Leerachterstanden lijken mee te vallen, mentale schade vooral bij studenten

Thuisonderwijs Het lijkt mee te vallen met de achterstanden van scholieren en studenten. Wel is er zorg over mentale schade door de pandemie.

Wat weten we anderhalf jaar na het begin van de coronacrisis nou eigenlijk echt over de schade bij scholieren en studenten? Deze week publiceerde de Onderwijsinspectie een groot onderzoek onder scholieren, studenten, docenten en bestuurders. Daarin klinkt een voorzichtige zucht van verlichting: het lijkt mee te vallen met de eerder voorspelde leerachterstanden, laten de meeste docenten en schoolbestuurders weten.

De mentale schade als gevolg van maandenlang online onderwijs is echter wél groot, vooral bij studenten.

Lees ook het onderzoek: ‘Wopke begint nu te pruttelen’, hoe de miljarden voor onderwijs tot stand kwamen

De inspectie vroeg duizenden scholieren, studenten, docenten en bestuurders – van basisscholen, middelbare scholen, mbo’s, hogescholen en universiteiten – naar de gevolgen van de coronamaatregelen. Hiermee is voor het eerst de voorlopige impact van de epidemie op álle sectoren in het onderwijs in kaart gebracht.

Scholieren in het basis- en voortgezet onderwijs voelden zich gedurende de lockdowns over het algemeen „prettig en veilig” en maken zich weinig zorgen over mogelijke leerachterstanden, blijkt uit het onderzoek.

Maar hoe ouder de leerling, hoe groter de gevolgen van de scholensluitingen. Van de studenten in het hoger onderwijs zegt bijvoorbeeld eenderde vertraging te hebben opgelopen. Dat komt, stelt de inspectie, omdat studenten in het hoger onderwijs simpelweg langer afhankelijk waren van online onderwijs. Basisscholen mochten veel eerder open; de laatste sluiting eindigde op 31 mei. Studenten in het hoger onderwijs krijgen pas sinds dit collegejaar weer vrijwel allemaal live les. Ook konden stages in het beroepsonderwijs lange tijd niet doorgaan, waardoor met name studenten in het mbo veel vertraging opliepen.

Rekenen en taal

Scholen in het basisonderwijs beperkten zich gedurende de lockdowns noodgedwongen tot kernvakken als rekenen en taal. Dat heeft, aldus de inspectie „zijn vruchten afgeworpen: er zijn minder zorgen over cognitieve achterstanden dan aan het begin van de pandemie verwacht werd”.

Disclaimer: de inspectie onderzocht de ervaringen van leerlingen, docenten en schoolbestuurders, niet de concrete toets- of tentamenresultaten. Uit eerdere landelijke onderzoeken waarbij de resultaten van toetsen voor en tijdens de coronacrisis werden vergeleken kwam een zorgelijker beeld naar voren. Er was sprake van grote leerachterstanden, zeker tijdens de eerste scholensluiting in het voorjaar van 2020.

Hoe is het verschil met de uitkomsten van het onderzoek van de Onderwijsinspectie te verklaren? „Als je leerlingen vraagt naar leerachterstanden, krijg je geen superbetrouwbaar antwoord”, zegt Thijs Bol, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam, die niet bij dit onderzoek betrokken was. „Leerlingen weten immers niet wat ze níét hebben geleerd.”

Lees ook: Iedereen blijft zitten - zes oplossingen voor leerachterstanden

Bol deed vanaf het begin van de coronacrisis onderzoek naar de leerprestaties op basisscholen. Zijn voorlopige conclusie: de leerachterstanden zijn deels ingehaald, zeker op het gebied van rekenen en spelling. „Maar wat begrijpend lezen betreft, zien we nog steeds achterstanden. Onder de streep is er minder geleerd”.

Waarbij niet iedere leerling evenveel te lijden heeft gehad van de lockdowns: kinderen uit sociaal-economisch zwakkere gezinnen kregen meestal minder hulp van hun ouders bij het thuisonderwijs en liepen dus grotere leerachterstanden op.

Dat signaleert ook de Onderwijsinspectie. Docenten in het basis- en voortgezet onderwijs maken zich meer zorgen over de leerachterstanden van leerlingen uit sociaal en economisch zwakkere milieus.

Motivatie ver te zoeken

Dan de mentale schade bij scholieren en studenten. Ook hier geldt: hoe ouder, hoe meer negatieve gevolgen die ondervraagde scholieren en studenten ervaren. Studenten hebben meer dan scholieren last gehad van het gebrek aan contact en binding met hun studiegenoten. Ze konden zich minder goed concentreren en de motivatie was ver te zoeken.

Wat de gevolgen op de langere termijn betekenen, is lastig te voorspellen, zegt de Onderwijsinspectie. Neem alleen al het feit dat minder leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn blijven zitten. Zij kregen vanwege de situatie het voordeel van de twijfel, zegt Bol. „Maar dat betekent niet dat ze het ook echt kúnnen. Leerlingen die nu over zijn gegaan naar 4 havo waren in normale tijden misschien blijven zitten. Als zij volgend schooljaar examen moeten doen, is het maar de vraag of ze het redden.”