Opinie

Ieder kind heeft recht op dino’s en bikini’s

Aylin Bilic

In schoolboeken staan zelden dinosauriërs. En ook geen spaarvarkens, vrouwen in minirokjes of bikini, kermissen, carnavalsfeesten, heksen, vrouwelijke predikanten of gezinnetjes die bestaan uit twee moeders met hun kroost. Dat zijn namelijk allemaal zaken waaraan bepaalde groepen aanstoot kunnen nemen. En schoolboekenuitgevers willen inclusief zijn, niet in de laatste plaats uit commerciële overwegingen. Ieder kind moet zich ‘veilig’ kunnen voelen bij de lesmethode. Dat konden we dit weekend lezen in NRC dankzij een puik staaltje onderzoeksjournalistiek. Het overgrote deel van de onderwijswereld blijkt zich overigens niet bewust van het opzettelijk weglaten van zulke onderwerpen door educatieve uitgeverijen, bleek na een rondgang langs basisscholen en koepelorganisaties.

Deze (zelf)censuur van leermethodes lijkt onschuldig. Want in feite gebeurt dat al zolang er schoolboeken bestaan. Ook in mijn jeugd werd in schoolboeken niet gevloekt, stonden er geen foto’s in van copulerende stellen. Niemand die daar vroeger overigens wat op tegen had; schoolboeken volgden gewoon het algemeen fatsoen. Dat algemeen fatsoen betekende dat je aanhangers van de vier zuilen – protestanten, katholieken, socialisten en liberalen – niet onnodig op hun tenen trapte.

Maar de Nederlandse samenleving is sindsdien een stuk diverser geworden. En de teentjes een stuk langer. Dat heeft zich vertaald in een nieuw principe: radicale inclusiviteit. Iedereen moet zich ‘veilig’ voelen in ons land, we moeten coûte que coûte voorkomen dat iemand ergens aanstoot aan kan nemen. En dat is behoorlijk ingewikkeld met een samenleving die bestaat uit een trits aan geloven, seksuele geaardheden en mensen met beperkingen in allerlei soorten en maten. Zelfs antivaxers en viruswappies moeten zich overal ‘veilig’ kunnen voelen en mogen vooral niet worden buitengesloten.

Ik ben groot voorstander van diversiteit en inclusiviteit. Maar inclusiviteit radicaal tot ethisch principe verheffen is evident onhoudbaar. En bovendien onwénselijk. Een samenleving kan niet zonder een gedeeld waardenkader: uitgangspunten die de kern van ons samenleven uitmaken. In het Westen zijn dat onder meer de fundamenten van onze democratische rechtsstaat en de principiële gelijkheid van man en vrouw, homo en hetero, zwart en wit. En natuurlijk de vrijheid van individu, pers en meningsuiting. Maar ook uit het wezenlijke verschil tussen waarheid en leugen, wat in dictaturen maar ook door populistisch rechts graag geweld aangedaan wordt.

Die kernwaarden mogen natuurlijk nooit ondergraven worden met een beroep op inclusiviteit. Wie zich niet ‘veilig’ voelt bij die kernwaarden – bijvoorbeeld door opvoeding – moet daar juist in ons onderwijs mee in aanraking worden gebracht. Daar hebben kinderen recht op.

Daarom is het zo belangrijk dat schoolboeken die gedeelde waarden overbrengen. Een dinosaurus weglaten uit een schoolboek is een overduidelijke schending van het principiële verschil tussen (wetenschappelijke) waarheid en leugen (ofwel religieuze mythe). Wie een schoolboekillustrator vraagt om een bikini aan een waslijn te vervangen door een sok, erkent daarmee de seksistische en vrouwonvriendelijke opvatting dat een vrouwenlichaam primair een lustobject is. Want een mannenzwembroek aan een waslijn zal waarschijnlijk geen probleem zijn. En in schoolboeken uitsluitend heterostellen in intieme poses afbeelden, is simpelweg radicale inclusiviteit hoger aanslaan dan de principiële gelijkwaardigheid van hetero’s en lhbti’ers.

Een kind dat thuis al nooit een bikini te zien krijgt, een vrouwelijke dominee of imam of enige verwijzing naar de evolutietheorie, heeft het recht daar op school júist wel mee in aanraking te komen. Waarom willen inclusiviteitsradicalen er zo graag aan meewerken om de subcultuur van thuis voort te zetten in de schoolbanken? Als kind van Turkse immigranten leerde ik behalve taal en rekenen ook allerlei andere dingen op school die ik thuis niet meekreeg. Die rijkdom en waarden aan álle kinderen meegeven is een maatschappelijke verantwoordelijkheid van uitgevers van schoolboeken, waaraan ze nu vaak voorbijgaan.

De paradox van inclusiviteit in schoolboeken is dat het uiteindelijk een generatie kinderen creëert die weinig verscheidenheid tegenkomt en dus waarschijnlijk minder begrip kan opbrengen voor andersdenkenden. Dat twintig procent van de reformatorische scholen vindt dat een relatie tussen twee personen van hetzelfde geslacht niet kan bestaan is zorgelijk. Ongetwijfeld is dat percentage bij islamitische scholen niet gunstiger. Als we polarisatie en xenofobie in de samenleving willen bestrijden, dan moeten we alle kinderen op school meegeven, wat sommigen in kerk, moskee of thuis moeten ontberen.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist.