Vooral ouderen leven minder vaak in armoede dan in de jaren negentig.

Foto Hans van Rhoon/ANP/HH

Interview

Hoogleraar over nieuw inkomensonderzoek: we zijn wél een egaal landje

Koen Caminada Hoogleraar

Neemt de koopkracht van Nederlanders amper toe? Groeit de inkomensongelijkheid? Nee, zegt de hoogleraar die dit met het CBS onderzocht. „Ik denk dat we te maken hebben met een geïmporteerde discussie.” Wel zijn er andere ongelijkheden, zoals tussen huizenbezitters en huurders.

Nederlanders hebben volop geprofiteerd van de economische groei. De koopkracht is sinds eind jaren zeventig met bijna 60 procent gestegen, de belastingdruk is gedaald en de inkomensongelijkheid is al sinds 1990 stabiel.

Deze conclusies van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Universiteit Leiden, die donderdag gepubliceerd zijn, gaan recht in tegen het maatschappelijke sentiment. Politici en adviesorganen wijzen al jaren op de groeiende ongelijkheid in Nederland.

Economen zijn diep verdeeld over dit onderwerp. Vooral sinds een econoom van de Rabobank in 2018 sombere onderzoeksresultaten presenteerde. Het besteedbaar inkomen van huishoudens, schreef hij, staat al veertig jaar vrijwel stil.

CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen zette daar een positief beeld tegenover. Vorig jaar schreef hij het boek Met ons gaat het nog altijd goed: 8 sombere mythes over Nederland ontrafeld. En afgelopen voorjaar weersprak Van Mulligen de Rabo-studie ook nog in een officiële CBS-publicatie. De inkomens zijn wél grotendeels meegegroeid met de economie, was zijn conclusie.

Koen Caminada Foto Back4

CBS slaat terug?

Van Mulligen en het CBS kregen het verwijt dat hun stellingname het onafhankelijke imago van het statistiekbureau bezoedelt. Ook de Rabobank-economen reageerden. Zij kwamen slechts gedeeltelijk terug op hun eerdere conclusies. Het inkomen per huishouden stagneert volgens hen wel degelijk: „Niet sinds 1977, maar ‘pas’ sinds 2001.”

Slaat het CBS nu weer terug, geholpen door wetenschappers van de Universiteit Leiden? Nee, zegt de initiatiefnemer van het onderzoek Koen Caminada, hoogleraar empirische analyse van sociale en fiscale regelgeving in Leiden. „Deze discussie heeft geen enkele rol gespeeld bij het besluit om dit onderzoek te doen.”

Drie jaar lang hebben de wetenschappers eraan gewerkt, zegt de hoogleraar. „We waren dus al begonnen vóórdat het boek van Peter Hein van Mulligen uitkwam.”

Lees ook: Nederland is een ongelijk land. Nee hoor, Nederland is een heel gelijk land. Hoe zit het nou?

Caminada, die al jaren onderzoek doet naar inkomensongelijkheid in Nederland, wilde vooral dat alle jaren van de inkomensstatistiek onderling vergelijkbaar zouden worden, van 1977 tot en met 2019. Tot nu toe zaten daar twee ‘breuken’ in, door de invoering van nieuwe meetmethodes. „Ik wilde graag consistente cijfers gebruiken; ook voor beleidsmakers is dat belangrijk. Nu hebben we voor deze hele periode één statistiek.”

In een rapport van 150 pagina’s beschrijven de wetenschappers wat hen opvalt in die cijfers. „Maar wie vindt dat wij iets over het hoofd hebben gezien, kan nu zelf met de cijfers aan de slag”, zegt Caminada. „De belangrijkste winst is dat je het debat nu kunt voeren op basis van consistente cijfers.”

Zitten de Rabo-onderzoekers er nu definitief naast? Zijn de inkomens ook sinds 2001 niet gestagneerd?

„Eerder heb ik ook een dergelijke analyse gemaakt. Sinds 2001 zag je dat alle brutoverbeteringen werden wegbelast. Maar dat gold tot 2014. Daarna is de belastingdruk weer gaan dalen. Wij hebben nu voor het eerst de voorlopige cijfers van 2019 meegenomen. Ook daar zit een lastenverlichting in. Het hangt er dus echt vanaf in welke periode je meet.”

Waar komt dan het beeld vandaan dat de inkomens achterblijven en steeds schever groeien?

„In heel veel landen loopt de inkomensongelijkheid op, vooral aan de top, bijvoorbeeld bij de 1 procent hoogste inkomens. Dat geldt bijvoorbeeld voor Angelsaksische landen en ook Duitsland. In Nederland zien we dat niet. Ook internationaal gezien hebben wij een relatief vlakke inkomensverdeling. We zijn echt een egaal landje.

De armoedecijfers zijn gedaald, maar dat komt vooral door de AOW. Die beschermt heel goed tegen armoede onder ouderen.

„Ik denk dat we te maken hebben met een geïmporteerde discussie. Het gaat er bij mensen niet zomaar in dat de inkomensongelijkheid in zoveel landen toeneemt, maar in Nederland niet. Toch is het wel te verklaren.

„In Nederland is het Centraal Planbureau (CPB) heel dominant in de voorbereiding van beleid. Die rekent alle kabinetsplannen door in koopkrachtplaatjes. Als de inkomensgevolgen te groot dreigen te worden, gaat de politiek dat repareren. Dat is uniek aan Nederland. Met die traditie moet je ook niet raar opkijken als de inkomensverhoudingen in veertig jaar tijd amper veranderen.”

De laatste jaren was er veel kritiek, ook van politici, dat het loon van werknemers te weinig steeg. Valt dat bij nader inzien ook mee?

„Nou, nee. Als je specifiek naar de jaren na 2001 kijkt, dan kenmerken die zich wel echt door minder koopkrachtontwikkeling. Dat is ook wat de politici op hun netvlies hebben zitten. Dit komt ook deels door de lastenverhogingen van de eerste kabinetten-Rutte. De laatste jaren verbetert dit weer. Dit beeld zal dus weer bijgesteld worden door de nieuwere gegevens.”

Wel constateren de onderzoekers toegenomen ongelijkheid in ‘primaire inkomens’: wat mensen zélf verdienen zonder overheidsingrijpen – dus via uitkeringen, belastingen en premies. De overheid moet dus steeds meer geld herverdelen om de verhoudingen recht te trekken.

De koopkrachtstijging van mensen in de bijstand is beduidend kleiner geweest dan die van werkenden

Dat zou je slecht nieuws kunnen noemen. Maar volgens Caminada ga je dan voorbij aan de oorzaken eronder. Dit komt níét doordat grootverdieners extreem veel meer zijn gaan verdienen, of lage inkomens veel minder.

De werkelijke oorzaak? De groep van mensen met ‘primaire inkomens’ ziet er nu heel anders uit dan in 1977. Toen bestond die vooral uit voltijds werkende mannen. Nu zitten er veel meer deeltijdwerkers bij, die relatief weinig verdienen. Studenten met een bijbaan, maar ook vrouwen die de afgelopen decennia meer zijn gaan werken. Caminada: „De vraag is dus hoe erg deze ontwikkeling is. Ik zou denken dat het goed is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen is toegenomen.”

Toch maken allerlei belangrijke instituten (SCP, CPB, DNB) zich zorgen over de ongelijkheid in Nederland. Is dat terecht?

„Ja, dat is terecht. Wij kijken alleen naar de inkomenspositie. Dat sluit allerlei andere soorten ongelijkheden niet uit, zoals die tussen mensen met een eigen huis en een huurwoning. En zo zijn er nog veel meer ongelijkheden die tot enorme verschillen kunnen leiden. Die discussie zou ik zeker niet willen bagatelliseren.”

Lees ook: Hoe huizen en aandelen een wig drijven in de samenleving

Er zijn ook zorgen over mensen die op bijstandsniveau leven.

„De koopkrachtstijging van mensen in de bijstand is beduidend kleiner geweest dan die van werkenden. Die groepen zijn uit elkaar gegroeid: kinderen in een bijstandsgezin kunnen minder doen dan kinderen van werkenden. Niettemin is hun koopkracht in veertig jaar tijd toegenomen – niet afgenomen.”

Het percentage arme huishoudens is sinds de jaren negentig gehalveerd, schrijven jullie. Is dat goed nieuws?

„Ja en nee. De armoedecijfers zijn gedaald, maar als je daarónder kijkt, zie je dat dit vooral komt door de AOW. Die beschermt heel goed tegen armoede onder ouderen. Nog maar 3 procent van de senioren leeft onder de armoedegrens, en dat zijn eigenlijk allemaal mensen met een migratieachtergrond die niet vijftig jaar in Nederland hebben gewoond. Daardoor hebben zij geen volledige AOW.”

„Een kwart miljoen kinderen leeft nog onder de armoedegrens. Dat zijn bijna allemaal kinderen van ouders met een niet-westerse migratieachtergrond. Dit is echt een hardnekkig probleem. Gemiddeld groeit 1 op de 13 kinderen op in armoede, ongeveer twee per schoolklas. Bij kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond is dat een op de vier. Als je dat ziet… Dan is de ontwikkeling misschien goed geweest, maar het zijn geen cijfers om trots op te zijn.”

Lees ook: Hoe twee wethouders in Heerlen en in Rotterdam de ongelijkheid proberen te bestrijden

Correctie (14 oktober 2021): In een eerdere versie van dit artikel stond dat 1 op de 13 kinderen zonder migratieachtergrond opgroeit in armoede. Dit is het gemiddelde van álle kinderen. Hierboven is dat aangepast.