Opinie

Stimuleer koopkracht van de hele bevolking, niet via de allerrijksten

Ongelijkheid De ongelijkheid en de lage rente versterken elkaar, schrijft . Het is aan de overheid om in te grijpen met belastingen op kapitaal.
Foto Getty Images

De kosten van geld lenen, de rente, dalen al dertig jaar. Lage rentes blazen echter ongelijkheid aan. En diezelfde ongelijkheid zorgt ook weer voor lagere rente. Tot nu toe was de heersende theorie onder economen, dat vergrijzing verantwoordelijk was voor het toenemend aanbod van spaar- en beleggingsgeld, die de rente omlaag drijft. Een overtuigend onderzoek van drie Amerikaanse economen, ook al aangehaald door Maarten Schinkel in NRC, laat zien dat ongelijkheid een veel belangrijker factor is. In elke leeftijdscategorie zijn het namelijk de rijksten die voor dit aanbod zorgen. Zij zorgen dus, met de centrale banken, voor het overaanbod van beleggingsgeld dat aandelen en onroerend goed doet stijgen en de prijs van geld, wat de rente is, doet dalen.

Dat de hoogste inkomens verantwoordelijk zijn voor een toenemend aanbod van beleggingsgeld is simpel te verklaren. De 60 procent laagste inkomens geven vrijwel hun hele inkomen uit aan wonen en andere dagelijkse levensbehoeften. Naarmate de inkomens hoger zijn, blijft er echter steeds meer geld over om te beleggen. Met toenemende ongelijkheid wordt een zelfversterkend proces van concentratie van inkomen uit bezit op gang gebracht. Het overaanbod van beleggingsgeld drijft niet alleen de prijs op van beleggingen, maar maakt het ook steeds aantrekkelijker voor rijke beleggers om met goedkope leningen hun bezit nog verder uit te breiden. Dankzij de hefboomwerking van deze leningen verhogen zij de opbrengst van hun beleggingen. De waardestijging van aandelen en onroerend goed die dat veroorzaakt, die in Nederland onbelast is, maakt meer leningen mogelijk en vergroot daarmee vervolgens weer het aanbod van beleggingskapitaal.

Schuldenberg

De verantwoordelijkheid voor deze carrousel ligt bij de overheden. Kapitaal en de inkomsten daaruit worden nauwelijks belast, in tegenstelling tot inkomsten uit arbeid. En de aftrekbaarheid van rente, niet alleen voor hypotheken maar ook voor (andere) beleggingen, maken het interessant om leningen als hefboom voor nog meer inkomen uit kapitaal te gebruiken.

Aan de ene kant is beleggingsgeld dus overvloedig, en wordt het nauwelijks door belastingen afgeroomd, aan de andere kant wordt de schuldenberg aangeblazen door de aftrekbaarheid van leningen. Er wordt wel altijd druk gedelibereerd over overheidsschulden, maar de schulden van huishoudens en bedrijven zijn groter en riskanter.

Dat inkomen uit kapitaal nauwelijks belast wordt en rente aftrekbaar is wakkert die overheidsschuld trouwens aan. Aanpak van beiden zou niet alleen de economie en de overheidsfinanciën gezonder maken, maar ook het zelfversterkende proces van vermogensconcentratie kunnen remmen.

Lees ook deze column: De lage rente voedt de flankpartijen

Opmerkelijk is dat de overvloed aan beleggingskapitaal niet tot groei van investeringen heeft geleid. Ook dat hangt echter samen met de door lage belastingen en aftrekbaarheid van rente gestimuleerde concentratie van kapitaal. Met dit proces van concentratie is er namelijk sprake van een verschuiving van de koopkracht richting de allerrijksten. En waar het grootste deel van de bevolking zijn koopkracht benut voor consumptie, wordt de koopkracht van de allerrijksten grotendeels benut voor beleggingen. Die beleggingen leiden dan wel tot waardestijging van hun bezit, maar die waardestijgingen worden dus niet gedeeld met de rest van de bevolking. Ze zijn immers niet belast.

Sterker nog, ze blijven ook buiten de cijfers over de economische groei, want in het bruto binnenlands product, dat daar als maat voor geldt, telt alleen inkomen uit productie, niet inkomen uit vermogenswinst.

Reële economie

Wie zich erover verbaast dat ondanks explosieve groei van vermogens de economische groeicijfers zo bescheiden zijn, heeft hier een sleutel. Het deel van de groei dat bij de allerrijksten geconcentreerd is telt niet mee, hun koopkrachtwinst blijft binnen de financiële economie van beleggingen, en blijft daarmee weg van de reële economie van investeringen.

De centrale banken baseren hun opkoopbeleid op de veronderstelling dat de waardestijging van vermogens die zij veroorzaken doordruppelt naar de rest van de bevolking, die het uit zal geven en daarmee de economie en de tot voor kort gevaarlijk lage inflatie zal aanwakkeren. Wie de honderden miljarden die de centrale banken hebben besteed aan de opkoop van schulden van overheden en bedrijven legt naast de ontwikkeling van investeringen en economische groei, kan niet anders concluderen dan dat dit beleid volstrekt mislukt is. Het heeft niet de investeringen of de economische groei merkbaar verhoogd, maar wel de ongelijkheid aangewakkerd.

Lees ook: DNB-president Klaas Knot: ‘Inflatie is niet dood’

De koopkracht stimuleren via de allerrijksten was dus een slecht idee, en heeft misschien zelfs averechts gewerkt. De lagere rente heeft namelijk pensioenfondsen in de problemen gebracht en de uitkeringen van gepensioneerden, die als groep zelfs meer uitgeven dan ze ontvangen, aangetast.

Met de coronacrisis hebben regeringen eindelijk laten zien dat beleid direct gericht op de koopkracht van de hele bevolking wel effectief is om het niveau van bestedingen te beïnvloeden.

Nu loopt de inflatie door allerlei tijdelijke oorzaken op. Maar als over anderhalf jaar het probleem van te lage inflatie weer de kop opsteekt, dan is er maar één route om dat te bestrijden – rechtstreeks via stimulering van de koopkracht van de bevolking in zijn geheel.