Peter van Rooijen: „Ik wil geen ongezonde, uitgewrongen artiest worden” Foto Roger Cremers

Singer-songwriter Peter van Rooijen: ‘Het is oké om een onbeduidend leven te leiden’

Interview In zijn nieuwe programma zet liedjeszanger Peter van Rooijen zich af tegen de mythe van de lijdende kunstenaar. De rustige wereld van de succesvolle tv-landschapsschilder Bob Ross is nu zijn voorbeeld.

We gaan gewoon lekker schilderen. Dat was waar Bob Ross, die jarenlang op opgewekte toon schilderles gaf op televisie, voor stond, zegt singer-songwriter Peter van Rooijen. En dat ontspannen gevoel is de kern van zijn nieuwe voorstelling Liefde, dood & Bob Ross. „In dit tijdsgewricht wordt het streven naar het allerhoogste verheerlijkt. Je moet uitblinken, een held zijn. Maar word je daar gelukkig van? Je kunt dat idee ook loslaten. Waarom proberen een berg te beklimmen als je onderaan de berg ook gelukkig kan zijn? Het is oké om een onbeduidend leven te leiden.”

Zijn nieuwe programma, op het podium uitgevoerd met zijn vierkoppige band, is de opvolger van het veelgeprezen Liefde, dood & zwaartekracht, dat in 2019 werd genomineerd voor de cabaretprijs Poelifinario. Ondanks alle lof en een collectie ijzersterke songs is hij een van de beter bewaarde geheimen in de Nederlandse muziek. Hoor hoe hij in een nummer als ‘De werking van de zwaartekracht’ met zalvende fluisterstem in poëtische beelden een kanttekening plaatst bij de waardering van mensen:

„Achter de zee was ooit een waterval / en als je je daar begaf / viel je van de aarde af / Nu is de wereld een magnetische bal / waar je pas van waarde bent / als je de werking van de zwaartekracht kent.”

Van Rooijen begon zijn carrière als veelbelovend, experimenteel cabaretier, die helaas verstrikt raakte in zijn concepten. Liedjes bieden hem daarentegen een vormvaste bodem, waarop hij vrijelijk zijn flegmatieke ironie en zijn talent voor het absurde en het duistere in de mens kan uitleven. Zijn satirische kant kan hij ook kwijt als lid van Circus Treurdier, dat zowel furore maakt in het theater (Night of the problems) als op televisie (Treurteevee). Muzikaal bestrijkt Van Rooijen een breed palet aan stijlen, waardoor je onder meer invloeden van Spinvis, Simon & Garfunkel, Django Reinhardt en Jeroen van Merwijk kan bespeuren. In het bloedmooie ‘Wat ik moet doen’ (van zijn eerste album) hoor je hoe de Britse singer-songwriter Fink had geklonken als hij in het Nederlands had gezongen.

Lees ook: Peter van Rooijen zingt over de onmacht de wereld te begrijpen

Prestatiedwang

In lunchroom Keck in Gouda, de stad waar hij is geboren (in 1983) en nu weer woont, weidt Van Rooijen uit over zijn verzet tegen prestatiedwang. Niet nadat hij vlot erkent dat hij zelf graag in een vol Carré zou staan. „Als ze dat aanbieden, zegt ik niet dat ik die ambitie niet heb.”

In zijn nieuwe programma zet hij zich af tegen de mythe van de bohémien-kunstenaar (in het giftige ‘Flikker op met je panache’), bezingt hij de nietigheid van de mens (in het even gemene als troostende ‘Je doet er niet toe’) en is er een dubbelzinnige ode het rijtjeshuis („Nu zit ik in zo’n woning, aan de tafel ’s avonds laat, als de zelf gekroonde koning, van een autoluwe straat”). Een ode die kalm inzet en uitmondt in „rijtjeshuizenrock”, zoals hij grapt.

Inmiddels bewoont Van Rooijen zelf een rijtjeshuis, na kamers en bovenwoningen in Amsterdam en Rotterdam. „In een grijze woonwijk, maar wel met tuin voor en achter. Je kunt er rustig kinderen laten opgroeien, maar het is niet romantisch, niet esthetisch. Niks.”

Dat voelt niet per se comfortabel. „Door dat totale gebrek aan schoonheid kan ik me ook oncomfortabel voelen. Maar dat grootstedelijke oordeel ben ik inmiddels kwijt en nu denk ik: is dit niet veel meer het echte leven? Is alle kermis in de metropolen er niet alleen om te verhullen dat je leven nergens over gaat, hoe hard je ook schreeuwt?”

Tegelijk beseft hij hoe gekleurd dat oordeel is. „Als mijn droomboerderij zou bestaan, met uitzicht op de nevel boven de weilanden, maar op honderd meter van de drukte van de stad, dan ging ik daar onmiddellijk naartoe.” Een typerende regel in het lied voor zijn gespleten gevoel en twijfelende aard is: „Ik weet niet of ik hier wel ongelukkig ben.” „Met kleine kinderen is er bijna geen ruimte om ongelukkig te zijn, hooguit gestresst.”

Therapie

Uit het lied spreekt ook de wens je te verzoenen met wie je bent en je niet te laten leiden door andermans verwachting. „Daar gaat het programma ook deels over.” Meest uitgesproken in ‘Flikker op met je panache’, waarin de ik-figuur probeert weg te komen op een feestje („Anders mis ik straks mijn trein.”). Van Rooijen: „Mensen zeggen wel dat ik autistisch overkom, omdat ik een gesloten iemand ben, totaal niet uitbundig, niet blijf hangen op feestjes – alles wat ik beschrijf in dat lied. Als mensen stuiteren, glimlach ik hooguit. Niet dat ik die emoties niet heb. Maar het plafond dat open moet breken is zo dik dat er heel wat moet gebeuren voor ik sta te springen.”

Is hij mensenschuw? „Nee, maar ik ben niet dol op mensen. Ik heb een paar vrienden met wie ik goed kan opschieten en een enkeling met wie ik kan ontspannen. Met wie ik niks hoef.”

Hij zingt ook: „Ik negeer geen zielenkrassen, ik ga gewoon in therapie.” Van Rooijen: „Heb ik gedaan. Omdat ik een schild om me heen had gebouwd. Ik liet geen ruimte voor andere mensen. Doorbeuken, daar was ik goed in. Niet stilstaan bij de dingen die binnen moeten komen en die je moet bespreken om met mensen samen te kunnen leven. Therapie heeft me geholpen te erkennen dat ik dat schild heb en dat ik dat zachter kan maken als ik dat wil.”

Het zinnetje is ook een reactie op de mythe van de lijdende kunstenaar op de Amsterdamse Toneelschool & KleinkunstAcademie. „Docenten zeiden dat therapie onzin was en dat je je artistiek moest voeden met de kronkels in je hoofd. Maar ik wil geen ongezonde, uitgewrongen artiest worden. Ik heb zoveel mensen gezien die zichzelf hebben uitgeteerd en opgebrand. Prachtig dat iemand zichzelf op het altaar legt voor de kunst, maar ik ben dat niet van plan. Daar staat Bob Ross ook voor: rustig en aangenaam iets maken waar je je niet voor schaamt.”

Wit gezin

De zielenkrassen stammen uit zijn jeugd. „Ik kom uit een wit gezin. Ik woonde bij mijn moeder en stiefvader. Mijn Indonesische vader heeft me niet opgevoed. Bruin zijn in een wit land – Daniël Arends zei dat eens – als het niet goed met je gaat, is heel kut. En kinderen zijn bewust of onbewust keihard.”

Hij vertelt dat het voor volwassenen normaal was om kinderen apart van elkaar te zetten, in nare of vriendelijke woorden. „Niet iedereen begreep dat als je iemand los van de groep zet, hij zich uiteindelijk tegen de groep gaat afzetten.” Maar hij wil geen rechtlijnige conclusies trekken. „Het kan zijn dat ik ook als ik roomblank was geweest niks met mensen te maken had willen hebben. Het is ingewikkeld om wat je overkomt te scheiden van wie je in aanleg bent.”

Maar hij had er wel last van dat hij niet wit was. „Het was altijd een troefkaart voor mijn vijanden. In een ruzie konden ze altijd zeggen: je hebt een poepkleur, ga terug naar je eigen land, ga katoen plukken. Nee, dat gleed niet van me af. Je voelt je machteloos, want je wordt gepakt op een plek waar je je niet kan verdedigen.”

Wraak

In het lied ‘Allemaal diamant’ uit 2019 fantaseerde hij over wraak op de pesters van de middelbare school. En voor zijn nieuwe programma schreef hij het hilarische en gitzwarte ‘Andere mensen pijn doen’ („Ik haat stilstand in het leven, ik haat nieuwe wegen inslaan. Het enige wat ik leuk vind, is andere mensen pijn doen”). Is dat leuk? Van Rooijen: „Heb jij dat nooit? Iedereen wil dat toch? Iemand heeft een afschuwelijk kutleven en put alleen geluk uit andere mensen kapot maken. Dat zie je dagelijks op Twitter.”

Fantaseren over wraak is heerlijk, zegt hij. „Vroeger dacht ik dat ik niet zo rancuneus moest zijn. Nu denk ik: zo ben ik gewoon. Laat ik er maar iets mee doen. Een lied schrijven. Iedereen die gepest is op school droomt ervan zijn vroegere pestkop te vernederen.”

Maar in ‘Andere mensen pijn doen’ heeft het sadisme geen pestkop als aanleiding. Van Rooijen grijnst: „Het leven is niet eerlijk. Er zijn veel mensen die moeten boeten voor het ongeluk van anderen waar ze geen deel aan hebben. Dat is ook grappig. De duistere kant van het leven is de bodem waar alles op groeit, ook de schoonheid.”

Die zwartgalligheid zit in hem. „In de basis is het leven voor mij een worsteling en een beproeving, en daar kunnen mooie dingen uit ontstaan. Voor veel mensen is het leven een geschenk. Die zijn van een ander slag. Ik kan ook niet met die mensen.”

Voor iemand met zo’n sardonische levenshouding als Van Rooijen is het verrassend dat hij zijn programma afsluit met twee gevoelige, kwetsbare liedjes, het melancholieke ‘Brief aan Sjoerd’ en het liefdesliedje ‘Alles is makkelijk met jou’. „Het is geen onvoorwaardelijk liefdeslied”, reageert Van Rooijen. „Ik laat mijn ideeën over wat liefde is los („Voor mij was liefde altijd lijden. Een bange strijd vol twijfel en berouw”), maar die herinnering aan pijn is er nog.”

Toch is er iets veranderd. „Anders zou ik ook geen kinderen hebben. Misschien is dat de grootste verandering. Ik wil niet doen alsof ik af ben. Dat ben ik niet. Ik heb issues, maar ook de hoop dat het leven beter wordt.”

Peter van Rooijen & band: Liefde, dood & Bob Ross. Tournee t/m 3/12. Info: petervanrooijen.nl