Opinie

Laten we niet experimenteren met de democratie

Democratie Bij burgerinspraak zijn experts vaak bepalend, ziet .
Stembiljetten worden geteld in Baarn.
Stembiljetten worden geteld in Baarn. Foto Caspar Huurdeman

Bij een burgerberaad doen door het lot aangewezen burgers aanbevelingen aan de regering, op basis van informatie van deskundigen en een weloverwogen discussie. Burgerberaden hebben de potentie om polarisatie te verminderen en acceptatie van overheidsbeleid te vergroten. Zo organiseerde president Macron een burgerberaad over klimaatbeleid als reactie op de protesten van de Gele hesjes in Frankrijk.

In NRC stelde David Van Reybrouck zaterdag voor om in Nederland nog een stap verder te gaan, door na het burgerberaad een ‘preferendum’ te organiseren, waarin alle volwassenen kunnen aangeven in welke mate zij het eens zijn met de voorstellen van het burgerberaad. Over de essentie hiervan ben ik positief, deze twee participatievormen kunnen elkaar versterken. Maar er is ook kritiek mogelijk.

Zien Nederlanders een preferendum wel zitten? Ik heb veel experimenten uitgevoerd die sterk overeen komen met een preferendum. Met een moeilijke term heten dit discrete keuze-experimenten. Dit is een prima methode om accuraat burgervoorkeuren vast te stellen, voorbij ‘ja’ of ‘nee’. Maar slechts 60 procent van de deelnemers zegt na afloop dat de overheid de methode vaker moet toepassen.

Klimaatraadpleging

Vier jaar geleden ontwikkelde ik daarom de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). Recent adviseerden meer dan 10.000 Nederlanders de overheid over klimaatbeleid via zo’n PWE. 80 procent van de deelnemers aan deze ‘Klimaatraadpleging’ vond dat de overheid deze methode vaker moet toepassen.

De essentie van een PWE is dat een vraagstuk van een overheid wordt nagebootst. Deelnemers krijgen verschillende beleidsopties te zien en hen wordt gevraagd wat zij zouden doen als ze minister waren. Precies een preferendum dus, zou je zeggen. Maar de PWE gaat een paar stappen verder om recht te doen aan participatiebehoeften van Nederlanders. Deelnemers kunnen ook zelf ideeën aandragen. Daarbij krijgen deelnemers, voordat zij een advies geven, ook informatie over de effecten van beleidsopties en kunnen ze, net als in de werkelijkheid, maar een beperkt overheidsbudget besteden.

Lees ook het essay van David van Reybrouck: Geef burgers échte invloed op het klimaatbeleid met het preferendum

Een ander verschil met een preferendum is dat deelnemers hun adviezen kunnen motiveren en nuanceren. De Klimaatraadpleging bracht bijvoorbeeld in kaart welke gemeenschappelijke waarden burgers delen, hoe deze waarden volgens burgers moeten worden vertaald in beleid en welke zorgen er achter weerstand tegen bepaalde beleidsopties zitten. Nuttige inzichten voor politici.

Een verschil is ook dat aan deelnemers werd gevraagd hoe de overheid de resultaten moest meewegen. Dit leverde een verrassend resultaat op. Slechts 3 procent van de deelnemers vond dat de overheid alleen moet kijken naar adviezen van burgers. 91 procent vond dat de overheid zowel de adviezen van burgers als experts in overweging moet nemen. Na het ervaren van de complexiteit van een vraagstuk vonden velen dus dat de overheid genuanceerd moet omgaan met hun advies.

Experts laatste fase

Op de burgerberaden in Frankrijk en Ierland volgde kritiek van onderzoekers. In Frankrijk hadden experts waar het burgerberaad mee in gesprek ging veel invloed op de aanbevelingen. Alle voorstellen van het Ierse burgerberaad waren door experts voorgesteld. En het aantal keer dat een voorstel werd geadviseerd door een expert bepaalde sterk of het voorstel wel of niet werd overgenomen door dit burgerberaad. Welke experts je voor een burgerberaad neerzet, bepaalt dus de adviezen.

In eigen onderzoek heb ik gezien dat burgers minder geneigd zijn om zelf ideeën te bedenken als er experts bij het gesprek aanwezig zijn. Bij enkele PWE’s betrokken we daarom experts pas in de laatste fase. Eerst voerden we een grootschalige PWE uit, daarna werd een burgerberaad ingesteld. Het burgerberaad schreef een advies op basis van de uitkomsten van de raadpleging en pas toen konden ook experts worden geraadpleegd.

Burgers moeten mee kunnen denken over klimaatbeleid. Maar pas op met experimenten met de democratie, zorg ervoor dat participatie-instrumenten aansluiten bij behoeften van burgers. Alleen dan zal participatie burgers en overheid dichter bij elkaar brengen.