Recensie

Recensie

Grenzen trekken uit angst voor de Ander

Grenzen Op avontuurlijke en speelse wijze laten Mathijs Deen en Milo van Bokkum in hun nieuwe boeken zien hoe groot de magie van natuurlijke en getrokken grenzen kan zijn.

De grens tussen België en Nederland in het centrum van Baarle-Nassau.
De grens tussen België en Nederland in het centrum van Baarle-Nassau. Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

Een detail uit de schooltijd van vroeger leidt bij twee auteurs tot boeken die breed uitwaaieren. Voor Mathijs Deen (1962) begint zijn boek De grenzeloze rivier. Verhalen uit het rijk van de Rijn bij de meester in de vijfde klas van de lagere school in Boekelo. Tijdens de aardrijkskundeles wees hij op de landkaart van Europa de Rijn aan die, als je die lang genoeg stroomopwaarts volgt, ‘zo smal is geworden dat je eroverheen kunt springen’.

Deen heeft ‘dit beeld nooit uit zijn hoofd kunnen zetten’, en dat is herkenbaar: je ziet op de wandkaart de blauwe kronkelende lijn steeds kleiner worden, tot je zeker weet: daar ligt de bron, daar begint de rivier. Je kunt erheen. Maar of dat zo is, dat is de vraag.

Ook journalist Milo van Bokkum (1994), redacteur economie bij deze krant, kwam op het idee van zijn boek Grensstreken. Waarom grenzen liggen waar ze liggen door een moment uit zijn jeugd. In een zomervakantie fietste hij eens vanuit Tilburg naar een weiland in de gemeente Baarle-Nassau tegen de grens met België. Ogenschijnlijk was het gewoon een weiland, niks bijzonders. Maar voor Van Bokkum was dit weiland ‘een van de interessantste weilanden van Nederland’, het was namelijk Belgisch en nagenoeg geheel omringd door Nederland, slechts met een kleine uitsparing verbonden met het buurland.

Schedelverzamelaar

Van Bokkum erkent sinds zijn middelbare schooltijd aan ‘grensverslaving’ te lijden en Deen is mateloos gefascineerd geraakt door de Rijn, die hij beschouwt als ‘een personage (…) met een leven en een dood’. Net zoals in zijn eerdere boeken, waaronder De Wadden (2013) en Over oude wegen (2018), is Deen een schrijver die de passende deskundigen zoekt bij zijn onderwerp: hij praat met betrokkenen, onder wie een schipper, een hoogleraar in de paleo-geografie, een schedelverzamelaar en een duiker. Deze open, belangstellende manier van onderzoek brengt hem tot verrassende inzichten, bijvoorbeeld dat het een foute negentiende-eeuwse gedachte is dat je de oorsprong van de Rijn kunt vinden hoog in de Alpen. Die vondst en die sprong via bevroren keien beschrijft Deen prachtig, maar het komt hem op een harde terechtwijzing te staan door de Utrechtse geowetenschapper Kim Cohen, die betoogt: ‘De Rijn was er altijd al’. Altijd al stroomde er water door de Rijn, dat heeft niets met de Alpen te maken. De rivier is meer dan zijn bedding.

Deen beschrijft vooral de epische proporties van de Rijn, gehuld in de nevelen van oeroude Duitse wouden. Zijn Rijn is meer dan een personage, een mythe. Als hij opstapt bij een schipper in de Oosterhornhaven in Delfzijl stroomt zelfs daar het grenzeloze Rijnwater.

Ook Van Bokkum speelt met het spanningsveld tussen grens en grenzeloos. Hij neemt de lezer mee op een wereldreis langs allerlei vormen van grenzen, van de liniaalrechte tekentafelgrenzen in een voormalige kolonie als Afrika, waar de westerse overheersers eenvoudigweg lijnrechte grenzen trokken om zich macht toe te eigenen, tot aan grillige natuurlijke grenzen van bergruggen, rivieren, kustlijnen.

Van Bokkum beperkt zich uitsluitend tot schriftelijke bronnen. Hij definieert de noodzaak van grenzen om de angst voor de Ander te bezweren, vaak in combinatie met de vrees voor landverlies of de dreiging van economische schade. Conflicten om grenzen kunnen hoog oplopen: de auteur stuit zelfs op een document van in totaal 6000 bladzijden over de loop van enkele meters grens tussen Namibië en Botswana. Het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag moest zich erover buigen.

Van Bokkum wisselt zijn boek af in een enthousiaste ritmiek van grote grensoorlogen en kleine grensvoorvallen, zoals het beroemde verhaal dat de Nederlands-Belgische grens het Cultureel Centrum Baarle in tweeën splitst. Dat kwam in 1976 mooi uit: de originele editie van de film Turks Fruit mocht wel aan Nederlandse zijde worden vertoond, de gekuiste versie alleen in België. In de zaal werd een schot op de grens geplaatst, iedereen blij de ongekuiste versie te kunnen zien, op Nederlands grondgebied. Dat komt ervan als grenslijnen zoals Baarle, waar ook het weilandje ligt, zo chaotisch zijn getrokken.

De boeken staan duidelijk in een traditie van enkele eerdere, indringende grens- en rivierboeken waaraan de auteurs echter niet refereren. De Italiaan Claudio Magris schreef met Donau (1986) een filosofische cultuurreis door Midden-Europa en in Langs grenzen (2001) noemt hij zichzelf een ‘grensschrijver’. In het Nederlandse taalgebied is De grens. Langs de randen van Nederland (20123) door Enno de Witt een beslissend boek voor grensverslaafden. Het meer anekdotische enthousiasme van Van Bokkum – die schiet langs grenzen overal op aarde – en de stilistisch grootse inzet van Deen bewijzen dat grenzen nog altijd tot de verbeelding spreken.