Memoires van een boerenlul

Iedereen leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week de verhalen en tekeningen van Bennie Jolink, die de nieuwe cd van Normaal vergezellen.

In Hummelo zijn ze al vereeuwigd met een standbeeld – geplaatst nadat de Achterhoekse rockgroep er eind 2015 mee ophield. Maar nu komt Normaal toch weer met een nieuwe studioplaat, de eerste in negen jaar. De cd-uitgave hiervan is gevat in Normale Verhale, een boekje met verhalen en tekeningen van voorman Bennie Jolink.

De 75-jarige rockzanger dacht aanvankelijk dat hij helemaal klaar was met de muziek, en dat hij de rest van zijn leven zou wijden aan schilderen, tekenen en schrijven. Maar door de corona dreigde hij in een depressie te zinken, dus zocht hij zijn oud-bandleden op om toch weer muziek te gaan maken. In 2019 gaf hij ook al een geïllustreerde verhalenbundel met cd uit, Post Normaal, maar dat was nog solo.

In zijn verhalen haalt Jolink herinneringen op aan het wilde rock-’n-roll-bestaan van Normaal. De mannen begonnen begin jaren zeventig als doorsnee Engelstalige rockgroep, maar tijdens het eerste grote optreden, in Lochem op Hemelvaartsdag 1975, zong Jolink een paar regels in Achterhoeks dialect: „Ik zat laatst te drieten op de plee…” Het effect was groot: de band maakte voor het eerst écht contact met het publiek. In eigen dialect zingen, daarvoor was Normaal op aarde. De klassieker ‘Oerend Hard’ uit 1977 was hun doorbraak. Bijzonder was dat hun boerenrock ook aansloeg bij de vele Nederlanders die het Achterhoeks niet machtig zijn.

Normaal was een band die bewust tegen de stroom in roeide: a-modieus nam de band het op voor de boerenstand en voor de streektalen. Als kunststudent in Amsterdam had Jolink gemerkt hoe erg de stedelijke elite neerkijkt op mensen uit ‘de provincie’. Teruggevlucht naar de Achterhoek besloot hij de landbouw-identiteit juist te omarmen: „Ik bun moar een eenvoudige boerenlul/ en doar schoam ik mien niet veur.’ Bij concerten bracht Normaal met „gepaste eerbied en zuuverheid” het Achterhoekse volkslied ten gehore: „Vrouw Haverkamp, vrouw Haverkamp/ Wa he-j toch grôte tiet’n”. Overigens zat er maar één echte boerenzoon in Normaal, tevens de enige die niet had gestudeerd.

Jolink beperkt zich in dit boek tot de sterke verhalen over Normaal

Jolink is een interessante artiest die op het podium het imago van een podiumbeest ophield, geregeld gruwelijke ongelukken overleefde met zijn auto’s en motoren, maar die ook een rustige, artistieke familieman is, die worstelt met zwakke longen en recidiverende depressies. Dat staat trouwens allemaal niet in dit boek. Daarvoor kun je terecht in de biografie van Jos Palm of de twee documentaires over de groep.

Jolink beperkt zich in dit boek tot de sterke verhalen over bier zoepen, de vele ‘om bomen gevouwen’ auto’s, bassist Willem van Diene die in een open riool valt, knokken met de Limburgse brandweer, en een boze hotelier die de band midden in de nacht op straat zet, waarna ze haar ‘Toos met roos op haar flamoos’ dopen. Kortom, lol trappen en keet schoppen, of zoals de Achterhoekers zelf zeggen: ‘Høken!’

Reacties: boeken@nrc.nl