Foto Katrijn van Giel

Interview

Qadir Nadery, gevlucht voor de Taliban: ‘Dode mensen praten niet, dus moet ik dat doen’

Vriendschap De Taliban vermoordden zijn vader, waarna Qadir Nadery naar België vluchtte. Een toneelstuk over zijn leven gaat binnenkort in première. Hij speelt zelf de hoofdrol.

Op het kleine scherm van zijn telefoon laat Qadir Nadery (40) een video zien. Het is donker, maar op de beelden is een podium te onderscheiden, waarvoor publiek zit. Op het podium een donkere gestalte die iets zegt. En dan, plotseling: een harde klap, een flits, geschreeuw dat door merg en been gaat.

Het filmpje is uit 2014. Nadery woonde in Kabul en werkte voor het Frans Cultureel Instituut in de Afghaanse hoofdstad. Eerst in de kantine, later op de receptie. In het instituut werden tentoonstellingen en lezingen gehouden, en theatervoorstellingen gegeven. Die avond was er een voorstelling over zelfmoordterroristen. Toneel werd realiteit toen bleek dat een echte zelfmoordterrorist langs de drie checkpoints had weten te komen en zich opblies tussen het publiek. „Er vielen meer dan vijftien doden en zwaargewonden. Een vriend raakte gewond, een collega was dood. Ik was er die dag toevallig niet.”

Bijna zeven jaar later spreken we Nadery in een ander theater, zevenduizend kilometer verderop, in België. Theater Het Gevolg in het Limburgse Leopoldsburg is een oud tramstation dat Nadery heeft helpen renoveren en waar hij nu repetities heeft. Want dit keer staat hij zelf op het podium, met de hoofdrol in een voorstelling over zijn leven die binnenkort in première gaat. Ook aanwezig bij het interview is Leo Bormans, met wie hij het boek schreef waarop de voorstelling werd gebaseerd: De knikkers van Qadir.

Nadery praat zacht en voorzichtig, in een aarzelend Nederlands. Hij woont pas sinds 2015 in België, maar wil het interview toch graag in het Nederlands doen. Bormans vult aan waar Nadery het juiste woord niet kan vinden.

Door de machtsovername van de Taliban staan boek en voorstelling vol in de belangstelling, maar is ook de onrust van Nadery terug. Sinds de machtsovername van de Taliban slaapt hij slecht. Hij maakt zich zorgen, en voelt zich schuldig tegenover wie achterbleef.

Qadir Nadery is een schuilnaam, die hij in het openbaar gebruikt uit angst voor de Taliban. Nadery: „Ook in België zijn Taliban-aanhangers. Die feestten toen zij het land overnamen.” Bormans voegt toe: „Qadir wilde eerst ook niet met zijn foto in de krant, maar toen hij een hoofdrol ging spelen in de voorstelling, kon het niet anders meer.”

Naast mij kreunt Maram. Er stroomt meer en meer bloed uit zijn oor. De terrorist komt naast hem staan, schopt hem in de maag en richt dan zijn geweer op Marams hoofd. Voor de tweede keer in mijn leven zie ik de hersenen van een man uit zijn schedel puilen.

Zijn eerste dodelijke aanslag zag Qadir Nadery op zijn achtste. Zijn eerste steniging een paar jaar later. Nadery werd geboren in een klein dorp op het platteland van Afghanistan. Elektriciteit was er niet, de school was vaker dicht dan open. Hij kende alleen maar oorlog: eerst tussen moedjahedien en de Sovjet-Unie, toen een burgeroorlog, daarna kwamen de Taliban aan de macht, totdat zich in 2001 een nieuwe oorlog aandiende.

Als volwassen man, na zijn verhuizing naar Kabul, leerde hij zichzelf lezen en schrijven met een klein woordenboek en oude kranten. Nadery werkte er voor verschillende internationale organisaties, totdat hij moest vluchten na bedreigingen. Een van zijn kinderen moest hij op de vlucht begraven in Afghanistan: hij werd ziek, en ze konden niet aan medicijnen komen. Met vrouw en twee dochters belandde Nadery na omzwervingen in België. Op de eerste dag in het vluchtelingencentrum in Leopoldsburg ontmoette hij Bormans, schrijver van boeken over geluk en hoop.

Bormans: „Er was een opstand geweest tegen dat vluchtelingenkamp. Toen de vluchtelingen aankwamen, besloten mijn vrouw en ik te gaan kijken. Er was niemand op straat, behalve zij: een man, een vrouw en twee kindjes.” Nadery: „Wij waren net aangekomen en wilden kijken waar we terecht waren gekomen. We raakten in gesprek, en zijn een kop koffie gaan drinken.”

Het was het begin van een lange vriendschap, die vijf jaar later leidde tot een boek. Nadery: „De meeste van mijn vrienden en familieleden zijn dood of gevlucht. Elk gezin in Afghanistan heeft wel mensen verloren. Die dode mensen kunnen niet praten, dus moet ik het doen. Ik heb het geluk te leven. Ik wil de hele wereld vertellen wat er gebeurt in Afghanistan.”

Foto Katrijn van Giel

Genuanceerd

De knikkers van Qadir beschrijft in romanstijl Nadery’s vroege jeugd tot zijn uiteindelijke erkenning als vluchteling. Anders dan de roman De vliegeraar van Khaled Hosseini, waar het boek mee vergeleken wordt, speelt het zich niet af in Kabul, maar grotendeels op het Afghaanse platteland. „Vliegers zijn voor rijke mensen, knikkers zijn voor de armen”, zegt Nadery. „Knikkers waren het enige waardevolle dat ik had.” Bormans: „Er is het beeld ontstaan dat het platteland de Taliban steunt, en alleen Kabul niet. Maar het is genuanceerder. Zo zijn er veel etnische groepen in Afghanistan. De Hazara bijvoorbeeld, waar Qadir bij hoort.”

Nadery: „Een Talibanleider heeft 25 jaar geleden gezegd: de Oezbeken moeten naar Oezbekistan, de Tadzjieken naar Tadzjikistan, en de Hazara naar Gorestan. Dat betekent: naar het kerkhof.”

Bormans: „Lang niet alle bevolkingsgroepen op het platteland staan dus achter de Taliban. Maar voor de internationale troepen bestaat ook niet veel sympathie, en dat vormde een voedingsbodem voor de Taliban. Amerikanen hebben bijvoorbeeld korans verbrand, waardoor de Taliban konden zeggen: zij zijn er niet voor onze veiligheid, maar om de islam uit te roeien.”

We strompelen door het klotsende water naar de zwarte rubberboot. Salima en de meisjes kunnen niet zwemmen. Ik heb moeten vechten voor vier zwemvesten. Nargis is nog maar twee en Soraya vier. Te jong om te sterven. Hun broertje Khaibar hebben we drie maanden geleden al moeten achterlaten in het zand van het land dat wij zijn ontvlucht.

In Kabul werkt Nadery, behalve voor het Frans cultureel centrum, ook in het internationaal legerkamp bij de luchthaven. Eerst in een restaurant, later ook als vertaler. Totdat zijn vader begin 2015 in paniek belt: de Taliban zijn op jacht naar mensen die met buitenlanders samenwerken. Nadery slaat op de vlucht met zijn gezin, zijn vader wordt vermoord en zijn huis in brand gestoken. Door de bergen en over de zee, via Iran, Turkije en Griekenland, bereiken Nadery, zijn vrouw en hun twee dochters uiteindelijk België.

Nadery: „We hopen dat mensen door dit boek ook beter begrijpen waarom mensen vluchten, en tot die risico’s bereid zijn. Natuurlijk was zo’n reis gevaarlijk. Maar ik wilde niet vluchten, ik moest.”

Lees ook: Afghanen in Nederland: ‘Ik wil mijn oom hierheen halen, maar ik weet niet hoe’

Bormans: „Op de cover staat ‘het waargebeurde verhaal van een vader op de vlucht’. Hij wilde het woord ‘vluchteling’ vermijden. Zijn identiteit is niet vluchteling, hij moest toevallig vluchten omdat er geen andere uitweg was. We hopen dat mensen mede door ons boek niet te gemakkelijk oordelen dat we al genoeg vluchtelingen hebben.”

Eenmaal in België was het voor Nadery niet gemakkelijk. Na een eerste gesprek met het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, pas veertien maanden na hun aankomst, worden hij en zijn gezin niet erkend. Hun verklaringen zijn tegenstrijdig, concludeert het Commissariaat. Het gezin moet het land uit.

‘U heeft niet aannemelijk gemaakt dat u een persoonlijke vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op het lijden van ernstige schade.’ Wat kan ik anders doen dan vertellen hoe ik al een leven lang steeds op het nippertje aan de dood ben ontsnapt? De taliban geven geen documenten mee met de datum en het uur van mijn ophanden zijnde executie.

Bormans: „Hij werd ervan beschuldigd dat hij niet uit dat dorp kwam, onder andere omdat zijn vrouw de namen van haar mannelijke dorpsgenoten niet kende. Maar als vrouw hoor je mannen niet aan te spreken.” Voor Nadery was de afwijzing onbegrijpelijk: „Ik heb voor internationale organisaties gewerkt en ik ben Hazara. Als ik naar Afghanistan terugkeer, ben ik een paar dagen later dood.”

Drie keer wordt Nadery afgewezen, totdat hij na vier jaar toch wordt erkend. Nu kijkt hij vanuit het theater waar hij werkt uit op het vluchtelingencentrum waar hij in het begin verbleef. Bormans: „ De overheid zegt : wij zijn streng en rechtvaardig. Dat moet je ook zijn. Ik zeg echt niet dat we hier al het leed van de wereld in huis moeten halen. Maar Nadery en zijn gezin zijn niet rechtvaardig behandeld. En dat hebben ze ook toegegeven. De staatssecretaris heeft zelfs gezegd dat hij lessen uit ons boek wil trekken.”

Tot half augustus zette België nog Afghanen uit naar hun thuisland. Staatssecretaris Sammy Mahdi schreef even daarvoor, samen met zijn ambtgenoten uit Oostenrijk, Duitsland, Denemarken, Nederland en Griekenland, in een brief aan de Europese Commissie dat de gedwongen terugkeer van afgewezen asielzoekers een optie moest blijven.

„Elke dag dat ik hier ben, doe ik iets voor de eerste keer. Naar de bibliotheek, naar het museum, naar het zwembad”

Ware aard

Nadery gelooft niet in de claim van de Taliban dat ze het ditmaal anders zullen aanpakken. „In het Dari hebben we daar een spreekwoord voor: in elke stilte slaapt een donder. Nu houden ze zich misschien stil in de hoop op internationale erkenning, maar geef het een paar maanden en dan komt hun ware aard wel boven. Ik weet hoe ze zijn. We moeten blijven kijken naar wat daar gebeurt. En ik hoop dat de VN druk zullen uitoefenen.”

Nadery, die graag en veel in metaforen spreekt: „Ik ben één lichaam met twee handen. De ene hand is verdrietig. De Afghanen zijn in gevaar. Een vriend van me is meerdere keren naar de luchthaven gegaan, maar niet op een vliegtuig gekomen. Hij is doodsbang. En ik voel me schuldig dat ik niks kan doen.”

Tegelijkertijd heeft hij hoop, zegt Nadery: „Mijn andere hand is gelukkig: ik ben blij dat mijn kinderen een toekomst hebben. Elke dag dat ik hier ben, doe ik iets voor de eerste keer. Naar de bibliotheek, naar het museum, naar het zwembad, ik kan dansen en zingen op een podium met weinig kans dat een terrorist binnenvalt. Ik heb Sinterklaas, de Paashaas en de Rode Duivels ontdekt. Laatst hebben we met onze nieuwe buren gegeten. Wie hier woont, vindt het normaal dat meisjes naar school gaan, dat er wegen zijn, en ziekenhuizen. De meesten hebben niet door hoe bijzonder dat is. We waren eens in de Efteling, en ik verbaasde me erover: waarom moet je naar zo’n park? Jullie wonen al in de Efteling.”

Vanaf 13 oktober is het toneelstuk naar het boek De knikkers van Qadir te zien in verschillende theaters in België. www.deknikkersvanqadir.com.