Rapport KPMG: Nederlands coronabeleid schoot op diverse terreinen ernstig tekort

Rapport KPMG Adviesbureau KPMG is zeer kritisch over de door het kabinet gevolgde strategie tijdens de coronacrisis en de resultaten daarvan.

Rij voor het vaccinatiecentrum bij Schiphol. Nederland begon later dan andere Europese landen met vaccineren.
Rij voor het vaccinatiecentrum bij Schiphol. Nederland begon later dan andere Europese landen met vaccineren. Foto Simon Lenskens

Anderhalf jaar na de start van de coronacrisis is het grote evalueren van de pandemie begonnen. In het VK verscheen een vernietigend rapport van een parlementaire onderzoekscommissie waarin de corona-aanpak van de regering-Johnson „een van de grootste mislukkingen” op het gebied van volksgezondheid in de historie van het land werd genoemd. In Nederland komt de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar verwachting begin volgend jaar met een eerste rapport over de coronabestrijding, later volgt een parlementaire enquête.

Adviesbureau KPMG loopt daarop vooruit met een eigen, tussentijdse evaluatie van de coronacrisis van maart 2020 tot juli 2021. In het rapport Dit zijn de lessen van anderhalf jaar coronacrisis, dat deze donderdag verschijnt, is KPMG zeer kritisch over de door het kabinet gevolgde strategie en de resultaten daarvan.

Het adviesbureau deed een uitgebreide literatuurstudie van openbare bronnen en analyseerde wereldwijd beschikbare data. Er zijn in Nederland meer doden gevallen, omdat er beleid werd gemaakt op basis van hoeveel mensen er in het ziekenhuis lagen in plaats van het aantal besmettingen, stelt het adviesbureau. Daardoor werd er vaak te laat ingegrepen.

In vergelijking met Noorwegen, Denemarken en Finland „blijkt dat Nederland zowel op de economische groei als op oversterfte beduidend minder goed in staat was de pandemie te managen”, schrijft KPMG.

Nóg meer gezondheidsschade

Het verder ophogen van de IC-capaciteit, wat de Nederlandse ziekenhuizen tevergeefs probeerden, was achteraf volgens KPMG geen betere strategie geweest. Tegen de exponentiële groei van virussen is volgens het adviesbureau „geen enkele capaciteit opgewassen” en bovendien had het beschikbaar hebben van meer IC-bedden waarschijnlijk tot nóg meer gezondheidsschade geleid, zegt arts en gezondheidseconoom David Ikkersheim van KPMG Health. „Als je pas ingrijpt als de bedden vol liggen, leidt dat met meer capaciteit paradoxaal genoeg tot nog meer gezondheidsschade, en naar verwachting een substantieel hogere oversterfte.”

Volgens KPMG scoorden landen die wel ingrepen bij meer besmettingen beter

Volgens KPMG hebben landen die wel ingrepen als het aantal besmettingen steeg het veel beter gedaan. Daarbij heeft Ikkersheim gekeken naar oversterfecijfers. Die zijn doorgaans moeilijk te vergelijken, omdat factoren als klimaat, bevolkingsopbouw en hoe dicht mensen op elkaar wonen ook invloed hebben. Ze geven volgens Ikkersheim wel een grof inzicht in hoe effectief het beleid was: in Nederland overleden zo’n 24.000 mensen meer dan verwacht terwijl landen als Denemarken, Noorwegen en Finland niet of nauwelijks oversterfte hadden. Die landen gingen eerder in lockdown en hadden direct strengere grenscontroles en quarantaineregels.

Volgens KPMG hebben landen die een strenger beleid voerden geen extra economische schade opgelopen. Extra vrijheid, stelt Ikkersheim, was „een tijdelijk snoepje”: als de cijfers opliepen moesten er toch weer beperkende maatregelen worden genomen. Ook in Nederland was dat het geval: in de winter was een strenge lockdown en een avondklok nodig om de cijfers te drukken. In vergelijking met andere Europese landen deed Nederland het op economisch gebied „redelijk”, mede dankzij de royale steunpakketten. Tegelijkertijd noteerde Nederland een krimp van 0,2 procent, terwijl een aantal Scandinavische landen groei liet zien.

KPMG verbaast zich in het rapport over wat het „Nederlands exceptionalisme” noemt: het Nederlandse beleid week bij een aantal grote beslissingen af van wat internationaal werd geadviseerd. Te vaak werd daardoor het voorzorgsprincipe niet toegepast.

Negeren WHO-advies

Dat begon met het negeren van het WHO-advies om in te dammen. Verder werd in Nederland eerst heel weinig getest, terwijl het adagium van de WHO ‘testen, testen, testen’ was. Ook was er maandenlang debat over de noodzaak van een mondkapjesplicht, terwijl veel andere Europese landen die al hadden ingevoerd.

De invoering van de avondklok in januari 2021 vindt Ikkersheim een voorbeeld van hoe het voorzorgsprincipe door Nederland wél succesvol werd ingezet. „Toen is preventief gehandeld vanwege de dreiging van de Britse variant. Dat pakte goed uit en heeft mogelijk ‘code zwart’ voorkomen. In een volgende pandemie moet je deze attitude structureel hanteren.”

Het kabinet gebruikte regelmatig de mantra „zorgvuldigheid boven snelheid”, bijvoorbeeld als argument om later dan andere Europese landen te beginnen met vaccineren. In een pandemie is dat een schijntegenstelling, zegt Ikkersheim. „Iets niet 100 procent goed doen maar wel snel, is in een crisis veel waard.”

Bij de voorbereiding van de vaccinatiecampagne viel het KPMG op dat er geen goede draaiboeken klaarlagen en er niet met diverse scenario’s was gewerkt. Ikkersheim: „Nederland rekende erop dat AstraZeneca eerst kwam, met distributie via de huisartsen. Het werd Pfizer, met een andere koelmethode, en het moest plots via de GGD. Al die zaken waren te voorzien, kijk maar naar hoe het VK dat gedaan heeft.” KPMG constateert dat Nederland uiteindelijk wel een inhaalslag maakte met vaccineren en dat de huidige vaccinatiegraad „bovengemiddeld” hoog is.

KPMG vindt het opvallend dat minister De Jonge erover klaagde dat zijn departement niet genoeg centrale regie kon voeren over de GGD’s en de huisartsen. De huidige Wet publieke gezondheid geeft de minister in een pandemie juist vergaande bevoegdheden als een ziekte de A-status krijgt. KPMG beveelt een goede juridische analyse aan „naar welke instrumenten de status A-ziekte biedt, en deze waar nodig te verduidelijken”.

Als les voor een volgende pandemie suggereert KPMG ook in het OMT buitenlandse expertise toe te voegen, omdat binnen Europa de OMT’s hun regeringen soms heel anders adviseerden. „Tegengeluid kan group think zoveel mogelijk voorkomen.”