Supermarktmanagers zijn moeilijk te vinden. ‘Mijn vrienden zeiden: je bent gek dat je dit doet’

Werving Niet voor niets is supermarktmanager uitgeroepen tot moeilijkst te vervullen vacature. Het werk is complex, en de werktijden en het imago van de functie maken de animo bepaald niet groter. Twee managers vertellen waarom het vak ze tóch bevalt.

Het imago van het vak supermarktmanager is niet goed en dat bemoeilijkt het vervullen van vacatures.
Het imago van het vak supermarktmanager is niet goed en dat bemoeilijkt het vervullen van vacatures. Foto’s Merlin Daleman

Jarenlang zocht Cees Vis als zelfstandig recruiter naar supermarktmanagers voor de Lidl, Aldi, Dirk van den Broek, Albert Heijn, en ooit C1000. Zijn eigen carrière begon hij óók in de supermarkt. Nadat hij er achter was gekomen dat geneeskunde toch niet ‘zijn ding’ was, werkte hij een jaar als afdelingsmanager bij Albert Heijn.

„Ik weet nog dat al mijn vrienden zeiden: je bent gek. Je kunt dokter worden, maar in plaats daarvan ga jij in een stofjas tussen de pakjes margarine staan. Dat was in hun ogen geen stap, maar een hele ládder terug.”

Werken in een winkel had destijds – zo’n veertig jaar geleden – niet zo’n best imago, ervoer Cees Vis. „En ik vrees dat het in de tussentijd niet dramatisch veel verbeterd is.”

Je stuurt als manager toch snel een mannetje of honderd aan in zo’n winkel

Maar het imago is slechts één van de redenen dat supermarktmanagers niet bij bosjes klaarstaan. Het is gewoon een heel complexe job, weet HR-manager Michel Boerman van Vomar, een supermarktketen met 93 filialen, voornamelijk in Noord-Holland. Hij somt op wat je allemaal moet kunnen: „Omgaan met personeel van 14 tot en met 68 jaar, iedere dag tienduizenden euro’s omzet en allerlei logistieke stromen verwerken. Verder moet de winkel er natuurlijk netjes bijstaan, conform de formule, je moet bestand zijn tegen lastige situaties zoals agressie of winkeldiefstal – en ga zo maar door. Dat is bij elkaar gewoon behoorlijk ingewikkeld.”

Land vol supermarkten

Nederland is een land dat vol staat met supermarkten. Volgens het CBS zijn er dik 6.100 supermarktvestigingen, waarvan de grotere verdeeld zijn over 26 formules: van Albert Heijn en Jumbo tot Nettorama en Ekoplaza. Die winkels hebben allemaal een manager nodig, en díé vinden – daar kunnen hele HR-afdelingen en externe recruitmentbureaus hun agenda mee vullen. Vacaturesite Indeed riep in 2019 supermarktmanager uit tot ‘moeilijkste te vervullen vacature’ van Nederland: twee op de drie vacatures stonden destijds langer dan twee maanden open. En met de almaar krapper wordende arbeidsmarkt, is dat er niet makkelijker op geworden.

Veel supermarktketens weigerden overigens medewerking aan dit artikel: geen tijd. Of ze verwijzen naar de branchevereniging voor een reactie. Een goed ingevoerde bron wijst erop dat de sector enorm concurrerend is. In dat kader zou het een ‘zwakte’ zijn te laten zien dat personeel moeilijk vindbaar is.

Toch is het tekort aan supermarktmanagers geen geheim, noch een probleem dat van gisteren op vandaag is ontstaan. Het was altijd al lastig, zegt recruiter Vis, die al in de jaren negentig supermarktmanagers wierf.

Ook bij Boerman van Vomar staat het onderwerp al jarenlang op de agenda. „Ik begon acht jaar geleden op de HR-afdeling hier en ik weet niet beter dan dat het lastig is om supermarktmanagers te vinden én te behouden. Momenteel hebben we in iedere winkel een manager staan, maar je werkt continu aan het vullen van je reservebank. Er kan zo weer een gat ontstaan.”

Interne doorstroming

Vomar werkt structureel samen met vier externe recruitmentbureaus om te zorgen voor voldoende aanwas. Ze werven tegenwoordig vooral via sociale media en LinkedIn, ook in andere branches dan de supermarktwereld, zoals de horeca- en evenementensector.

Boerman: „Het is niet zo belangrijk wat iemand in het verleden gedaan heeft. Het gaat om iemands karakter en werkhouding. De taken en processen zijn allemaal aan te leren.”

Verder zet Vomar vooral in op interne doorstroming. Het scout talentvolle medewerkers en biedt hun een intern opleidingsprogramma aan, waarna je een volwaardig mbo- of hbo-diploma hebt.

Toch stromen er maar betrekkelijk weinig ‘bijbaners’ door naar het fulltime werken als supermarktmanager, zegt Huib Lubbers. Hij is eigenaar van RMC, een groot retailadviesbureau. „De supermarkt blijft een niet sexy plek om je ‘echte’ carrière in op te bouwen. Ik zag het bij mijn eigen kinderen. Allebei werkten ze tijdens hun middelbare schooltijd in de supermarkt en waren daar heel positief over. Maar tijdens hun studie waren er betere bijbaantjes te vinden, waar ze meer verdienden.”

Want dat is probleem twee, volgens Lubbers: er staat vaak geen goed loon tegenover de vele uren die een supermarktmanager moet maken. „In de IT of financiële wereld valt bijvoorbeeld een stuk meer te verdienen en hoef je ook nog eens minder hard te werken.”

Lees ook: Mismatches op arbeidsmarkt voorkomen: de hoofd-aardbeienplukker kan prima aan de slag als teamleider

Goed geld verdienen

Dat je hard moet werken, kan Boerman van Vomar niet ontkennen. Hij noemt het fysiek en mentaal „best een pittige baan”, die 24 uur per dag doorgaat. „Als er om drie uur ’s nachts een koelingstoring is, moet er toch iemand naar gaan kijken.”

Het loon daarentegen is, bij Vomar althans, bovenmodaal. Een startend manager verdient 42.000 euro bruto op jaarbasis, een ervaren manager in een grote winkel kan tot 80.000 euro verdienen, exclusief zondagtoeslag en de kwartaalbonus die afhankelijk is van onder meer de omzet.

Ook Vis zegt dat supermarktmanagers goed geld kunnen verdienen. ,,Zeker als je op een gegeven moment franchiser wordt. De marges zijn klein in de supermarktwereld, misschien een paar cent op een pak koekjes, maar als het in de aantallen loopt, valt op al die centen toch een hoop te verdienen.”

Al met al is het vak ten onrechte impopulair, zeggen de geïnterviewden. Volgens hen is de baan zeer afwisselend en kun je er een hoop kwaliteiten in kwijt. „Het is echt een waanzinnig leuke baan op hbo-niveau; dat wordt onderschat”, zegt Vis. „Je runt een winkel met enkele miljoenen omzet op jaarbasis, met alles wat daar bij komt kijken. Dat is gewoon geweldig interessant.”

Adviseur Huib Lubbers noemt ook nog ‘het teamaspect’ als groot voordeel. Je stuurt als manager toch snel een mannetje of honderd aan in zo’n winkel; een hoop stuiterende pubers met wie je een klus gaat klaren. Die spirit, met zoveel verschillende mensen, dat heb je echt alleen in een supermarkt.”

Stephanie Roelandschap (32), storemanager van SPAR University, Eindhoven ‘Ik sta niet graag stil en hier is altijd wel wat te doen’

Stephanie Roelandschap in haar SPAR-winkel in Eindhoven. Foto Merlin Daleman

Dat Roelandschap als supermarktmanager aan de slag zou gaan, lag niet voor de hand. Tot haar zesentwintigste werkte ze als begeleider van verstandelijk gehandicapten, maar de onregelmatige werktijden braken haar op. Ze zocht naar ander werk bij haar in de buurt en stuitte per toeval op de vacature bij de SPAR-super op de campus van de TU Eindhoven. „Ik heb vroeger lang een bijbaantje gehad bij de buurtsuper in ons dorp. Daar had ik altijd positieve herinneringen aan. Dus opeens dacht ik: hoe leuk zou het zijn als ik een team zou mogen aansturen in mijn éígen winkel?”

Na een intern opleidingstraject bij het SPAR-filiaal kon ze meteen aan de slag. Maar zit ze niet op de verkeerde plek bij een supermarkt als ze juist af wilde van die onregelmatige werktijden? „Ik werk juist vrij regelmatig: van maandag tot en met vrijdag, van half zeven ’s ochtends tot vier uur ’s middags. Ik spring heus weleens een avond of een weekenddag bij, maar over het algemeen is het vooral een kwestie van slim werken en vertrouwen op je team.”

Het leukste vindt Roelandschap dat haar werk „superdivers” is. Van motiveren en coachen van haar collega’s, tot voedselveiligheidsnormen rapporteren en klanten helpen. „Daarnaast is er altijd wel iets dat ad hoc geregeld moet worden”, vertelt ze. „Een kassa die kapotgaat of een medewerker die zich ziek afmeldt. Maar dat past goed bij me. Ik sta niet graag stil en hier is altijd wel wat te doen.”

Dat supermarktmanager zo’n lastig te vervullen vacature is, kan Roelandschap niet begrijpen. „Ik was daar echt totaal verbaasd over. Misschien dat mensen denken dat ze zeven dagen in de week moeten werken?”

Op de vraag wat ze een nadeel vindt aan haar werk, moet ze lang nadenken. Ah, ze weet het al. „De sinaasappelpersmachine schoonmaken. Het plakt aan alle kanten en heeft zoveel losse onderdelen; nee, dat is niet mijn favoriete taakje.”

Ömer Kapikiran (26), filiaalmanager van Vomar Holendrecht, Amsterdam ‘Ik weet hoe ik deze mensen moet benaderen’

De veertienjarige Ömer was een verlegen jongetje dat als vakkenvuller ging werken bij Albert Heijn. Langzaam bloeide hij op. Hij begon praatjes te maken met klanten, werd teamleider op zijn zeventiende, hield zelfverzekerd een peptalk voor de vulploeg. „Ik weet dus wat een supermarkt kan betekenen in je leven.” Zijn jongensdroom was om politieagent te worden, maar toen Ömer Kapikiran een functie kreeg aangeboden als assistent-manager, besloot hij daarvoor te gaan.

Nu rijdt Kapikiran iedere dag om zeven uur ’s ochtends vanuit zijn woonplaats Den Haag naar het Vomar-filiaal in Holendrecht, midden in de Bijlmer. Sinds anderhalf jaar is hij daar supermarktmanager, weggekaapt bij Albert Heijn door een extern recruitmentbureau.

De winkel was geen ‘gespreid bedje’, om het zo te zeggen. „Holendrecht is best een lastig filiaal, met dagelijks wel een winkeldiefstal of een collega die niet op komt dagen. Maar ik ben opgegroeid in de Schilderswijk. Ik weet hoe ik deze mensen moet benaderen.”

Kapikiran investeerde in zijn personeel. Alle honderdtwintig medewerkers kent hij bij naam, achternaam en leeftijd. Hij is geaccepteerd in de buurt, en de winkel staat nu goed op de kaart. „Onlangs waren we nummer 1 van alle Vomar-filialen in de regio bij de dagaanbieding: vier donuts voor een euro. Dat voelt supergoed.”

Op zaterdag voetbalt hij en op woensdag is hij vrij, maar de rest van de tijd is Ömer Kapikiran in zijn winkel te vinden. Meestal rijdt hij ’s middags rond vijf, zes uur terug naar huis, maar gisteren was het zeven uur. „Toen ik mijn vrouw leerde kennen – we zijn sinds drie maanden getrouwd – heb ik wel gezegd: je weet dat ik werk in een supermarkt hè? Dat betekent dat ik thuis wel eens een appje of belletje krijg dat ik moet beantwoorden, of dat ik toch langer moet blijven om de winkel netjes achter te laten. Ze is het ondertussen gewend.”