Nederlander onder voorwaarden

Identiteit De Nederlander viert gretig zijn chauvinisme. Alhoewel... valt iets op.
Churandy Martina.
Churandy Martina. Foto Lex van Lieshout / ANP

‘Nobelprijs voor geboren Nederlander”, kopte Teletekst. „Nobelprijs voor Economie toegekend aan Nederlander Guido Imbens”, stond boven een artikel in NRC. Demissionair premier Rutte feliciteerde de geboren Eindhovenaar met de prijs, „een wereldprestatie met een Nederlands tintje”. Guido Imbens leeft al meer dan dertig jaar in de VS, maar wij claimen een stukje van de gouden plak.

Niets menselijks is de Nederlander vreemd, en een beetje chauvinisme kan geen kwaad. Maar soms gaat het ver.

Zo wordt paus Adrianus VI (1522-1523) beschouwd als de enige Nederlandse paus in de geschiedenis – al studeerde en doceerde hij in Leuven en verbleef hij tot zijn dood buiten Nederland. Erasmus was overigens een van zijn studenten, de beroemde humanist die in Rotterdam is geboren en als peuter brabbelend vertrok om nooit meer terug te keren. Inmiddels zijn in de stad een ziekenhuis, universiteit en brug naar hem vernoemd.

Echter, de neiging om beroemde landgenoten in te lijven is niet consistent. Vooral voor Nederlanders met een migratieachtergrond heerst het idee: bij succes een Nederlander, bij verlies een migrant. Seedorf werd na de gemiste penalty in de kwartfinale van het EK 1996 prompt Surinamer. De Nederlands-Antilliaanse sprinter Churandy Martina werd als Nederlander gevierd bij topresultaten, bij een diskwalificatie werd opvallend vaak gewezen op zijn Antilliaanse roots. De goedlachse atleet reageerde: „Ik ben dezelfde Churandy Martina, in Curaçao geboren met een Nederlands paspoort.”