Jury beloont ‘adembenemend’ oeuvre Peter Verhelst met Huygens-prijs

Literatuurprijs Dichter en schrijver Peter Verhelst ontvangt voor zijn hele oeuvre de Constantijn Huygens-prijs 2021.

Peter Verhelst
Peter Verhelst Foto Alex Vanhee

De Vlaamse schrijver en dichter Peter Verhelst ontvangt voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygens-prijs 2021. Dat is vanavond bekendgemaakt in het radioprogramma Kunststof. Verhelst (1962) ontvangt de prijs, een jaarlijkse literaire oeuvreprijs, ter waarde van 12.000 euro in januari.

Verhelst geldt al jaren als een van de meest prominente en toonaangevende literatoren van het Nederlandse taalgebied. Hij is actief in vele genres: hij schreef meer dan tien romans (en ontving voor het cultboek Tongkat in 2001 de F. Bordewijkprijs), hij schreef en regisseerde vele toneelstukken, maakte enkele kinderboeken (Het geheim van de keel van de nachtegaal kreeg de Gouden Griffel). Maar de nadruk ligt op zijn bijna twintig dichtbundels, waarmee hij onder meer de Herman de Coninckprijs en de Awater Poëzieprijs won. Hij was ook de eerste laureaat van de Sybren Polet-prijs voor experimentele literatuur.

Lees ook dit interview: ‘Ja, in sommige gedichten nam de kwaadheid de overhand’

Het experimentele is de rode draad in het oeuvre van Verhelst en de poëtische, lyrische vorm is bepalend: ook in zijn toneelwerk en proza draait het om zijn esthetische taal, om de rijke beelden en het zinnelijke gevoel dat die overbrengen. „Adembenemend” noemt de jury van de Constantijn Huygens-prijs zijn oeuvre – want Verhelst zet de taal zonder enige terughoudendheid in. Hij ziet, zo zei hij deze zomer in een interview in Humo, de werkelijkheid als „een millefeuille waarvan ik zo veel mogelijk blaadjes wil tonen. Niet enkel dat ene, elegant krullende plakje, maar de hele stapeling.” Daarom schrijft hij, zei hij, „lichamelijk, zinnelijk, dansend, ritmisch, zacht en hard”. „In tegenstelling tot de meeste schrijvers denk ik in beelden, en niet in verhalen.”

Betrokken

Verhelst, die in Brugge opgroeide en daar nog altijd woont, is sinds de jaren tachtig actief als dichter. In zijn beginjaren stond hij bekend als postmodernist, die betekenis zocht in de vorm: de poëtische constructie van de taal creëert nieuwe verbanden en nuances. Dat is in recenter werk niet meer los te zien van een maatschappelijk betrokken kunstenaarschap: in zijn voorlaatste dichtbundel Zon (2019) toont Verhelst hoe politici opportunistisch gebruik maken van de taal, en hoe dat zowel tot lyrische extase als vrijheidsbedreigend gevaar kan leiden.

In zijn laatste bundel 2050, deze zomer verschenen, toont hij een dystopische, door klimaatrampen en kapitalistische inhaligheid ineengestorte wereld – tegelijk is hij „strijdbaar en reikend naar nieuwe vormen van schoonheid”, aldus de flaptekst van 2050. Want door de taal in een nieuw licht te zetten, schept hij nieuwe gedachten, misschien zelfs een nieuwe wereld: voor Verhelst reden om literatuur te maken.