Rat

Amsterdamse beestjes

Stadsecoloog schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.

Een groot voordeel van al die werkzaamheden in de stad is dat je meer ratten ziet. De stalen damwanden die bij te renoveren kademuren worden geslagen, de opbrekingen bij kruisingen en doorgaande wegen, wij vinden het lastig, maar de ratten vinden het nog veel lastiger. De onrust in hun dagelijkse, vertrouwde leefomgeving zorgt ervoor dat ze gaan zoeken naar rustige plekken die dekking en voedsel bieden. Dus zie je ze ineens ook overdag. Als je erop let. Als je de straten afzoekt, en vooral die straten die langs water lopen, met hier en daar wat groen.

Dan zie je ze van geveltuintje naar geveltuintje flitsen, vaak net achter een passerende voetganger langs. Altijd razendsnel, altijd op hun hoede. Terecht, de stad is vol gevaren. Verkeer. Katten. Honden. Reigers. Op het Frederiksplein: een reiger dook de bosjes in, kwam eruit met een rat in zijn snavel, gooide hem op de stoep en ging hem daar te lijf met zijn dolksnavel. Vijf, zes keer doorboorde hij zijn slachtoffer, tot alle beweging was gestopt. Daarna slokte hij hem naar binnen. Ondertussen passeerden links en rechts mensen op een paar meter afstand, gehaaste mensen die op hun telefoontje keken, de reiger stoorde zich niet aan hen, ze zagen hem niet.

En nu zie ik weer een rat. Ik zit op een terras ergens in de Plantagebuurt, links van mij staat een struik, onder die struik zie ik de kop van een rat. Hij heeft mij ook gezien, en als ongevaarlijk beoordeeld. Hij weet dat stadsmensen urenlang kunnen stilzitten op terrassen om liters alcoholhoudend vocht tot zich te nemen. Niets van te duchten. Maar voor hij verder gaat moet hij eerst weten of hier geen katten of honden zitten. Dit is waarschijnlijk een verkenner. Bruine ratten leven in kleine gemeenschappen, een mannetje met een harem plus wat onderdanige mannetjes. Eén van die onderknuppels krijgt de taak om de omgeving te verkennen. Pas als hij het sein veilig geeft komt de rest naar buiten.

Mijn rat kijkt nog eens goed om zich heen. Alles lijkt te kloppen. Een schuin aflopende waterkant in de buurt – ratten houden van water. Voldoende schuilplekken. En voldoende afval op en onder de tafeltjes, etensresten onder de struiken. Mensen mogen dan angstaanjagend zijn, ze zorgen met hun steden en hun afval wel voor onderdak en voedsel. Mijn rat sprint ineens onder zijn struik vandaan, rent onder de tafeltjes door, vlak langs mensenbenen, soms tussen twee benen door, en verdwijnt onder een volgende struik.

Zou hij de dichter J.C. Bloem kennen, dan zouden zijn lijfregels zijn:

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen, / De in kaden vastgeklonken waterkant, / Geef mij afval, brood, patat, open te scheuren vuilniszakken, / Geef mij maar Amsterdam!

Stadsecoloog Remco Daalder schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.