Reportage

Polen buigt niet voor Europese dwangsom van half miljoen per dag – ruzie met Tsjechië ettert door

Bruinkoolgroeve Ondanks een miljoenenboete weigert Polen een bruinkoolmijn aan de Tsjechische grens te sluiten. Zeker nu het zich aan Europese rechtspraak onttrekt.

Koeltorens bij de Poolse Turow-mijn in Bogatynia.
Koeltorens bij de Poolse Turow-mijn in Bogatynia. Foto Martin Divisek/EPA

Een dag nadat het Pools Constitutioneel Hof zich buiten de Europese rechtsorde heeft geplaatst, staat Europarlementariër Beata Kempa voor het gemeentehuis in Bogatynia, in het uiterste zuidwesten van Polen. Kempa betoogt dat een EU-conflict nu in Pools voordeel kan worden beslecht. Ze staat op de stoep, en belooft de lokale bruinkoolmijn open te houden – in strijd met een tussenvonnis van het Europees Hof van Justitie. „Het is nu duidelijk dat Poolse wetten belangrijker zijn dat EU-besluiten. Dat deze mijn niet dicht hoeft. En dat wij geen cent gaan betalen”, zegt de gedrongen vrouw, haar handen Merkelachtig gevouwen.

De mijn waar Kempa het over heeft, is de Turów bruinkoolgroeve van drieduizend hectare. De mijn ligt ingeklemd tussen het stadje Bogatynia, de Tsjechische en de Duitse grens. De ‘centen’ zijn een dwangsom van 500.000 euro per dag die het Europees Hof van Justitie in september oplegde voor elke dag dat de ligniet-winning doorgaat. De situatie is acuut, omdat door verdieping van de mijn hele Tsjechische dorpen zonder drinkwater dreigen te raken. Aan Poolse zijde staan ondertussen duizenden banen en 5 procent van de landelijke elektriciteitsproductie op het spel. Het is een burenruzie op ongekend niveau. Nooit eerder liep een interstatelijk conflict binnen de EU zo hoog op dat het Hof in Luxemburg een boete oplegde.

Nooit eerder liep een interstatelijk conflict binnen de EU zo hoog op dat het Hof in Luxemburg een boete oplegde

Onderhandelingen tussen de Poolse en Tsjechische regeringen om de kwestie in der minne te schikken, zijn tot nu toe op niets uitgelopen. En dat is volgens Kempa, lid van de partij Solidarna Polska van de radicale Justitieminister Zbigniew Ziobro, maar goed ook. „We hebben nu nieuwe argumenten in onze strijd met de Tsjechen. De EU heeft niet de macht om hierover te beslissen”, zegt zij.

Positie van Polen in de EU kan onhoudbaar worden

Lege waterput

In een keuken aan de Tsjechische kant van de grens zet Milan Starec kruidenthee. „Kijk, er komt nog water uit de kraan”, grapt de lokale activist. Toen hij vijf jaar geleden met zijn samengestelde gezin hier in de natuur kwam wonen, zag hij vanuit zijn raam alleen de toppen van de zeven torens van de energiecentrale, voorbij de mijn. Sinds een jaar kruipt de open, grauwgele mijn zelf steeds dichterbij. Van twee kilometer naar krap een kilometer van zijn tuinhek. Tussenliggend bos en maisvelden zijn verdwenen. „Als het windstil is, horen we de lopende band waarmee de kolen en puin worden afgevoerd”, zegt hij, en toont op zijn telefoon een app voor geluidsoverlast.

Starec maakt zich natuurlijk zorgen over de waarde van zijn 250 jaar oude vakwerkhuis, geeft hij toe, maar vooral over het verdwijnende grondwater. Zijn dorp Uhelna en naburige plaatsen (10.000 inwoners in totaal) zijn niet aangesloten op een centraal waternet, maar op een plaatselijke put, die leegloopt. Dat zit zo: het water uit deze heuvels zoekt het laagste punt. En aangezien de mijnafgraving niet alleen groter, maar ook dieper wordt, zuigt die de omgeving droog. „Als de natuur zijn gang kon gaan, zou de mijn een meer worden. Maar omdat ze daar het water blijven wegpompen, raakt het hier op”, zegt Starec.

De Tsjechen klaagden daar al eerder over, maar de kwestie escaleerde toen Polen begin vorig jaar de mijnlicentie verlengde en ook het delfgebied werd vergroot. De Tsjechische regering spande een zaak aan bij het Europees Hof in Luxemburg omdat Polen zich bij die uitbreiding niet aan Europese regels zou hebben gehouden. Een milieueffectbeoordeling bleef uit en een gedegen inspraakprocedure werd overgeslagen. Polen spreekt dit niet tegen. Sterker nog, in 2018 werd de nationale mijnbouwwet aangepast om verlengingen van licenties van vóór het EU-lidmaatschap (2004) makkelijker te maken.

De inhoudelijke behandeling van de zaak in Luxemburg is gepland voor eind dit jaar, maar vanwege het nijpende watertekort in de Tsjechische dorpen gebood het Hof in mei om de mijnbouw direct te staken. Het risico op „ernstige en onherstelbare schade” aan de Tsjechische kant weegt zwaarder dan de, herstelbare, financiële schade die Polen lijdt bij het verlies van banen en elektriciteitsproductie. Toen Polen het tussenvonnis negeerde, werd in september de dagelijkse boete opgelegd. De teller staat inmiddels op 12 miljoen euro, maar de Europese Commissie – het incassobureau in dergelijke situaties – heeft nog geen stappen ondernomen om de dwangsom te innen.

Heilige kolen

Aan de Poolse grens stuit de uitspraak van het Hof op woede en onbegrip. Kolen zijn bijkans heilig in Polen, 70 procent van de energie wordt er nog altijd mee opgewekt. Veel mijnen draaien op subsidie en worden door CO2-beprijzing nog minder rendabel. Conflicten met Brussel en stijgende gasprijzen sterken Polen echter in het idee dat het zelfvoorzienend moet zijn en kolen moet behouden.

Hoezo kan een enkele rechter, ver weg in Luxemburg, een besluit nemen „dat het leven van 20.000 mensen verwoest”, zegt mijnwerker en vakbondsleider Piotr Kubis. Zoveel mensen zijn volgens hem afhankelijk van de mijn, de energiecentrale en alle bedrijfjes eromheen. „Als we toegeven, sterft dit gebied uit. Dan moet iedereen in het buitenland gaan werken.”

De EU heeft niet de macht hierover te beslissen

Beata Kempa Poolse Europarlementariër

Als er één plek is die baat heeft bij de open grenzen van de EU, moet het Bogatynia zijn. Het plaatsje ligt in ‘de blinde darm’ die aan het zuidwesten van Polen bungelt. Afgezonderd van de rest van het eigen achterland, maar uitstekend verbonden met de buurlanden. Veel Polen werken al in Duitsland en Tsjechië, vooral in de auto-industrie. Duitsers en Tsjechen komen hier tanken en boodschappen doen.

De open bruinkoolmijn bij het stadje Bogatynia, in het uiterste zuidwesten van Polen. Foto David W Cerny/Reuters

Maar de Pool Kubis (48) steunt zijn regering in het verzet tegen de sluiting van de mijn en de grotere „strijd tegen de ondermijning van onze soevereiniteit”. De beslissing van het Poolse Constitutioneel Hof vorige week biedt extra munitie om de Europese rechtspraak te negeren. „Wij kunnen prima zonder de Europese Unie”, zegt de vakbondsman.

De ontvlambare sfeer wordt opgestookt door lokale geruchten en ronkende berichtgeving door de regeringsgezinde staatsomroep, die is uitgerukt om het betoog van Europarlementariër Kempa integraal uit te zenden. Een kroegbaas in Bogatynia hing een groot bord op: „Wij bedienen geen Tsjechen”. Een inwoner, die niet met haar naam in de krant wil, roept dat „die Tsjechische zwijnen hun zelfverzonnen problemen maar moeten oplossen”. Piotr Kubis heeft de wildste theorieën over wie er werkelijk achter de Tsjechische rechtszaak zitten. En hij heeft gehoord „dat ze aan die kant van de grens allemaal zwembaden hebben”.

Tsjechische yuppen

Hoewel in het dorp van activist Starec (39) geen zwembad te bekennen is, is wel sprake van een duidelijk welvaartsverschil. Hier op de heuvels wonen Tsjechische yuppen met goede kantoorbanen die lekker buiten zijn gaan wonen. Die het zich kunnen permitteren om zich zorgen te maken over het klimaat. Zo heeft Starec allerlei suggesties voor de „koppige”, „arrogante” en „incompetente” Poolse regering om hun mijnen sneller te sluiten en over te gaan op duurzame energie. „Ik heb er begrip voor dat zij niet van de ene op andere dag al die mensen op straat kunnen zetten. Maar uiteindelijk moet de mijn toch dicht. Ze kunnen er zelfs Europese subsidie uit het transitiefonds voor krijgen.”

Reportage: De verloren strijd van de Poolse mijnwerkers

In het dal ploeteren ondertussen de Poolse mijnwerkers, gevangen tussen internationale druk en hun eigen regering. Bogatynia (dat letterlijk rijk betekent) is vanwege de mijninkomsten op papier een van de meest welvarende gemeentes van Polen, maar daar merken inwoners weinig van. Delen van het stadje ogen verwaarloosd, er is veel leegstand. „Wij leven hier van dag tot dag”, zegt Wanda Tkaczyk (72), die met haar boodschappen naar huis loopt. Haar overleden echtgenoot verhuisde ooit helemaal van Warschau hier naar toe om in de mijn te werken. Van haar pensioentje van 1.200 zloty (265 euro) per maand is ze bijna de helft kwijt aan water, elektriciteit en verwarming. Zonder hulp van haar zoon, die in een Tsjechische autofabriek werkt, zou ze niet rondkomen. „Ik weet niet wat er waar is van alle verhalen over de rechters en over de mijn. Maar als de mijn dichtgaat, worden al onze problemen hier nog groter.”

Correctie (18 oktober 2021): In een eerdere versie van dit artikel stond dat het vakwerkhuis van de familie Starec 150 jaar oud is, de correcte leeftijd is 250 jaar. Dat is hierboven aangepast.