Opinie

Waarom kiest Polen juist nu voor een ramkoers?

Luuk van Middelaar

Een democratische grondwet, zei de Poolse rechtsgeleerde Miroslaw Wyrzykowski vorige week in Wenen, is „een schild en een zwaard”. Een schild dat burgers beschermt tegen machtsmisbruik door staatsmachten en een zwaard waarmee zij rechten en vrijheden kunnen afdwingen.

In Polen werkt regeringspartij PiS sinds zes jaar hard en brutaal aan de uitholling van de constitutie, ter versterking van haar binnenlandse macht. De recente escalatie in de verhouding met de EU past bij dit sloopwerk, maar enkel als afgeleide. Het hoofdconflict ligt tussen de regering en de Poolse grondwet zelf.

Wyrzykowski, oud-rechter aan het Constitutionele Tribunaal in zijn land (2001-2010), ziet hoe in Polen en Hongarije „de grondwet van een democratisch land tot hoofdvijand van politici met autoritaire neigingen wordt”. Het stadium van een grondwetscrisis zijn we volgens hem allang voorbij; dat speelde in Polen in 2015, toen PiS-baas Kaczynski het hof onrechtmatig met jaknikkers volstopte. Sinds 2016 is sprake van een „oorlog” tegen de grondwet, gevoerd door president, parlement en regering.

Tegenover de aanvallers staan de grondwetsverdedigers: Poolse rechters die worden getreiterd, benadeeld of zelfs opgepakt wanneer ze de PiS onwelgevallige uitspraken doen, een moedige ombudsman, demonstrerende burgers die in elkaar worden gemept, actiegroepen als de ‘Poolse grootmoeders’. Zij allen hechten aan de grondwet als schild.

Pas op dit punt komt Europa in beeld, vanuit PiS gezien. Het ergert Kaczynski dat binnenlandse tegenkrachten steun ontlenen aan het Europees recht, zowel dat van de EU als van de Raad van Europa. Tweemaal oordeelde het mensenrechtenhof in Straatsburg dat het Poolse grondwetshof in de huidige samenstelling onrechtmatig is, dus geen geldige uitspraken kan doen.

Vandaar ook het geruchtmakende EU-oordeel van datzelfde Warschause hof, vorige week: het beoogt de voorrang van het EU-recht over nationaal recht uit te schakelen, in het bijzonder waarborgen die de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van nationale rechters betreffen (artikelen 2 en 19 EU-verdrag). Zo wil PiS de buitenlandse steun voor binnenlandse tegenkrachten de pas afsnijden.

Ernstig genoeg. Toch dreigt het juridische debat iets aan het zicht te onttrekken. Onder het conflict tussen nationaal en EU-recht ligt een politiek conflict: tussen het autoritaire Poolse bestel en de Unie als verbond van democratische staten. Dat raakt ons allen, ons zelfbeeld als Europeanen.

Waarom kiest de Poolse regering juist nu voor een ramkoers? Het lijkt een slecht moment; ze zet de 24 miljard aan giften uit het EU-coronaherstelfonds op het spel. Voor publieke opinies in de rest van de Unie zou de Commissie immers enorm afgaan wanneer ze snel groen licht voor uitbetaling aan Polen zou geven.

Toch behaalt PiS ook voordeel bij het verleggen van het strijdterrein naar het EU-recht. Om twee redenen. Ten eerste is dit complexe materie, dus dat brengt ruis en verwarring. Want bij het rechttoe-rechtaan verhaal dat EU-recht altijd boven nationaal recht gaat, zijn kanttekeningen te plaatsen. Vooral het Duitse Constitutionele Hof heeft zich steeds verzet tegen een ruime uitleg van deze doctrine; het maakt voorbehoud op kwesties die grondwet, democratie en grondrechten raken. Gretig halen regeringsgezinde Poolse juristen zulke arresten aan. „Andere landen doen het ook”, zo vergoelijkte de Poolse eurocommissaris in Brussel zijn partijbazen in Warschau deze week. Hoewel de zaken niet gelijk kunnen worden gesteld, is het achter de Duitse rug goed schuilen.

Ten tweede heeft PiS met nationale soevereiniteit versus ‘Brussel’ een sterk verhaal te pakken, dat ook buiten Polen weerklank vindt. In Frankrijk buitelen presidentskandidaten rechts en links over elkaar heen met voorstellen om de Franse grondwet boven het EU-recht te plaatsen. De Britten zijn om deze reden al vertrokken (‘Take back control’). Ook in Polen zullen patriottistische nieuwsbulletins over verzet tegen ‘buitenlandse inmenging’ applaus oogsten. Wanneer Poolse grondwetverdedigers dan aankomen met ‘het moet van Brussel’ zijn ze – op de alomtegenwoordige staatstelevisie – gauw als landverraders weggezet.

In dit mijnenveld heeft de Europese Unie twee prioriteiten. Ze moet zichzelf beschermen, dus ook geloofwaardig blijven als democratisch lotsverbond. Maar tegelijk moet ze de kansen van de Poolse oppositie om in 2023 PiS te verslaan niet verpesten. Want weliswaar is een grondwet als schild ongeëvenaard, maar qua zwaard tegen machtsmisbruik gaat er niets boven de stembus. Daar zal deze slag in laatste instantie worden beslist.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en historicus. Recent verscheen zijn boek Een Europees pandemonium.