‘Waarom blijf ik hier eigenlijk komen?’, vroeg Jasper zich af

In Ally Wat voorafging: Na zijn werkoverleg moest Jasper naar een diner met oude klasgenoten. Hij keek er niet naar uit.

In Ally

Het restaurant was uitgekozen door Ramses en lag natuurlijk aan een gracht, vlak bij De Dam. Toen Jasper binnenkwam, gebaarde Ramses op welke stoel hij moest zitten. Daarna vertelde Ramses dat hij speciaal om deze tafel had gevraagd, bij het raam. Hij noemde het de stamtafel.

Voluit heette hij Ramses van Rappard. Op het gymnasium moesten ze allemaal lachen om die naam. Volgens de leraar Duits was Ramses van adel, maar dat ontkende hij. Ze probeerden één keer per jaar bij elkaar te komen: Jasper, Ramses, Martijn, Sander en Frank.

Op school ging Jasper vooral om met Sander en Frank, hij wist niet zeker meer waarom hun groepje nu was uitgebreid met Ramses en Martijn. Misschien kwam het doordat Ramses deze etentjes organiseerde. Was hij tot dit gezelschap gekomen omdat ze een beetje hetzelfde werk deden? Frank maakte films, zelf noemde hij ze ‘literaire thrillers voor op het witte doek’. Sander schreef dramaseries voor tv, maar uitsluitend voor de VPRO. Martijn was advocaat, gespecialiseerd in mediazaken. En Ramses was net benoemd tot wethouder kunst en cultuur. „In de Amsterdamse gemeenteraad”, voegde hij daar zelf steeds aan toe.

Nadat Ramses de wijn had besteld, een biologische Montepulciano d’Abruzzo uit 2016, vroeg Jasper – niet hardop, maar in zijn hoofd: waarom blijf ik hier eigenlijk komen? Omdat het te veel moeite is om af te zeggen? Omdat ze anders de afspraak verzetten naar een dag waarop ik wel kan? Omdat we het al zoveel jaren doen en dit de enige connectie is die ik nog heb met de middelbare school?

Het gymnasium stond in Amsterdam, dus bijna iedereen woonde hier nog – als je bent geboren in het centrum van de wereld, waarom zou je dan verhuizen? In de stad kwam Jasper wel vaak mensen van vroeger tegen, maar echt afspreken, dat deed hij alleen met dit groepje.

„Zullen we allemaal om de beurt iets vertellen over ons afgelopen jaar?” Ramses had het woord genomen. „Is dat een idee? Eigenlijk twee jaar, sinds we elkaar voor het laatst zagen.”

„Goed idee”, zei Frank. „Jij begint, neem ik aan?”

Ramses deed of hij het niet hoorde, of niet begreep wat Frank bedoelde. Hij startte met een lang verhaal over hoe de procedure werkt als ze je vragen om wethouder te worden. Eerst werd geïnformeerd of hij er open voor zou staan, gevolgd door een officiële uitnodiging voor een gesprek, ondertussen druk overleg met Hanna en de kinderen en uiteindelijk een gesprek met de burgemeester, die Ramses natuurlijk allang kende. Daarna vertelde hij over het werk zelf. Veel vergaderen, dat wist je van tevoren, maar wat het zo dankbaar maakte, was dat Ramses echt het gevoel had: ik kan een verschil maken en mijn stempel op de stad drukken.

Jasper keek op zijn horloge. Ze zaten hier een half uur, waarvan Ramses 28 minuten aan het woord was geweest. Frank zat naast hem.

„Is dit nieuw?”, vroeg Jasper hardop. „Mogen we niet praten onder elkaar? Wanneer hebben we afgesproken dat we om de beurt een spreekbeurt zouden houden over ons werk?”

Ramses praatte gewoon verder. Frank en de anderen bleven luisteren. Nu was Ramses aangekomen bij de uitgangspunten van GroenLinks voor kunst en cultuur. Hij noemde drie kernwaarden: representatie, inclusiviteit en diversiteit.

Jasper was bij Ramses thuis geweest, de eerste jaren vonden de etentjes daar plaats. Hij woonde in een soort kasteel op de Herengracht, niet ver bij dit restaurant vandaan. Maar nu vond Ramses kennelijk dat alles eerlijk moest worden verdeeld.

Nadat Jasper hardop begon te lachen, vroeg Ramses: „Wat is er, heb ik iets grappigs gezegd?”

„Is het grappig?”, vroeg Jasper. „Weet ik niet. Hangt ervan af hoe je hiernaar kijkt.”

Ramses praatte verder, over de gesprekken die hij voerde met burgers. „Om door te dringen in de haarvaten van de stad. Jouw gezin woont in Almere, toch? Kan ik een keer langskomen? Ik wil weten hoe jullie kijken naar inclusie en interculturaliteit.”

Jasper zei dat het volgende week herfstvakantie was, dus voorlopig kon het niet. Hij ging naar Valencia met Vince, zijn oudste zoon. „Voor het helemaal misgaat.”