Jan Rot

Foto Andreas Terlaak

Interview

Zanger Jan Rot: ‘Ongeneeslijk, ja, maar ik treed op tot het eind’

Interview Jan Rot Thuis gaan liggen ‘grienen op de bank’ wil zanger, vertaler, liedjesschrijver Jan Rot niet, nu zijn darmkanker is uitgezaaid. Zijn chemo is aangepast, zodat hij kan blijven optreden. „Het gaat dieper dan normaal.”

Schuilend onder een capuchon stapt hij de koffiebar nabij zijn huis in Rotterdam-Noord binnen. Lang, mager, rillerig van de herfstregen. Terwijl hij een plekje bij het raam kiest, het hoekje graag, zegt zanger, muzikant, liedjesschrijver Jan Rot (63): „Ik zit al bijna in een stadium dat ik denk: afzeggen maar, dit is geen goede dag. Er zit een sluier om mijn hoofd. Maar het is leuk om dat toch nog even uit te stellen.” Met een cappuccino en een stapel American pancakes met bosbessen gaat het dan wel weer.

Jan Rot zit in zijn zevende week van een palliatieve chemokuur. Het is een ‘lichte’ kuur, dagelijks een handvol pillen in plaats van ziekmakende infusen. Zo kan hij nog optreden, legt hij uit. Er waren veel concerten in te halen vanwege de lockdown. En wat had hij een zin om weer te spelen. Zolang het goed gaat, waarom niet? Rot, man van schrijfster/blogger Daan Rot De Launay en vader van Maantje Piet (10), Wolf (13), Rover (16) en Elvis (19), neemt het per dag. „Je kunt ook somber op de bank liggen met een: waarom ik, waarom nu? En dagen grienen. Maar eigenlijk is dat zonde van de tijd. Voor mij en mijn fantastische gezin. ”

Het onafwendbare hangt boven het gesprek. Iedereen gaat dood, maar niemand weet wanneer. Hij wel, en nu is alles veranderd, zegt Rot. „Het is de kunst alles nog zo lang mogelijk door te laten gaan.” Hij vertelt dat hij vaak aan de vroeg overleden zanger en auteur Bram Vermeulen moet denken. Die ging, jonger dan Rot nu is, even liggen en stond niet meer op. „En kreeg dus niets mee van alle liefde die loskwam.”

Dat is, sinds de zanger zijn kankerdiagnose bekendmaakte niet meer beter te worden, bij hem anders. Een warme stroom reacties van fans en collega’s kwam op gang. Zijn openhartige column (wekelijks in het AD) krijgt veel respons. Zalen zitten voller. En de verkoop van zijn muziek is gestegen sinds het nieuws, zeker sinds hij bij Op1 zijn ‘Achtbaan’, zijn hertaalde versie van Danny Vera’s ‘Rollercoaster’, zong.

Hij is er blij mee, het souterrain staat nog vol cd’s en boeken. „Koop die Rot-shop alsjeblieft leeg. Mijn enige bucketlist is dat ik het bij leven kwijt wil. Ik wil mijn gezin hier niet mee opzadelen.” En verder, zijn nalatenschap? Vijfentwintig albums onder eigen naam en tien als mede hoofdartiest. Op Alle Tijd (2020) staat voor al zijn kinderen een lied. Maar een grote kist met zo’n tweehonderd demo’s. Tja, wat doe je ermee? „Mogelijk gaat een kind er eens in grutten. Maar zij hoeven voor mij niets waar te maken. Ik hoop vooral dat ze het na mij leuk hebben.”

Het zijn nuchtere conclusies. Maar hij weet, zijn liefde is overal terug te vinden. Bijna dagelijks plaatste hij zangopnames met zijn jongste dochter op sociale media. YouTube is zijn platform voor zijn vele liedjes. Zijn gezin groeide op in steeds weer nieuwe clipjes, van trouwvideo tot Rotjes-polonaise. Van lang wonen in het ‘Pippi Langkous-huis’ in Ossendrecht (West-Brabant), de paar jaar in Antwerpen en nu alweer een paar jaar in Rotterdam. En natuurlijk staan de Rot-liedjes op de muziekplatforms. „Steeds weer als ik een vertaling af heb, denk ik: wát een hit. Al was dat het al. Toch wil ik dat mensen het kunnen opzoeken.”

Ongeneeslijk

Begin dit jaar vermagerde Jan Rot sterk, hij hield niets meer binnen. Eind april werd een flinke tumor uit zijn maag en darmen verwijderd. Met weliswaar een stoma – och, dacht Jan, als dat het is - leek genezing nabij. Maar uit een nieuwe scan kwam nieuws met orkaankracht. Op zijn sociale media was hij duidelijk: „Ik word niet meer beter. Uitzaaiingen alom.”

Hij heeft nog een half jaar tot een jaar, denkt zijn arts. „Ongeneeslijk… ik kan er slecht bij”, zegt Rot nu, zijn benen languit strekkend op de houten bank. „Ik ben maar meteen begonnen met de aanvaarding. De eerste stadia van ontkenning en woede sla ik over. Er gaan mensen voortijdig dood. Mijn 63 jaar is vroeg en heel jammer. Maar ik wil er niet te lang bij stilstaan. Hand in hand loop ik met mijn dochtertje naar de zwemles. Hebben we een leuke middag.”

Chemo legt een natte lap over zijn hersens. Hij wordt er kribbig van. En heel moe. Zijn onuitputtelijke drive, hij kan schieten in een manie van nachten doorwerken, is wat geluwd. Wietolie helpt „om het ’s nachts wat te dimmen, niet te veel te malen”.

Zondag in de Kleine Komedie in Amsterdam is een speciale avond gepland, andere shows zijn naar voren gehaald. Nieuw zijn de zenuwen die hij nu kan voelen voor optredens. Maar op het podium is hij ballast-vrij. Dan blijft alleen Jan Rot de performer over, die liedjes uit zijn Beste Liedjes Ooit-bundels zingt. Die geeft wat hij nog heeft. „Hoelang het allemaal duurt”, zegt hij zijn publiek, „dat weten we niet. Maar het zijn zorgen van morgen.” Na drie nummers bloeit hij op, merkte ook zijn gitarist Laslo. Soms denkt Rot dan stilletjes bij zichzelf: ik moet het allemaal nog zien. Misschien is hij die uitzondering.

Bij optredens gaat het „dieper dan normaal”, stelt hij vast. „Er is iets heel moois bijgekomen. Liedjes krijgen een andere betekenis.” Bij de hertaling van ‘My Way’ (‘Ik Was’) of ‘IPV Kaarten’ van het album Magistraal hoort hij ze sniffen. Opgewekt zingt hij het voor: „Kom naar mijn begrafenis, bewijs de laatste eer!” Een licht sardonische grijns bij: „Maar reken niet op wederdienst, ik kom dus niet bij jou.”

Professioneel als hij is houdt hij zijn ogen droog. Al kan het hem toch ineens overvallen als hij ‘Après Toi’ (‘Zonder Jou’) of ‘Het Einddoel’ zingt. Boudewijn de Groot schreef er de muziek voor. „Over het geluk de ware te hebben gevonden, dat je nooit meer hoeft te zoeken naar een ander. Dan schiet ik ineens vol. Godverdorie, Daan moet het straks zonder mij doen!” Hij herpakt zich snel. Eén traan kan mooi zijn, maar een heel optreden een verstikte stem: niks aan.

Foto Andreas Terlaak
Foto Andreas Terlaak
Foto Andreas Terlaak

Dromen van hits

Jan Rot was nooit een artiest voor de massa, maar voor de enkeling. Nu komen mailtjes van mensen die hem zagen bij die ene lezing op een poëziemiddag in Zierikzee. Of die verplichte schoolvoorstelling – onverschillige tieners vouwden vliegtuigjes van zijn flyers. Als popzanger, aanvankelijk zingend in het Engels, droomde hij van Pinkpop. Van GROTE hits. Maar op zijn debuut na, op zijn 24ste, de single ‘Counting Sheep’ die net in de top-50 kwam, kwam hij er „nooit echt doorheen”. Weemoedig pretentieus waren zijn platen in de jaren negentig, als Schout bij Nacht (1994), waarop hij, aldus autobiografie Rot is Liefde (1998), „het diepst van zijn ziel” blootlegde.

Miskenning werd zijn drijfveer, met humor en zelfspot. „Ik word pas groot na mijn zestigste”, riep hij. Dán zouden ze pas weten wat hij aan het doen was. Onverwacht vond hij als acteur in de hitmusical Doe Maar! (2007) een breder publiek. Een doorbraak werd echter zijn hertalen van muzikale meesterwerken, zoekend naar het hart van het lied.

Als levendig vertaler kwam Rot met eigenzinnige Nederlandse versies van de beste popliedjes (Beatles, Stones, Randy Newman of Cole Porter). Daarnaast hertaalde hij een grote verzameling topliederen en aria’s uit de klassieke muziek (Brahms, Mahler) en beet hij zich vier jaar vast in zijn versie van Bachs Matthäus-Passion (2006) in moerstaal. „Om steeds dichter bij de kern te komen, schreef ik steeds weer een nieuwe versie. De ketting is zo sterk als z’n zwakste schakel. Ik nam dat heel serieus.” Het vleugje Jan Rot maakte het geheel warmer, zijn Jezus werd menselijker. „Het werd begrijpelijker, voor de meesten.”

Zelf vindt hij Hollands Requiem, zijn hertaling van Brahms Ein Deutsches Requiem nog mooier. Gedreven: „Dat zouden ze vaker moeten uitvoeren!” En nu we het er toch over hebben - dit is Rot in overdrive - in de stille coronatijd vertaalde hij eerst de Amerikaanse musical Carousel en daarna Bachs Johannes-Passion. „Maar dan als Johanns Passie, geen Jezus op Golgotha, maar het verhaal van Bach in Leipzig. Zat al tien jaar in mijn hoofd. Het moest eruit. Misschien eens iets voor dat programma van Paul Witteman.”

Als vertaler stond hij zich veel vrijheid toe, zich stuk bijtend op zinnetjes, een eindeloos denkproces. ‘Purple Rain’ van Prince veranderde in gradaties naar ‘Roze Sneeuw’. Bij een letterlijke vertaling gaat alle poëzie onmiddellijk verloren, vindt Rot. Details in de tekst bepalen zijn richting. „Het is leuk dat je met mij meegaat en niet steeds het origineel nog hoort. Als ik de Beatles’ ‘Yesterday’ vertaal met ‘Gisteren’, denk jij automatisch aan Paul McCartney. Mijn gebroken ‘Spiegelei’ is nu een futiele inzet van de scheiding.”

In ‘Bird On a Wire’ van Leonard Cohen ging hij van het vinkentouw, een vogel op een hoogspanningsmast die niet blij is, naar een kat in het nauw. Dat klinkt beter.

O ja, vorige week nog maakte hij „een echt leuk Rotterdams clipje” bij ‘Waterloo Sunset’ van The Kinks. „Bij mij: ‘Roffa bij Zessen’. Voor het woord sunset zocht ik iets dat allitereren zou. Volgens Drs. P kunnen een s en een z dat niet, maar ik vond dat er genoeg in het woord zessen zat, los van het feit dat rondom die tijd de zon ook zakt.

Tof, vindt hij, heeft hij toch weer gemaakt. „En dat ik recht in de camera kijk bij de zin ‘zo lang als we staren naar Roffa bij zessen, zul je nooit eenzaam zijn’. Daar kun je troost uit putten. Voor als ik dood ben ofzo.”

Graag had hij zijn gezin nog zijn tropenroots meegegeven, zijn jeugd in Makassar, Indonesië. Zijn vader was er zendingsarts. „Maar ze gaan er vast zelf nog eens kijken.” Hij richt zich nu op de kerst, dan wordt hij 64. In maart is hij nog verteller in een Matthäus-Passion-tournee met Tango Extremo. „Ik heb gemaild te wachten met het zoeken naar een vervanger, ik wil dat erg graag doen.” En misschien nog grote vaarwel-optredens ofzo, droomt hij. Met iedereen erbij. Want een Rot-begrafenis, nee dank u. „Zonder mij wordt daar niks aan.”