Opinie

Fietsen zoals de Parijzenaars: het heeft wel wat

Column Amsterdam

Auke Kok

Hoe raar is het dat ik aan de Weteringschans denk? Behoorlijk raar, want ik sta op mijn balkonnetje aan de Rue de Rivoli, midden in Parijs. Onder mij glijdt het verkeer voorbij waarvan ze hier hopen dat het op Amsterdam gaat lijken. Tijdens de pandemie zijn in Parijs tientallen kilometers aan fietspaden aangelegd; als gevolg van besmettingsvrees en stakingen in het openbaar vervoer won de tweewieler hier snel aan populariteit. Dat beviel de burgemeester Anne Hidalgo zo goed dat ze besloot de tijdelijke voorzieningen voor fietsers permanent te maken. De mooiste hoofdstad van Europa moet mede hierdoor worden voorbereid op een schonere, CO2-arme toekomst.

Inderdaad zie ik aardig wat fietsers op de Rue de Rivoli, een lange doorgaande straat naar het centrum à la de Weteringschans. De straat geldt als proefmodel: doorsnee auto’s zijn er nauwelijks nog welkom. Lekker rustig als je vanaf de vierde etage van je hotel naar beneden kijkt. Maar naar onze normen lijkt het nog steeds nergens op. En tegelijk word ik er een beetje jaloers van.

In Parijs wordt fietsstad Amsterdam altijd weer ten voorbeeld gesteld. Maar voor het omgekeerde valt ook wat te zeggen

Wat zien die lui er geweldig uit op hun koddige gemeentefietsjes met mandjes voorop die je door heel de stad kunt achterlaten in daartoe bestemde stalletjes. En voor zover ze zelf rijwielen hebben aangeschaft: wat een bijzondere vormen en kleuren hebben die vaak, wat zijn ze mooi of gewoon grappig. In de beste Parijse traditie heeft de avant-garde zich hier op het fietsen gestort als een nieuw rage, een cult, alsof het een wedstrijd is wie onderweg het coolst uit zijn ogen kijkt.

Dat je ne sais quoi-verheven peddelen op de Rue de Rivoli: het heeft wel wat.

„Fietsen zit bij ons niet in de cultuur”, zegt een Parijzenaar die een deelfiets van het slot haalt met behulp van zijn smartphone. Hij wijst op de vele ongelukken op de vaak wel erg smalle fietspaden, die soms op de weg zijn aangebracht en dan weer op de stoep, die soms groen zijn maar vaak ook niet. Alleen al door het aandachtig turen naar de (op zich bijzonder fraaie) geschilderde fietsjes en lijnen op het wegdek gaat menige fietser onderuit. En natuurlijk zijn er de automobilisten van buiten de ring die zich in het centrum geen raad weten met de naar alle kanten schietende cyclistes. „Voor jullie is fietsen normaal”, zegt de Parijzenaar. „Voor ons nog lang niet.”

Hij zet zijn helm op en ook dat gaat op z’n Parijs’, dus met een air van: zie mij eens. Veel volwassenen dragen hier een (voor hen niet verplichte) fietshelm. En uiteraard geen armoedig helmpje, maar een prachtige matzwarte, of zelfs een glanzend messingachtige: de helm moet net zo bijdragen aan het onbenoembaar superieure ‘ik hoor hier thuis’ als de blik eronder.

In Parijs wordt fietsstad Amsterdam altijd weer ten voorbeeld gesteld. Maar voor het omgekeerde valt ook wat te zeggen. Een ochtendspits op de Weteringschans met duizenden Parijse ‘zie mij eens’-fietsers op een kluitje: ik zou er voor gaan zitten.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.