Recensie

Recensie Boeken

Nietzsche jubelt en reutelt in zijn laatste brieven extreem over-de-top

Friedrich Nietzsche Als filosoof sloeg hij niet alleen illusies kapot, maar hij probeerde ook de therapeut van de samenleving te zijn. Dat blijkt uit zijn nu vertaalde brieven.

Friedrich Nietzsche geschilderd door Edvard Munch in 1906.
Friedrich Nietzsche geschilderd door Edvard Munch in 1906.

In januari 1889 stort Friedrich Wilhelm Nietzsche ineen op straat in Turijn. De legende wil dat de filosoof getuige was van de geseling van een paard en daarna zelf op de grond stortte, compleet gek geworden. Geleerden gissen graag naar de aanleiding van Nietzsches gekte, mogelijk had hij syfilis of een hersentumor. In elk geval werd hij na het incident door vrienden naar Zwitserland gebracht, waar hij een tijdje verbleef in een gesticht, om daarna de rest van zijn leven door te brengen in mentale duisternis bij zijn moeder en zus. Hij stierf in 1900.

Je zou kunnen zeggen: het is een ironisch toeval dat Nietzsche gek werd. In zijn filosofie bepleitte hij namelijk ook een afkeer van al het ‘gewone’ denken. Met name kantte hij zich tegen de heersende religieuze hypocrisie. Hij werd beroemd met zijn uitspraak dat God dood zou zijn, vermoord door de moderne mens en zijn Verlichtingsidealen, maar Nietzsche zag zichzelf graag als de ontmaskeraar van álles wat onecht is.

Hij beschreef de christelijke moraal als een wiegeliedje voor simpele zielen, bedoeld om de meer duistere waarheden over de mens te verbloemen: dat we uit zijn op seks en macht bijvoorbeeld. Als de mens eenmaal zou beseffen dat hij in een post-religieuze tijd leefde, zou er een crisis ontstaan die zijn weerga niet kende, dacht hij. Want, zo redeneerde Nietzsche, wat zouden nog de morele ijkpunten zijn in een samenleving die niet langer verbonden is door één verhaal? Het is geen toeval dat hij door velen nog altijd wordt gezien als inspiratiebron in onze postmoderne tijd, waarin we leven in een gefragmenteerde, veelvormige samenleving.

Maar de filosoof met de hamer, een bijnaam die hij zelf koos, sloeg niet alleen graag illusies kapot. Hij probeerde ook, met meer en minder succes, de therapeut te zijn van de samenleving; om diagnoses te geven van zijn tijdsgewricht, en de menselijke conditie in het algemeen.

Lang vóór Freud en Jung beschreef Nietzsche de mens al als een gefragmenteerd en tegenstrijdig wezen. De enige remedie voor die fragmentatie is acceptatie, en de poging om de brokstukken in onszelf zo goed mogelijk te leren kennen. Daarvoor moeten we afdalen in de helse duisternis van het onbewuste: de menselijke geest is volgens Nietzsche een soort spiegelpaleis van primitieve driften en de geschiedenis van de cultuur waarin we zijn grootgebracht.

Verhalen

Hij begreep als een van de eerste moderne denkers dat onze moraal historisch is, en daarmee contingent. Want wat wij als goed en fout beschrijven, of als ziek en gezond, is afhankelijk van de verhalen die we over onszelf aan elkaar vertellen, en die verhalen zijn aan verandering onderhevig. Wie zichzelf wil leren kennen moet dus zijn eigen veronderstellingen onderzoeken, want er bestaat volgens Nietzsche geen tijdloze, universele moraal. ‘In ons schuilt een soort chaos’, schreef hij in zijn beroemde boek Voorbij goed en kwaad. Onze taak als moderne mensen is om die chaos te onderzoeken, te leren kennen en zo goed mogelijk bijeen te houden. Nietzsche was de eerste psychoanalyticus.

De levensgevaarlijke jaren is een keuze uit Nietzsches laatste brieven. Het boek geeft een mooi beeld van de laatste lucide jaren van de denker; de jaren die voorafgingen aan zijn geestelijke ineenstorting. Het is een indrukwekkend document, waarin we de getormenteerde denker van dichtbij meemaken.

Nietzsche wilde ons in zijn werken leren hoe we ‘kunnen worden wie we werkelijk zijn’. Maar zoals deze filosoof werkelijk was, wil eigenlijk niemand zijn.

Brief voor brief zien we hem steeds verder wegdrijven van het gezonde verstand. Het beeld rijst op van een doodzieke man, eenzaam en onvrijwillig celibatair, die zijn tekortkomingen compenseert door zijn geschriften vol te proppen met geëxalteerde heroïek en grootsheid. Zijn brieven, evenals zijn werken, staan vol met onheilspellende voorspellingen van catastrofes.

Pensions

We ontmoeten Nietzsche in De levensgevaarlijke jaren als hij zwerft van stad naar stad. Zijn verslechterende gezondheid dwingt hem naar het zuiden van Europa te verhuizen. Daar leeft hij een teruggetrokken leven in pensions en rusthuizen. Hij is vrijwel blind en lijdt aan verschrikkelijke hoofdpijnen. Hij doet er alles aan om te kunnen blijven schrijven: hij gebruikt een soort voorloper van de typemachine omdat met de hand schrijven niet meer gaat. Dokters vertrouwt hij niet meer, en hij gaat zelf op zoek naar de genezing van zijn mysterieuze kwaal.

Hij ondertekent zijn brieven van die tijd ironisch met ‘Dr. Nietzsche’. Terwijl de verstoorde relatie met zijn fascistische zus en zijn mislukte verhouding met Lou Salomé zijn isolement alleen maar vergroten, voltooit hij zijn meesterwerken Aldus sprak Zarathoestra, Voorbij goed en kwaad en de autobiografie Ecce homo, allemaal tussen de migraineaanvallen door.

Het bevreemdende aan het lezen van de brieven is dat hij zijn eigen neergang wel lijkt aan te voelen, zelfs aan te kondigen. Hij schrijft met regelmaat dingen als: ‘Het merkwaardige gevaar van deze zomer heet voor mij – om het euvele woord niet te schuwen, waanzin.’

Nietzsche verliest alles: zijn vrienden, leermeesters, familie. Ondertussen raakt hij steeds meer overtuigd van de genialiteit van zijn eigen werk. Dat is natuurlijk geen toeval; zijn gedachten zijn het enige wat hij nog heeft. Hoe verder hij afdrijft van zijn familie en vrienden, des te radicaler worden zijn gedachten en geschriften. De brieven zijn afwisselend larmoyant en extreem over-de-top. Hij jubelt en reutelt. ‘Beste vriend’, schrijft hij in 1888, ‘Ik bekeek mezelf zojuist in de spiegel, – zo heb ik er nog nooit uitgezien. Voorbeeldig goedgeluimd, weldoorvoed en tien jaar jonger dan toegestaan is.’

Case study

De levensgevaarlijke jaren is een onmisbaar boek voor iedereen die een helder beeld wil krijgen van de aftakelende mens achter de boeken. Hier zien we niet de zelfverzekerde schrijver van seculiere profetieën, de begeesterde ontmaskeraar van illusies, maar een gebroken man met een ernstig haperende gezondheid. Het boek kan niet worden gelezen als vervanging van de klassieke geschriften, maar wie de achtergrond waartegen die boeken geschreven zijn beter wil leren kennen, doet er goed aan de brieven te lezen. En het is niet alleen waardevol als biografische aanvulling, maar ook als case study over hoe genialiteit en geestesziekte in elkaars verlengde liggen, twee zijden zijn van dezelfde munt.

De brieven nodigen uit tot allerlei speculaties: was Nietzsches werk het product van een getroebleerde geest, of werd hij doodziek van zijn eigen gedachten? Een oude discussie, waarop je in de brieven geen sluitend antwoord zult vinden, maar wat vaststaat is dat De levensgevaarlijke jaren nog velen zal aanzetten tot fantaseren.

Daarbij moet gezegd: Nietzsches belangrijkste inzichten staan na het lezen nog steeds fier overeind, bijvoorbeeld dat een wereld zonder God, en dus zonder verenigend doel of project, zal uiteenvallen in perspectieven, meningen, subjectiviteit. In de inleiding schrijft de samensteller: ‘Veeleer was het de huidige eenentwintigste-eeuwse crisis van waarden die hij aankondigde toen hij schreef dat de aarde nog een crisis van ongekende omvang zou doormaken, die met de herinnering van zijn naam zou worden verbonden.’

Nietzsche voorzag het gevaar dat lag in het feit dat ‘alles geoorloofd is’ na de dood van God, na het wegvallen van absolute autoriteit, en dat bepaalde mensen in beide kampen niet klaar zijn voor hun vrijheid. ‘Er gebeurt in mijn leven niets zonder omwegen’, schrijft de filosoof in een van zijn brieven. Wie die omwegen wil begrijpen, doet er goed aan om De levensgevaarlijke jaren op te pakken.