun kritiek op het college minimaal. Er zijn raadsleden die beter op de wethoudersstoel hadden kunnen zitten dan de wethouder zelf, zó goed konden ze het beleid verdedigen.”

Hij wil bij zijn vertrek graag een oproep doen: geef raadsleden, vooral die van oppositiepartijen, meer ondersteuning en spreektijd. „Als je de lokale politiek serieus neemt, kun je niet van raadsleden vragen er een baan naast te doen. Het is géén part-time job. We zijn een wereldstad, niet een klein dorpje.”

Mourad Taimounti zul je vanaf maart niet meer zien in de Stopera. Maar of hij voorgoed weg is? „Misschien kom ik nog een keertje terug. Ze zijn nog niet van me af.”

Marianne Poot (VVD)
‘Identiteitspolitiek helpt niet’

Ruim drie jaar heeft Marianne Poot (54) straks leiding gegeven aan de VVD-fractie in de Amsterdamse raad. Ze stelt zich volgend jaar niet meer kandidaat: na zestien jaar lokale politiek (zes jaar deelraadslid in Zeeburg en Oost, tien jaar raadslid) vindt ze het mooi geweest. „De afgelopen tijd dacht ik soms: jongens, ga ik hier nu alwéér vragen over stellen? Dan is het tijd om op te stappen.” De VVD gaat de verkiezingen in met raadslid Claire Martens als lijsttrekker.

Onder Poot, die oud-wethouder en lokaal VVD-icoon Eric van der Burg opvolgde, zat de VVD voor het eerst sinds acht jaar weer in de oppositie. Haar optreden tegenover het linkse college van GroenLinks, D66, PvdA en SP was lang niet altijd overtuigend. „Laat ik eerlijk zijn: het was in het begin best even zoeken, de oppositie.”

Poot oogstte veel kritiek met haar optreden rondom de Black Lives Matter- demonstratie op de Dam in juni 2020. Ze kondigde de dag na het protest, waar de anderhalvemeterregel op grote schaal geschonden werd, meteen een motie van wantrouwen aan tegen burgemeester Femke Halsema. Die kon de – deels terechte – kritiek van de VVD in een raadsdebat vervolgens eenvoudig neutraliseren: „Misschien had u het feitenrelaas even moet afwachten.” Ze zou het nu opnieuw zo doen, zegt Poot, „al hoop ik dat we als stad niet meer in zo’n situatie belanden.”

De Amsterdamse VVD staat traditioneel te boek als links, maar Poot manifesteerde haar partij stevig ter rechterzijde. Ze hamerde op law and order, trok ten strijde tegen krakers en keerde zich tegen de komst van windmolens binnen de gemeentegrenzen. Ook bekritiseerde de VVD het in Poots ogen overdreven politiek-correcte beleid van het college. „Diversiteitstrainingen, inclusieve woordenlijsten… geef dat geld alsjeblieft uit aan de woningmarkt of zorg dat het afval wordt opgehaald. Normen stellen, handhaven – dát helpt.”

Critici verweten Poot naar rechts te trekken uit angst om stemmen te verliezen aan FVD (inmiddels JA21), die vier jaar geleden de eerste concurrent ooit ter rechterzijde van de Amsterdamse VVD vormde. Zelf ziet Poot zichzelf nog altijd als „links buitenbeentje”, zegt ze. „Als je deelneemt aan een coalitie in een linkse stad als Amsterdam, sluit je per definitie compromissen aan de linkerkant. Op het moment dat je dat niet meer doet omdat je in de oppositie zit, kun je weer je eigen geluid laten horen. Dat hebben we gedaan in de afgelopen jaren. We hebben telkens alternatieven aangedragen. Best veel van onze voorstellen zijn aangenomen, zoals de uitbreiding van terrassen in coronatijd.”

Het debat in de raad vindt Poot in de afgelopen periode „scherper geworden”, en ook „op de persoon gericht”. Dat is volgens haar vooral te danken aan de nieuwe partijen ter linkerzijde: Denk en Bij1. „Identiteitspolitiek helpt niet bij het besturen van de stad. Opkomen voor bepaalde groepen is prima, maar je moet oppassen dat het geen ‘exclusieve inclusiviteit’ wordt.”

Of Poot écht vertrekt uit de Amsterdamse politiek is nog niet helemaal duidelijk. Op de vraag of ze wethouder wil worden als de VVD volgend jaar zou terugkeren in het college, volgt een zeer politiek antwoord: „Dat weet ik oprecht nog niet.”

Erik Flentge (SP)
‘Dit is geen kneiterlinks college’

„Achteraf weet ik niet zeker of we het hadden moeten doen”, zegt fractievoorzitter Erik Flentge (54). Vier jaar geleden ging de SP een ongewis avontuur aan, als vierde partij in een coalitie, waarin de SP numeriek niet nodig was voor een meerderheid. „Dat maakt het werken in de raad lastiger, want als je onderwerpen op de spits drijft kan men uiteindelijk gewoon verder zonder jou. Het is ook geen kneiterlinks college, meer een ‘linksig’ college. Zeker voor mensen met lage inkomens is het hard vechten.”

Zijn hoogtepunten in acht jaar Stopera, zegt Flentge, liggen dan ook vooral buiten de raad. Dat zijn de acties die hij samen met bewoners voerde. Tegen schimmelwoningen. Of om aandacht te vragen voor de loden leidingen in de huizen bij de Kramatweg. „Dan kwam er een groep bewoners die nog nooit had geprotesteerd de metro in met grote borden. En met resultaat: coöperatie Stadgenoot heeft investeringen naar voren geschoven. Dat vind ik zo mooi, dat we die mensen een duwtje in de rug konden geven. Die bewoners zijn politiek actief geworden en laten zich nooit meer met een kluitje in het riet sturen.”

Want hoewel hij trots is op de armoedegelden die „vroeger met tonnetjes bij elkaar geschraapt werden en nu echt verankerd zijn in beleid”, heeft Flentge de raad zien veranderen. En niet ten positieve. „Met iemand als Marianne Poot van de VVD ben ik het zelden eens, maar dat is wel écht een bevlogen politica. Ik zie steeds meer raadsleden elkaar vliegen afvangen op basis van identiteitspolitiek. De belangen van de eigen achterban alleen naar voren duwen, in plaats van uitgaan van universele waarden. Wat bindt ons nou? Wat is de achterliggende strijd die we voeren? Mensen met een migratie-achtergrond krijgen vaak een extra tik vanwege discriminatie, maar zitten qua sociaal-economische problemen in hetzelfde schuitje als de blanke of witte arbeidersklasse, hoe je het maar wil noemen. Zij zouden zij aan zij moeten staan.”

Flentge keert niet terug op de lijst, en SP-wethouder Ivens moest deze zomer opstappen naar aanleiding van grensoverschrijdend gedrag: de SP heeft een hoop intern op te lossen, een half jaar voor de verkiezingen. „Het is even pittig ja”, zegt Flentge. „Maar ik ben met mijn hoofd vooral bij de mensen die geconfronteerd zijn met het gedrag van Ivens.” Onbekend is ook nog wie de nieuwe SP-lijsttrekker wordt: de nieuwe wethouder Wonen Jakob Wedemeijer of het ervaren raadslid Tiers Bakker. „Ik kan alleen maar hopen dat Amsterdammers zien dat de SP uit heel veel mensen bestaat die dag in dag uit in de straten van Amsterdam bezig zijn met de stad.”

Of hij nog een les heeft voor de raad? „Laat je niet kapen door al dat gedoe op het stadhuis. Bestuurlijke drukte is allemaal hartstikke interessant, maar het betekent niets voor Amsterdammers. Je moet de wijken in, het stadhuis uit. Minder vergaderen.” Zelf kijkt hij het meest uit naar de kans zijn eigen tijd meer in te delen. „Als ik nu thuiskom heb ik nog tachtig dingen in mijn hoofd, en moet ik nog bellen met allerlei mensen. Ik heb het gevoel dat ik na acht jaar een beetje schatplichtig ben aan mijn kinderen en vriendin.” Daarnaast wil Flentge meer les geven, zoals hij nu doet als leraar Nederlands aan nieuwkomers. „Maar als het college een liberaler beleid gaat voeren en mensen met een laag inkomen daardoor de stad uit geknikkerd worden, dan zullen ze me met groepen bewoners zien op het stadhuis.” Als inspreker, dat wel.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.