Rutte: Grondwet maakt inzicht in uitgaven van de koning onmogelijk

Koningshuis De Kamer vroeg vorig jaar om transparantie over de uitgaven van de koning. De premier beloofde die, maar kwam daar van terug.

De koning krijgt jaarlijks onder meer een uitkering van ruim 1 miljoen euro.
De koning krijgt jaarlijks onder meer een uitkering van ruim 1 miljoen euro. Foto Robin Utrecht/ANP

„Het gaat niet om de bonnetjes van elk rolletje drop dat de koning koopt.” Met die verzuchting probeerde PvdA-Kamerlid Barbara Kathmann donderdag de premier uit te leggen dat de Tweede Kamer weliswaar meer transparantie wil over hoeveel geld de koning krijgt, maar heus niet tot in detail. „Het gaat om beter inzicht in de uitgaven van ons belastinggeld”, zei ze.

Vorig jaar tijdens het debat over de begroting van de Koning hadden PvdA en D66 een motie ingediend. De Kamer vroeg toen om meer duidelijkheid over de 5,1 miljoen euro die koning Willem-Alexander ontvangt voor personele en materiële uitgaven – een soort onkostenvergoeding die de B-component wordt genoemd. De A-component is de zogenoemde uitkering, het salaris, dat voor Willem-Alexander boven de 1 miljoen euro uitkomt.

De Kamer wilde vorig jaar weten: wat doet de koning van die B-component? En ten tweede: is dat bedrag nog passend? Kon dat niet, zoals de Algemene Rekenkamer had geadviseerd, elke vijf jaar geëvalueerd worden?

Lees ook: Rond het Koninklijk Huis komt Rutte altijd weg met beloftes

De premier beloofde „sportief” uitvoering aan de motie te geven. Maar het antwoord, dat vorige week kwam, stelde de Tweede Kamer teleur. Demissionair premier Rutte zei dat hij „geen ruimte” had om inzichtelijk te maken waaraan de koning dat geld besteedt.

Hij stuitte, zo schreef hij, „op de grenzen van de Grondwet”. Daarin staat dat de Koning zijn eigen Huis inricht (artikel 41), dus zelf afwegingen maakt over waar het geld aan wordt uitgegeven. Details daarover zouden snel aan zijn persoonlijke levenssfeer raken (artikel 10).

Rutte zei donderdag in het debat dat hij „iets te enthousiast” was geweest in zijn toezegging. „Als ik het huiselijk samenvat: de uitoefening van het ambt is verbonden aan de drager”, zei hij. „De koning is 24 uur per dag koning, ook als hij strikt formeel niet aan het werk is.” En dus is het niet mogelijk verder in te gaan op wat er onder de B-component valt, op een lijst met zo’n driehonderd mensen na – onder wie de stalmeester en de grootmeester – van wie de salarissen declarabel zijn bij het Rijk.

Kamerlid Joost Sneller (D66) was geërgerd. „De premier zegt eigenlijk dat de B-component nooit geëvalueerd kan worden.” Wat hem verder irriteerde was dat premier Rutte geen ‘beslisnota’ bij zijn antwoord voegde. Sinds deze zomer moet bij kabinetsbesluiten duidelijk zijn welke adviezen een minister heeft gekregen, zodat de Kamer kan zien hoe een besluit tot stand is gekomen. „Heeft de premier geen enkel extern advies ingewonnen?”, vroeg Sneller.

Ook te gedetailleerd ingaan op welke adviezen hij kreeg, raakt volgens Rutte aan de grenzen van de Grondwet. Het zou strijdig zijn met de eenheid van de Kroon. Oftewel: dan zouden er wel eens meningsverschillen tussen de koning en het kabinet kunnen blijken.

Niet alle Kamerleden wilden overigens meer transparantie van de uitgaven van de koning. Rudmer Heerema (VVD) zag „geen reden om in te grijpen in het systeem”. Hij zei te snappen dat het koningshuis geld kost, en vond dat het besef dat het om publieke middelen gaat aanwezig is bij kroonprinses Amalia. Zij stort haar A- en B-component terug in de staatskas zolang ze geen tegenprestatie levert.

Amalia ziet voorlopig af van uitkering